De ‘immersive dining experience’ van Dinner in Motion in Eindhoven blijkt vooral een bombardement van betekenisloze, schijnbaar willekeurige prikkels. Ook het eten is zeer matig.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Piazza 64, Eindhoven
dinnerinmotion.nl
Cijfer: 5
‘Immersive dining restaurant’ in winkelcentrum. Viergangendiner met geluiden, projecties en een trillende tafel. Doordeweeks € 89, weekend € 99, maandag en dinsdag gesloten.
De man van de Decathlon in het Piazza Center kijkt ons glazig aan als we hem vragen naar de ingang van de immersive dining experience. ‘Dinner in Motion heet het, met projecties op de muren en zo?’, verhelder ik. ‘Ach,’ zegt hij, ‘u bedoelt het bijzonderste restaurant van Nederland. Op de tweede, achteraan.’
Inderdaad treffen we tussen Pipoos en LaPlace een schuifdeur aan waarop ‘Het Bijzonderste Restaurant Van Nederland’ staat. Nu vond ik ‘bijzonder’ altijd al een onheilspellende kwalificatie – iets wat weinig voorkomt, is immers niet per se goed. Tegenwoordig wordt het bovendien gebruikt als eufemisme voor ‘slecht’, met ‘bijzondere keuze’ als het nieuwe ‘daar vind ik iets van’.
In de bedompte foyer zonder ramen staat keihard Maroon 5 aan. Er zijn langs de wanden oude camera’s en projectoren uitgestald. We zien lichtkunstwerken (‘Light up your world!’), je kunt jezelf door een AI-lachspiegel laten veranderen in een cartoonfiguur, of op de foto gaan tussen spiegels en kerstversiering. Van een vriendelijke jongedame krijgen we een transparante gummibal die smaakt zoals een volle glasbak ruikt. Champagnegelei, zegt ze. Op onze hand krijgen we een piepklein drolletje Eindhovense Anna Dutch-kaviaar. De serveerster spuit er glitters overheen, ‘Om het helemaal af te maken’, zegt ze. ‘De glitters zijn trouwens eetbaar.’
Even later dirigeert een donderende mannenstem ons naar de eetzaal. ‘Step beyond the ordinary,’ horen we onder aanzwellende violen, en met een nogal harig Nederlands accent. De onzichtbare gastheer belooft een unieke reis van de zintuigen; een harmonie van smaak, visueel spektakel en melodie; gemaakt door een team van ‘visionary chefs and creators’. De deuren zwaaien open. Op de lange tafel zijn de namen van de gasten geprojecteerd, op de muren een wijnkelder. Er klinkt een Frans chanson.
Ik wil niet flauw doen over het concept. Wat Dinner in Motion anders maakt dan gewone restaurants, is precies waarvoor we zijn gekomen. ‘Immersive dining’ betekent ondergedompeld of meeslepend dineren. Het is een restaurantgenre waarbij de omgeving actief deel uitmaakt van het diner, vaak met bewegend beeld en geluid. Een aantal van de duurste restaurants ter wereld, zoals Ultraviolet in Shanghai en Alchemist in Kopenhagen, doet dit. Er is het wereldwijd uitgerolde concept Le Petit Chef en in veel grote steden duiken digitale dinnershows op. Dinner in Motion bestaat al tien jaar en zegt op zijn website eten, 360-gradenprojecties en storytelling tot één totaalbeleving te versmelten.
Die totaalbeleving is onmogelijk samen te vatten, omdat er voor zover ik kan zien geen enkele lijn in zit. In razend tempo trekken projecties en geluidseffecten voorbij. Het Witte Huis. Een bibliotheek. Een sneeuwlandschap. Wolken. Een Wall-E-achtig robotje, dat wil dat we het bestek uit het doosje voor ons op de tafel leggen. Gelukt: duimpje! De tafel trilt. Nu zijn we onder water. Een gezonken schip. Oplichtende kristallen. De donderstem zegt dat ‘de buitenwereld vol snelle visuele prikkels’ is en ze bij Dinner in Motion daarom ‘bewust vertragen’. Huh?
‘Er bestaat geen leven zonder beweging,’ orakelt hij verder. ‘Als we dat zichtbaar maken, geven we vorm aan alles wat we ervaren, en laten we zien dat het mooie altijd blijft overwinnen.’ Het doet me denken aan de AI-gegenereerde persberichten die ik tegenwoordig aan de lopende band ontvang: op het eerste gezicht diepzinnig, bij nader inzien betekenisloos en daardoor onbegrijpelijk.
