Home

De verkeerde reactie op 9/11

25 jaar 9/11 De westerse reactie op de terroristische aanslagen in de VS heeft de rechtsstatelijkheid uitgehold, en moslims ten onrechte in het verdomhoekje gezet. Het is tijd voor een omslag, betoogt Maurits Berger.

Op 11 september 2001 woonde ik in Damascus, en werkte als verslaggever voor het Algemeen Dagblad. De telefoon rinkelde, een redacteur aan de lijn, buiten adem: „Maurits, zet de televisie aan, begin te schrijven, deadline over twee uur!” Bang, hoorn op de haak. En zo begon de stroom van dagelijkse artikelen, ik vanuit het Midden-Oosten, en een collega vanuit de Verenigde Staten.

De Arabische reactie was tweeledig. Enerzijds schrik over de omvang van de aanslagen en mededogen met de slachtoffers. Anderzijds werden de schouders opgehaald: tja, hier hebben wij al jaren mee te maken, en nu ervaren de Amerikanen zelf eens wat dat betekent.

Maurits Berger is hoogleraar islam en het Westen aan Universiteit Leiden, en auteur van 2004. De toekomst van islam in Nederland.

Bij mijn bezoeken aan Nederland in die periode merkte ik hoeveel heftiger de reactie hier was, alsof de Twin Towers in Den Haag hadden gestaan. Nederlanders van Marokkaanse origine die zeiden dat ze het ”wel begrepen” konden zelf op geen enkel begrip rekenen. Begrijpen werd beschouwd als goedkeuren. En met die emotie werden twee ontwikkelingen in gang gezet die tot op de dag van vandaag nog steeds nazinderen.

De eerste was dat de beginselen van de rechtsstaat en mensenrechten in een ander daglicht werden bezien. Al lange tijd stelden westerse ambassades in het Midden-Oosten een jaarlijks mensenrechtenrapport op over het land waar ze waren gestationeerd. Die rapporten logen er niet om. Dat gold bijvoorbeeld voor een land als Egypte, dat al sinds de jaren 90 van de vorige eeuw te maken had met terroristische aanslagen van jihadisten op ministers, intellectuelen, toeristen en Egyptische christenen. Rechtbanken spraken daders regelmatig vrij omdat zij waren gefolterd in de gevangenis, en daarom had de overheid besloten om terroristen voor te geleiden aan militaire rechtbanken, waar andere procesregels golden. Prompt werden mensen massaal opgepakt, zonder rechtsbijstand opgesloten, gemarteld, en veroordeeld. De westerse mensenrechtenrapporten spraken er schande van.

Totdat de VS op 9/11 zelf te maken kregen met terroristische aanslagen. Verdachten werden afgevoerd naar Guantánamo Bay, een Amerikaanse gevangenis op het uiterste puntje van Cuba, buiten het bereik van de Amerikaanse rechtsmacht. Militaire rechtbanken werden aangewezen om hen te berechten, en bepaalde martelmethoden werden goedgekeurd door ze te hernoemen als ‘verzwaarde ondervragingstechnieken’. Als men zwaardere marteling nodig achtte, werd een verdachte terrorist die was opgepakt in Afghanistan of Pakistan op het vliegtuig gezet naar de VS, maar met een tussenlanding in een bevriend land waar marteling gebruikelijker was.

Schijnwerpers op de islam

De rest van het Westen schudde het hoofd, maar keek weg. Blijkbaar is de ervaring van een terroristische aanslag nodig om het vernis van beschaving te laten verdwijnen. Als emotionele reactie is dat volstrekt begrijpelijk, en men zou er zelfs pragmatische rechtvaardigingen voor kunnen aanvoeren – een oorlog tegen terrorisme kan niet gevoerd worden zonder soms de mensenrechten te schenden, luidt dan het argument. Maar deze wankele relatie tussen mensenrechten en strijd tegen terrorisme is sindsdien niet meer rechtgezet.

De tweede ontwikkeling die volgde op 9/11 was de manier waarop alle schijnwerpers zich richtten op de islam en moslims. Daar werd de oorzaak van het geweld gezocht. Niet in de redenen die de aanslagplegers en allerlei terroristische organisaties zelf aanvoerden, namelijk dat zij zich verzetten tegen onderdrukkende regimes in hun landen, en dat deze regimes werden gesteund door het Westen. Dat was ook inderdaad het geval: in de afweging tussen een stabiele autocratie en een onberekenbare democratie in de Arabische wereld, koos het Westen bijna standaard voor die eerste optie. 

De Amerikaanse president George Bush had dit zelf ook erkend in 2003: „Zestig jaar lang hebben westerse landen het gebrek aan vrijheid in het Midden-Oosten goedgepraat en getolereerd, maar dat heeft ons niet veiliger gemaakt.” Het is veelzeggend voor de gemoedstoestand toen, twee jaar na de aanslagen, dat deze uitleg geen bekendheid heeft gekregen.

In plaats daarvan stortten veiligheidsdiensten, analisten, journalisten en politici zich op de islam en moslims. De islam zou gewelddadig zijn en anti-christelijk – aannames die historisch onwaar zijn maar voortkomen uit eeuwenoude Europese beeldvorming. Een andere aanname luidde dat moslims een fanatieke aanleg hebben en zich makkelijk laten ophitsen door radicale imams.

In Nederland vermengden de afschuw over en de angst voor aanslagen zich met het debat over integratie, dat al enige tijd gaande was. Met name moslims zouden niet kunnen en willen integreren, zo werd beweerd, omdat de islam onverenigbaar zou zijn met Nederlandse waarden. Het ‘islamdebat’ dat hieruit volgde zou vanaf dat moment alleen nog maar over twee assen verlopen: radicalisering en integratie. De discussie betrof uitsluitend de vraag waar moslims zich op die assen bevonden. De moord op Theo van Gogh in 2004 gooide hierbij olie op het vuur.

Tegelijkertijd waren de eerste jaren na de aanslag ook een periode van ongekende energie en initiatieven om te komen tot eenheid en sociale cohesie in de Nederlandse samenleving. Het veiligheidsdenken kreeg echter de overhand. De bijbehorende zienswijzen en terminologie raakten met het AIVD-rapport van Dawa tot Jihad vanaf 2004 verankerd in het Nederlands beleid, dat sindsdien eigenlijk nauwelijks is veranderd.

Twee werkelijkheden

Dat heeft geleid tot twee werkelijkheden. De ene is de politieke en beleidsmatige werkelijkheid, waarin nog steeds termen en analyses van vijfentwintig jaar geleden worden gebruikt als er wordt gesproken over islam en moslims (zoals ‘salafisme’, ‘anti-integratief’, of ‘strijdigheid met de waarden van onze rechtsstaat’). Deze papieren werkelijkheid heeft echter weinig meer uit te staan met de geleefde werkelijkheid van moslims nu. Zij zijn inmiddels een generatie verder en hebben maatschappelijk, politiek en religieus allerlei ontwikkelingen doorgemaakt.

Het gevolg van 9/11 is dat vandaag met name het niet-islamitische deel van Nederland is blijven vastzitten in de angsten en beelden van vijfentwintig jaar geleden. Het resultaat is zorgelijk: steeds vaker wordt de hand gelicht met de beginselen en structuren van de rechtsstaat, en worden islamofobie en moslimdiscriminatie is genormaliseerd.

Mensenrechten

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next