Home

In garages onder dure flats in Jakarta wordt geluncht voor één euro per gerecht

Bedrijfskantine Elke week luncht NRC mee bij een bedrijf. Deze week: in garages in Jakarta zitten de populaire warungs waar uit een geïmproviseerd keukentje romige kip komt.

In de parkeerkelder van een flatgebouw in het zakencentrum van Jakarta zijn tientallen lunchtentjes gevestigd.

Diep onder de grond bakt en frituurt de Indonesische Lidya Wahyuwidyati (52) haar rijstspecialiteiten, zoals verse kip met gefrituurde ei- en deegkruimels. Zoals elke dag is haar man Riki Purba (41) om half vier in de ochtend opgestaan om op de boerenmarkt in Ciledug in het zuiden van Jakarta de beste groenten en verse kip te kopen. Ze waren om half zeven al bij hun warung (eettentje) in de parkeergarage, vijf verdiepingen onder de begane grond van het luxe kantoorgebouw The Energy in het Sudirman Central Business District (SCBD), het exclusieve zakenhart van Jakarta.

Lidya huurt de garageruimte, die is voorzien van een afzuigkap en gasstel, inmiddels veertien jaar. The Energy is een modern flatgebouw van 270 meter hoog dat appartementen en kantoren huisvest. Op de verdiepingen moeten kunstwerken en goudkleurige deuromlijstingen luxe uitstralen. In het gebouw bevinden zich onder meer een wellness-centrum en een chic Frans restaurant waar de chef zich voorstelt aan de gasten. Ook is er een automaat waar je met je bankpas goudstaven kunt aanschaffen. In Indonesië, met z’n hoge inflatie, is goud populair als solide investering. Overal zijn toegangspoortjes en beveiligers houden alles in de gaten. 

Fijnproevers

In de kelder, basement 1, ook wel B1 genoemd, is een foodhal waar werknemers voor twee tot tien euro een lunch kunnen halen. De fijnproevers gaan lager: naar de warungs in de ondergrondse parkeergarages op de verdiepingen B2 tot en met B5. Elke dag is het tussen 12 en 1 uur spitsuur in B5.

Aan tafels met plastic krukjes voor een provisorisch mini-keukentje, dat is geplaatst in een betonnen hoek tussen honderden geparkeerde auto’s, zit een groep mijnbouwingenieurs. Een van hen heeft het gerecht ayam kremes tulang lunak (zachte crèmige kip aan het bot) besteld. „Een smeuïge kip met een knisperig randje.” Hij wijst naar de sambal in het bakje ernaast. „Van groene pepers. Het heldenmenu.” Zijn collega eet een groenteomelet met pindasaus. Ze komen niet elke dag in de warung in B5, maar die is wel favoriet. De mannen wisselen af tussen de garagewarungs van B2 en B5, want iedere kok heeft andere specialiteiten. De auto’s en de vieze warme lucht nemen ze op de koop toe.

Af en toe eten ze in het foodcourt in B1, waar airconditioning is. En soms, als ze tijd hebben, lunchen ze buiten het gebouw. De ingenieur geeft toe dat de betaalbaarheid van de garagewarungs een van de voornaamste redenen is dat ze hier regelmatig komen. „We kunnen het ons niet veroorloven om elke dag een dure lunch te kopen,” zegt hij. „Bovendien mogen we roken tijdens het eten,” valt zijn collega in. De maaltijden van Lidya kosten tussen de twintig- en dertigduizend roepia, ongeveer één tot anderhalve euro per gerecht. De mannen willen niet vertellen hoeveel ze verdienen.

Eén van de eigenaren van een warung (niet Lidya) op de garageverdieping van flat The Energy in Jakarta.

Het personeel neemt de bestellingen op.

Ongelijkheid

Vorig jaar augustus waren er in Indonesië felle protesten tegen ongelijkheid en corruptie. Als de correspondent opmerkt dat er best een groot verschil is tussen de uitstraling van de luxe bovenverdiepingen en de omgeving van de garagewarungs, ontsteekt een van de lunchende mijnbouwmanagers plotseling in woede. Waarom deze vragen? Kwaad staat hij op. Hij dreigt de correspondent ‘aan te geven’ bij de autoriteiten van het gebouw. Het is niet precies duidelijk waarom hij boos is. Wellicht voelt hij zich aangevallen of wil hij – uit loyaliteit of angst – kritische uitingen op het regeringsbeleid voorkomen.

In Indonesië is repressie de afgelopen twee jaar sterk toegenomen. Activisten die kritiek uiten op de regering, worden gearresteerd. Er zijn ook dit jaar protesten tegen militarisering en toenemende ongelijkheid, maar een overmacht aan politie en leger in de straten probeert de opstanden in te dammen. De collega’s van de boze mijnbouwmanager vragen of we hun naam niet in de krant willen zetten.

Als een bewakingsbeambte arriveert en aan een tafel gaat zitten, besluiten correspondent, fotograaf en tolk een maaltijd te bestellen. De bewaker stuurt ons niet weg en laat ons eten. Als hij na een half uur vertrekt, knopen we een praatje aan met een andere groep werknemers. Indra (40) en zijn collega’s Deni Samsoeddin (46) en Aristo (35) werken ook bij een mijnbouwbedrijf. „We zijn veiligheidsexperts”, vertelt Indra. „We zorgen ervoor dat het werk zo veilig mogelijk kan worden uitgevoerd.”

Favoriete warung

De warung in B5 is hun favoriete lunchkantine. „We hadden niet gedacht dat er plek zou zijn.” De mannen roemen de kwaliteit van de maaltijden in B5. „Veel smaakvoller dan de pizza’s op de eerste verdieping”, stelt Indra, die net als Aristo één naam heeft. „In het Westen durven ze hun eten niet op smaak te brengen. De veiligheidsexpert wil wel dat de correspondent vragen stelt. „Je moet in je reportage juist een link leggen met de dalende koopdracht”, zegt hij. „Want het is best schokkend. Je ziet hier werknemers in hun nette overhemden. Ze zien eruit alsof ze veel geld hebben, maar uiterlijk bedriegt. De kans is groot dat ze moeilijk rondkomen. De kosten stijgen sneller dan het inkomen.”

Kip aan het bot met romige saus, één van de gerechten die verkocht worden in de kelderwarungs.

Het is bijna één uur. Lidya overhandigt lunchpakketten aan kantoorassistenten die het eten voor hun bazen in de hogere managementlagen komen afhalen. De warung blijft open tot vijf uur. „Om drie uur ga ik naar huis”, vertelt Lidya, terwijl ze een pakket afrekent. Net als haar man staat ze vroeg op. Ze bereiden de maaltijden voor een groot deel thuis, voordat ze naar het kantoorgebouw rijden. Haar man blijft tot het einde van de dag.

Ze had vroeger een eetstalletje aan de overkant van de weg. „Waar nu het vijfsterrenhotel Langham staat.” Toen ze plaats moest maken voor nieuwbouw, vroeg het management van The Energy haar om eten te maken in B5. Elke zes maanden wordt het voedsel gecontroleerd op hygiëne. „Ik voldoe aan alle voorwaarden. Mijn eten is vers.” Riki is haar tweede echtgenoot. Ze verdienen samen zo’n zeven- tot veertienhonderd euro per maand. Van het inkomen heeft ze haar beide kinderen een universitaire bacheloropleiding kunnen geven. „Dat is waarom we zo hard werken. Dat maakt alles goed.” 

Indonesië

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next