Pas sinds kort is bekend dat het vaginale microbioom grote invloed heeft op de rest van het lichaam. Dat wil niet zeggen dat je waar voor je geld krijgt met alle pillen, poeders en gummies die een fris ruikende vagina beloven. „Het vaginaal microbioom is een enorme puzzel.”
Op het eerste gezicht lijkt de Instagrampost een vakantiekiekje: een jonge, zongebruinde vrouw komt met een brede glimlach uit zee gelopen. Even verderop zit een vrouw in bikini, een vriendin wellicht, in een loungestoel op het dek van een luxe boot. Dan valt je oog op het witte zakje dat zij omhoog houdt. Een reclame voor een zonnebrand? Of voor collageen of elektrolyten voor een stralende huid wellicht? Het fotobijschrift schept ook geen duidelijkheid: „Misschien zit jouw vriendin wel precies met hetzelfde probleem of heeft zij dat ene product standaard in haar tas zitten.”
Wat misschien wel standaard in de tas van je vriendin zit, blijken capsules met boorzuur (boric acid) te zijn: een wit poeder dat, opgelost in water, een antiseptische en schimmelwerende werking heeft. De vaginale zetpillen zouden de zuurgraad van de vagina herstellen, een oplossing voor wie last heeft van jeuk of een sterke geur. Het is een van vele producten in een snelgroeiende markt van supplementen en probiotica voor de vaginale flora. Volgens marktonderzoeksbureau Future Market Insights groeit die markt met 18 procent per jaar, ruim twee keer zo snel als de bredere supplementenmarkt.
Dat er ontelbaar veel bacteriën in de darmen leven die invloed hebben op het hele lichaam, is inmiddels bekend. Maar dat ook in de vagina een complex ecosysteem huist waarin honderden verschillende soorten micro-organismen in harmonie proberen samen te leven – het vaginaal microbioom genoemd – dat weten we nog maar zo’n 25 jaar, vertelt Janneke van de Wijgert, hoogleraar epidemiologie van infectie- en immuungemedieerde ziekten bij het UMC Utrecht. „Vóór de nieuwe dna-technieken rond 2002 dachten we dat er maar een stuk of vijf bacteriën in de vagina leefden. Nu weten we dat op één wattenstaafje al honderden verschillende soorten zitten.”
En al die bacteriën kun je doorgaans rustig laten zitten en hun werk laten doen, zegt ze. In de meeste gevallen houdt de vagina zichzelf prima in balans. Daarbij spelen lactobacillen een belangrijke rol. Deze bacteriënsoort houdt de omgeving licht zuur, waardoor schadelijke bacteriën en schimmels minder kans krijgen.
Ongeveer 80 procent van de Nederlandse vrouwen heeft voldoende van deze ‘goede’ bacteriën, zegt Van de Wijgert. Zij hebben een zogeheten optimaal vaginaal microbioom. Bij de overige vrouwen leven er minder lactobacillen in de vagina. Artsen spreken dan van een suboptimaal microbioom. Dit kan komen door bijvoorbeeld de oestrogeenhuishouding na de overgang, bacteriën die via seksuele partners binnenkomen of het gebruik van intieme hygiëneproducten die averechts werken omdat ze de natuurlijke pH-waarden, de zuurgraad van de vagina, verstoren. En sommige vrouwen hebben simpelweg van nature minder lactobacillen. Dit hoeft overigens niet altijd tot problemen te leiden. Van de Wijgert: „Veel vrouwen merken hier niks van.”
Maar er is ook een groep die er wél last van ondervindt. Een suboptimaal vaginaal microbioom kan samenhangen met vaginale droogte, de schimmelinfectie candida, blaasontsteking of terugkerende bacteriële vaginose. Ook wijst steeds meer onderzoek erop dat een verstoorde vaginale flora, ook zonder merkbare klachten, samenhangt met een verhoogde gevoeligheid voor hiv en andere soa’s, zegt Van de Wijgert. En er zijn aanwijzingen dat het de kans op een natuurlijke of medische zwangerschap kan verkleinen. Uit een Deense studie onder 130 vrouwen die een ivf-behandeling ondergingen, bleek dat van de vrouwen met een optimaal vaginaal microbioom 44 procent zwanger raakte, tegenover 9 procent van de vrouwen met een subobtimaal microbioom.
Dat het vaginaal microbioom zó veel invloed kan hebben op het lichaam hebben we lang niet geweten, en veel meer weten we nog niet, zegt Van de Wijgert. „De meeste van de bacteriën die in de vagina leven zijn nog nooit in het lab gekweekt en onderzocht.” Als je met vaginale klachten bij de dokter komt, wordt er mede daarom ook nog op „de ouderwetse manier” onderzoek gedaan. „In het ziekenhuislab zoeken ze naar één specifieke bacterie of schimmel die de klachten veroorzaakt, zodat er gericht antibiotica kan worden gegeven. Maar naar de volledige vaginale flora wordt niet gekeken.”
En al is dat wél het geval, dan nog zijn de behandelmethoden voor een suboptimaal vaginaal microbioom beperkt. „Helaas wordt er nog veel te weinig geld en tijd gestopt in het begrijpen en behandelen van de vaginale flora. Terwijl de wachtkamer bij de huisarts vol zit met hieraan gerelateerde klachten. En mijn mailbox volstroomt met vrouwen die geholpen willen worden.”
Eva (40) uit Noord-Holland wil anoniem blijven omdat ze merkt dat op haar klachten een taboe rust: ze worden vaak „een beetje vies” gevonden. Twee jaar lang had ze last van terugkerende bacteriële vaginose, wat afscheiding en een sterke geur kan veroorzaken. Vooral dat laatste belemmerde haar. „Zelf ruik je het altijd minder sterk, dus ik was continu bang dat anderen het wel konden ruiken. Mensen in de sportschool bijvoorbeeld. Of mijn vriend.” De huisarts schreef antibiotica voor en dat leek te helpen, tot het gewoon weer terugkwam. Daarna probeerde ze alles. Een vitamine C-tablet voor in de vagina, gels en crèmes en orale probiotica van de drogist. Maar niets hielp afdoende.
Vrouwen die in de reguliere zorg geen oplossing vinden, komen soms terecht bij Sharon Asscher, orthomoleculair therapeut. Haar cliënten zijn vrouwen bij wie medicatie niet helpt, of die geen medicijnen willen gebruiken, en die graag een vaginaal-microbioomtest willen doen. „Mensen willen graag alles testen”, zegt Asscher. „Ze denken dat je na de uitslag een pil kunt nemen, die alles oplost. Maar zo werkt het niet.”
Asschers behandeling bestaat niet alleen uit orale en vaginale probiotica, maar bevat soms ook het advies om te stoppen met roken en het drinken van alcohol of het eten van suikers. „Het veranderen van het vaginaal microbioom is niet in een paar weken gefixt. Het vergt een persoonlijke aanpak en vaak veel discipline.”
Niet gek, dat vrouwen zelf gaan dokteren met alles wat er op de markt is, zegt Van de Wijgert. Al die capsules, poeders en tabletten of gummies die een gezonde, fris ruikende vagina beloven. Ze bevatten bijvoorbeeld lactobacillensoorten om de ‘goede’ bacteriën in het microbioom aan te vullen, soms aangevuld met gisten die schimmelinfecties zouden kunnen afremmen.
Maar echt helpen doet dit volgens Van de Wijgert allemaal niet. „De huidige probioticahype wil je doen geloven dat als je de juiste bacteriën slikt, ze vanzelf de vagina bereiken. Maar daarvoor ontbreekt overtuigend bewijs.” Probiotica die je vaginaal inbrengt in plaats van slikt vindt ze veelbelovender. Maar ook die blijken in de praktijk vaak maar moeilijk in de vagina te willen blijven zitten, zegt ze. „De hoop ligt nu op onderzoeken met vaginale probiotica van bacteriestammen uit een menselijke donor.” Deze vaginale probiotica met humane lactobacillen zijn nog niet op de markt.
De vaginale microbioom-thuistesten zijn wél verkrijgbaar. Sinds ongeveer vijf jaar kan iedereen online een test bestellen, een vaginale swab opsturen en een uitgebreid profiel van het persoonlijke microbioom terugkrijgen. Medisch technologiebedrijf ARTPred biedt een test voor vrouwen die inzicht willen krijgen in de kans van slagen van een ivf- of icsi-poging. „Elke bacteriesoort heeft een eigen genetische code, waardoor een vingerafdruk van het vaginale microbioom ontstaat”, vertelt Dries Budding, arts-microbioloog en wetenschappelijk adviseur van ARTPred. „Die vergelijken we met duizenden eerder geanalyseerde monsters, waarna ons algoritme berekent of iemand een hoge, gemiddelde of lage kans heeft op een succesvolle innesteling.” Zo’n thuistest is dus geen simpele zwangerschapstest waarvan je de uitslag in één oogopslag kunt aflezen, zegt Budding.
Van de Wijgert waarschuwt voor het op eigen houtje testen. Behalve dat het vaginaal microbioom niet iets is „wat zonder medische aanleiding geoptimaliseerd hoeft te worden” heb je ook de begeleiding van een arts nodig die weet hoe de uitslag moet worden geïnterpreteerd. „Niet elke test brengt het vaginale microbioom op dezelfde manier in kaart en niet elk laboratorium is gecertificeerd.” Bovendien kan een thuistest valse hoop geven aan vrouwen die een antwoord zoeken op de vraag waarom ze niet zwanger worden. „Ook met zo’n test weet je dat nog niet zeker. Bovendien is de vraag weer wat we, op dit moment, nou helemaal aan zo’n suboptimaal microbioom kunnen doen.”
Als holistisch arts, gepromoveerd op darmproblemen, kijkt Sophie Kuizenga-Wessel voor de behandeling van vaginale klachten naar het hele lichaam. Ze ziet vrouwen „die al jaren hulp zoeken en te horen hebben gekregen dat ze er maar mee moeten leren leven”. En ook zij zoekt oplossingen in pre- en probiotica, voeding en leefstijl. „Het vaginaal microbioom is een enorme puzzel. Het gevaar van alle middeltjes en testen is dat vrouwen het idee krijgen dat ze hun vaginaal microbioom kunnen of zelfs moeten verbeteren. Ze denken in termen van vies en schoon of goed en slecht, en daar heeft het niks mee te maken. Als je geen terugkerende vaginale klachten, urineweginfecties of vruchtbaarheidsproblemen hebt, hoef je vaak niks te doen en niks te testen.”
Eva uit Noord-Holland houdt hoop. Na een vaginaalmicrobioom-test bleek ze „vrijwel geen lactobacillen te hebben”. Na een scala aan poeders, vezels en vaginale tabletten geprobeerd te hebben, denkt ze nu verbetering te merken. Al kwamen de klachten laatst toch weer terug. Op vakantie met haar nieuwe liefde, die ze er toen voor het eerst over vertelde. „Hij ging er niet echt op in. En haalde zijn schouders op.”