Wat dat betreft sluit het voorgerecht hier uitstekend bij aan. Het zijn plakjes rauwe tonijn gerold in kerrie met dukkah, bloemkool en een werkelijk stuitend vieze ‘beurre noisette van banaan’, die precies smaakt en eruitziet als het medicijn dat ik als kleuter kreeg toen ik in de zandbak aarsmaden had opgelopen. Mijn alcoholvrije cocktail uit het arrangement, dat geheel samengesteld lijkt uit onverdunde Monin-siropen, bevat precies hetzelfde artificiële banaanaroma. We zakken onder de grond. Trommels, apengeluiden.
Nu zijn we in een woud, rozen groeien op de tafel, een beekje klatert, en een soort monster in de vorm van een wandelend bosje sluipt met gekraak en gegrom rond de tafel. Wie is dit bosje? Wat wil het bosje? We komen het nooit te weten. ‘Volg je zintuigen’, fleemt de gastheer. ‘De natuur heeft altijd gelijk. Dit is de cyclus van het leven in haar puurste vorm.’ We krijgen prima eendenborst op een rubberig, nat stuk bao, met muffe doperwtenpuree, mierzoete wortel en een ‘saus van szechuanpeper’ die smaakt naar jus de veau-korrels uit een emmer.
Hé, ineens staat er een elektriciteitshuisje in het bos. ‘Wat nou weer,’ kreunt mijn tafelgenoot. Alles begint te flitsen en trillen. Er klinken Windows-foutmeldingen, een monotone robotstem die ‘testing testing’ zegt. Hé, nu zijn we in een laboratorium. Molecular Gastronomy staat op de muren, tussen onleesbare woorden en niet-bestaande letters. Op een dampend bord krijgen we een pipetje met een alginaatoplossing dat we in calciumwater moeten druppelen om, zegt de serveerster, ‘als experiment zelf parels te maken’. De parels mislukken bij iedereen: vertwijfeld zuigen de gasten geel, snotachtig slijm van hun lepels, bitter en zout van het calciumwater. De serveerster zegt dat we het héél goed hebben gedaan, en als beloning een drankje krijgen om de smaak te neutraliseren. Voorwaar geen slecht idee.
We proberen ons over te geven aan het concept, maar het lukt niet. De voortdurend doorjengelende muziek staat te hard om te kunnen praten en we raken tureluurs van de voortdurende beweging op de tafel. Mijn tafelgenoot klaagt over hoofdpijn, ik word vooral ontzettend onrustig van het complete gebrek aan logica. Het jonge personeel is heel vriendelijk en heeft ijverig zijn teksten ingestudeerd, maar kan niets over de herkomst van het eten vertellen en begrijpt geen hout van wat het zegt: ‘Deze wijn dankt zijn prachtige rode kleur aan de aroma’s van bramen en bessen die erin zitten.’
Nu zijn we in een nachtclub met een reusachtige showtrap, waar evenwel niemand vanaf komt. De serveerster brengt iedereen een elektrische nepkaars met daarop, zegt ze, ‘een eetbaar krokantje’. ‘Wat bedoelt u?’, vraag ik, en ik hoor dat mijn stem overslaat. ‘Bestaan er dan ook oneetbare krokantjes?’ De lamp die op mijn bord zou moeten schijnen, valt steeds uit, zodat ik mijn hoofdgerecht niet kan zien door de groene en blauwe vlekken. ‘Blijf aan!’ sis ik naar de tafel. Vruchteloos wapper ik met mijn handen.
Het vegetarische hoofdgerecht, een krokant bladerdeegtaartje gevuld met pompoen en walnoten onder luchtig geitenkaasschuim, is het meest geslaagde gerecht van de avond: prima. Mijn sous-vide gegaarde sukade is stopverf-achtig en smaakt alleen vaag naar barbecuekruiden, de ‘dagverse groenten uit het seizoen’ zijn doorgekookte bimi en minimais en er ligt een mierzoete clafoutis naast, waarom weet niemand.
Bij het dessert – een onduidelijke bal van panna cotta en aspergeparfait met mandarijn en witte chocolade – verschijnen beroemde kunstwerken op de muren, begeleid door de pianosuite uit Amélie en weer een lulverhaal, ditmaal over hoe AI echte kunst nooit zal kunnen vervangen.
‘... But no mind of metal will ever stroke with the brush of true artistry...’
‘Hou je bek, omhooggevallen screensaver’ mompel ik, maar het voelt als schelden tegen de printer.
Want wie het verantwoordelijke team van ‘visionary chefs and creators’ is, de man achter het gordijn, valt nergens te achterhalen. Ook daarom is het verleidelijk parallellen te trekken met de opkomst van slop en brainrot: goedkoop door AI gegenereerde prutkwaliteit, in overdonderende hoeveelheden. Op het eerste gezicht lijkt het nog wel wat, uiteindelijk overheerst de deprimerende leegte.
‘Ondergedompeld dineren?’ Waterboarding is een betere term.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant