Home

’s Avonds verandert het centrum van Rotterdam in een racebaan. Dus opende de stad het offensief tegen luidruchtige ‘verkeersaso’s’

Buitenruimte Met afzettingen en verkeersregelaars lukte het Rotterdam deze zomer de overlast van optrekkende auto’s en motoren terug te dringen. Daarmee is het probleem niet verholpen. „Alles schreeuwt: jongens, je kunt hier geen rondje rijden. En toch proberen ze het.”

De Meent in Rotterdam is vier avonden en nachten in de week dicht vanwege de overlast van auto’s en motoren.

Zodra de avond valt, weet Saif Hadir, teamleider van de handhavers in het Rotterdamse centrum, wat volgt. Hij staat voor een café aan de Meent en steekt z’n vinger in de lucht. Verderop geeft een automobilist plankgas en stuift de kruising over. Het ronken galmt door de straat.

De winkelstraat is grotendeels afgezet. Op de kruising dirigeren verkeersregelaars weggebruikers de andere kant op. Via zijstraatjes weten enkele automobilisten en motorrijders toch in de buurt te komen. „Het is een kat-en-muisspel”, zegt Hadir.

Voor de zomer opende Rotterdam – wederom – het offensief tegen wat in het stadhuis de „verkeersaso’s” worden genoemd. Vooral op koopavonden vult de binnenstad zich met optrekkende en toeterende auto’s, motoren die over de stoep rijden en aldus ‘flaneren’ met het winkelpubliek. Nergens is de overlast groter dan op de Meent.

„We moesten snel handelen”, zegt Marco Stout, die als mobiliteitsadviseur van de gemeente verantwoordelijk het asociaal rijgedrag moet aanpakken. Het regende de afgelopen maanden klachten over geluidsoverlast van ondernemers en omwonenden.

Op koopavonden, zegt de ambtenaar wandelend door de straat, stond het hier „bumper aan bumper”. