In augustus overleed de Japanse avantgardekunstenaar Yayoi Kusama, een maand voor de opening van haar tentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Daar is vanaf dit weekend te zien wat haar werk zo bijzonder maakt: stippen, spiegels, psychedelische kleuren en natuurlijk die pompoenen. Vijf makers laten zich op verzoek van Volkskrant Magazine door haar inspireren.
Fotograaf Anne Claire de Breij noemt haar werk Kusama Reconstructed. Pompoen, polkadot, spiegel, oneindigheid; stuk voor stuk elementen uit Kusama’s universum, uit elkaar gehaald en opnieuw samengebracht in een persoonlijke reconstructie. ‘Binnen die perfect geconstrueerde Kusama-wereld wilde ik in mijn beeld bewust ruimte laten voor toeval en imperfectie. Haar iconische polkadots – vrij vertaald naar zwarte kralen in verschillende formaten – werden keer op keer door het beeld gegooid, terwijl ik op precies het juiste moment probeerde af te drukken. Elke worp leverde een unieke compositie op en door de spiegels ontstond telkens een extra vervreemdend beeld. Na elke worp belandden de kralen in alle hoeken en gaten van de studio, om vervolgens weer verzameld te worden voor een nieuwe werppoging. Net zolang tot ik de perfecte imperfecte polkadotexplosie had gevangen.’
Fotografenduo Scheltens & Abbenes (Liesbeth Abbenes en Maurice Scheltens) maakte een Kusama-vlieger. ‘In onze fotografie kiezen we altijd objecten als onderwerp. Daarom dachten we aan een Japanse Rokkaku-vlieger, met daarop Kusama’s beeltenis, die zó iconisch is, zo één geworden met haar werk. We kunnen haar daarmee vieren in de lucht. Door de wind gaan haar ogen draaien. Terwijl we hiermee bezig waren, werd bekendgemaakt dat ze overleden is. Yayoi Kusama flying high!’
Kunstenaar Johan Kleinjan tekende Yayoi in de obscure woonkamer. Toen zijn vriendin Yvonne in 2003 in Tokio aan de Zokei-universiteit studeerde, woonde zij bij vrienden die Kleinjan een paar jaar daarvoor op straat had ontmoet. Hun kunstcollectief heette Obscure, ze deelden met z’n allen een oude villa in de woonwijk Toritsu-daigaku. ‘Kohki Hasei, de informele leider van het collectief, kende heel wat bekende Japanse kunstenaars, acteurs en muzikanten, maar hij hield ook van obscuurdere types. Zo was hij bevriend geraakt met een aantal bewoners van de plaatselijke psychiatrische instelling, die geregeld hele nachten in de woonkamer rondwaarden, terwijl wij probeerden te slapen in de geïmproviseerde ‘slaapkamer’ in de gang. Op een avond stapte Yvonne de woonkamer binnen en trof daar geen gemiddelde psychiatrisch buurtpatiënt, maar Yayoi Kusama op de bank, omringd door onze huisgenoten. Ze zat rechtop, als een pop, herinnert Yvonne zich. Ze vond Kusama op een matroesjka lijken. Kusama was voor dit huiskamerbezoek geheel in het zwart gekleed en haar haar was ook zwart.’
Fotograaf Oof Verschuuren kon niet om de pompoen heen. ‘Wanneer je wordt gevraagd om een ode te brengen aan een van de meest invloedrijke kunstenaars van de afgelopen honderd jaar, is dat in eerste instantie best een goede reden om je even achter de oren te krabben. De kans dat je in één beeld het hele oeuvre van deze vrouw tekortdoet, is kolossaal en de vraag ‘Wat te doen, met een pompoen?’ ligt ook nogal voor de hand. Maar als je lief, zoals mijn Yvette van Boven, zo handig in de keuken is en er in haar moestuin ook nog een fantastische Japanse pompoen groeit, valt er wel heel veel op zijn plek.’
Kok Yvette van Boven heeft een recept voor gestoofde pompoen, Japanse stijl:
‘Een pompoenzaadje past tussen duim en wijsvinger. Dat is bijna onmogelijk te rijmen met de hoeveelheid tuin die een paar maanden later onder de plant verdwijnt. Eerst verschenen er twee stevige kiemblaadjes, daarna het eerste echte blad. Een poosje keek ik toe hoe mijn plant groeide en groeide, tot de hele bak was overgenomen. Een pompoenplant is grenzeloos: hij stroomt met gemak over de randen van zijn bed.
De pompoen die ik in het voorjaar zaaide, heet uchiki kuri, een oranjerode pompoen die ook wordt verkocht als red kuri of hokkaido. Drie namen voor één zaadje.
Ik zocht het even voor u uit. Kuri betekent ‘kastanje’ in het Japans. Logisch zodra je hem proeft: het vruchtvlees is zoet en nootachtig. Uchiki verwijst naar Utsugi, een plaats bij de Japanse stad Kanazawa. Daar begon teler Saichiro Matsumoto in de jaren dertig van de vorige eeuw rode pompoenen te selecteren. Hij koos planten die goed vrucht droegen en pompoenen met een mooie kleur. De naam hokkaido kwam pas later, toen een Japanse handelaar zaden van dat eiland meenam naar Duitsland en de pompoenen of zaden onder die naam verkocht. De tussenstop (Hokkaido) werd daardoor een naam. En dat gebeurde vaker. Het Japanse woord voor pompoen, kabocha, verwijst naar Cambodja. Portugese handelaren brachten de pompoen in de 16de eeuw vanuit dat land naar Japan. Dus ook die reis, die tussenstop, bleef in de naam hangen.
Maar toen was ik natuurlijk nóg niet uitgezocht. Ons woord pompoen en het Engelse woord pumpkin komen via het oud-Franse pompon van het Latijnse pepo, dat weer teruggaat op het Griekse pépōn: ‘meloen’, oorspronkelijk ‘rijp’. Het Engelstalige woord squash, voor zomer- én sommige winterpompoenen, komt uit het Narragansett, een inheemse taal uit Noord-Amerika. De Fransen maken van courge een courgette, een kleine zomerpompoen. De Italianen doen hetzelfde met zucca en zucchini.
Ik dacht dat die plant alleen mijn tuin doorreisde, maar zijn verre familie was al eeuwen onderweg; vanuit andere delen van de wereld, over de zeeën, door vele moestuinen, van de ene taal naar de andere. En dat zit allemaal in het geheugen van dat ene zaadje dat ik in de lente in de grond stopte. Deze uchiki kuri wordt de eerste pompoen die ik dit jaar oogst. Hij zit nog heel even vast aan de plant. Straks maakt hij zijn laatste reis naar mijn keuken.’
Deze pompoen gaart langzaam in een hartige, lichte Japanse bouillon. Sommige goed gesorteerde supermarkten verkopen dashi in poedervorm, soms vind je het in de Aziatische supermarkt. Vervang anders door een lichte groentebouillon. Of maak het zelf, even googelen levert veel recepten op. Gebruik voor een vegetarische versie dashi van kombu en shiitake, dus zónder bonito.
Voor 4 personen, bereiding: 40 min.
1 uchiki kuri- of hokkaido-pompoen van ca. 1,2 kilo
600 ml dashi
3 eetl. Japanse sojasaus, plus extra
3 eetl. mirin (zoete rijstwijn)
300 gram Japanse, ronde rijst
400 gram oesterzwammen
3 eetl. zonnebloemolie
1 biologische citroen
3 lente-ui, in fijne ringen
zeezout en versgemalen zwarte peper
Was de pompoen, halveer hem en verwijder de zaden en draden. Laat de schil zitten (die wordt zacht bij het stoven) en snijd het vruchtvlees in stukken van ongeveer 4 centimeter.
Leg de pompoen met de schil naar beneden in één laag in een wijde braadpan. Schenk de dashi, sojasaus en mirin erbij. De stukken moeten ongeveer tot halverwege in het vocht staan, voeg zo nodig wat extra water toe.
Breng rustig aan de kook, draai dan het vuur laag en leg het deksel schuin op de pan. Laat de pompoen in 20 tot 25 minuten zachtjes gaar worden. Kook hem zeker niet te hard en roer nooit, zodat de stukken heel blijven. Controleer met de punt van een mes of ook de schil zacht is.
Kook intussen de rijst volgens de aanwijzingen op de verpakking.
Scheur de oesterzwammen in grove repen. Verhit de olie in een ruime koekenpan en bak de paddenstoelen op vrij hoog vuur in porties goudbruin. Laat ze eerst een paar minuten in de pan bakken voordat u ze omschept. Breng op smaak met een beetje zout en peper.
Rasp de citroenschil. Proef de pompoenbouillon en voeg naar smaak een kneep citroensap en eventueel extra sojasaus toe.
Verdeel de rijst over wijde kommen. Schep de pompoen er voorzichtig op en lepel de bouillon erover. Verdeel de gebakken oesterzwammen, lente-ui en citroenrasp erover en serveer direct.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant