Home

Veel data, weinig zicht

Ik moet bekennen dat ik de rapporten van mijn zoons niet begrijp. De uitdraai van het zogeheten ‘IEP Leerlingvolgsysteem’ van hun basisschool staat vol met absurdistische statistieken. Er staat ‘2018 kaart E3 1+2+3′. Er staat ‘lezen <1F-1F-2F’. Er staat ‘leerrendement 117%’. Bij rekenen staat plompverloren het getal ‘59’ zonder context of schaal. Het geheel is gelardeerd met een overdaad aan taartdiagrammen, terwijl zelfs mijn tienjarige al weet dat taartdiagrammen voor dit soort data niet geschikt zijn.

Als het ligt aan de professionals die het leerlingvolgsysteem maken, moet iedere ouder weten dat IEP „een merk van Bureau ICE” is, want hoewel volstrekt irrelevant, staat dat onder elke pagina van het rapport. Intussen hebben ouders nog steeds geen flauw benul hoe het eigenlijk met hun kind gaat. Gelukkig is er elk jaar weer een kundige leerkracht die dat gewoon in woorden opschrijft.

Ik dacht er deze week aan omdat het me goed leek om eens zelf uit te zoeken hoe het met de kinderen van Nederland gaat. Met de publicatie van de PISA-resultaten was het weer tijd voor de steeds terugkerende episode van nationale onderwijsdepressie, waarin we collectief somberen over het feit dat ze op school niets meer leren, onze kinderen niets kunnen en bovendien steeds dommer worden. Nederlandse vijftienjarigen scoren volgens de PISA-standaarden internationaal zwaar ondergemiddeld, met name op taalvaardigheid. Straks dreigt 40 procent van onze leerlingen als laaggeletterde de school te verlaten.

Misschien kwam het doordat ik de laatste tijd net iets te veel doemverhalen tegenkwam zoals over onze gezondheid, waar de data bij bestudering juist heel veel goed nieuws bleken te bevatten, maar ook hier zit me iets dwars. Ik zou graag meer bewijs zien. Bijvoorbeeld uit die enorme bak data die het onderwijs de hele dag produceert, met leerlingvolgsystemen, gecentraliseerde en gestandaardiseerde doorstroomtoetsen, eindtoetsen en centrale examens.

De zoektocht naar steunend bewijs gaf me dezelfde ervaring als het lezen van het rapport van mijn zoon. Deze geïnteresseerde burger kan er geen chocola van maken. De data stroken gewoonweg niet met elkaar.

Lees bijvoorbeeld de ‘factsheets basisvaardigheden’ van het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs, dat de prestaties van onze basisschoolkinderen vanaf 2018 bijhoudt. Conclusie: het gaat top. De lijntjes zijn stabiel of stijgen, van spelling tot begrijpend lezen. Geen spoor van een laaggeletterden-tsunami.

Bekijk daarna het instapniveau bij het voortgezet onderwijs, en je leest dat de resultaten op taalvaardigheid wél al zeker zes jaar hard teruglopen. Dat kan volgens mij niet tegelijkertijd waar zijn.

En het centraal eindexamen? Daar lijkt dan vervolgens weer vrij weinig aan de hand. DUO publiceert jaarlijks een examenmonitor, en daar zie je geen bewijs van een grootschalige dip in de examencijfers of van een grote stijging van het aantal onvoldoendes. Waarom kunnen al die laaggeletterde kinderen wel gewoon hun diploma halen?

Intussen is de onderwijsinspectie onveranderd bezorgd in haar jaarlijkse Staat van het Onderwijs. In de onderbouw van het voortgezet onderwijs is de daling in leesvaardigheid en woordenschat structureel.

Het gekke is dat het met de Nederlandse volwassenen dan weer uitstekend gaat. Uit de in 2024 gepubliceerde PIAAC-studie blijkt dat Nederlanders van 16 tot 65 jaar qua taalvaardigheid, rekenvaardigheid en probleemoplossend vermogen tot de top vijf horen van de 31 deelnemende landen.

Ik blijf vertwijfeld achter. Ook na het doornemen van een tiental rapporten en het raadplegen van een handvol experts heb ik eerlijk gezegd geen flauw idee hoe het gaat met onze kinderen. En hier geen kundige juf die me bij de hand neemt en rustig laat zien wat er écht gebeurt.

Maar reken er maar op dat deze dagen veeleisende ouders op hoge toon verhaal gaan halen bij hun school na het zien van het nieuws over de dramatische prestaties aldaar. Ik zie de leerkrachten al voor me, hun kalmte bewarend: ”Gut jeetje, bedankt meneer, voor uw briljante suggestie om wat meer met de kinderen te lezen. Dat we daar zelf niet op zijn gekomen.”

De realiteit is natuurlijk dat ze dat al doen. Begrijpend lezen, vrij lezen, dictees schrijven, met een potlood grote krullen op papier tekenen, alles in een telefoonvrije omgeving. Dingen waar u en ik niet toe in staat zijn.

En ondertussen toetsen ze zich suf om de input te leveren voor alle rapporten. Met als resultaat: veel data, weinig zicht. De enige die hier een dikke onvoldoende krijgt, is de dataverwerkingsindustrie van het Nederlandse onderwijs, die niet in staat blijkt ons antwoord te geven op hele basale vragen.

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next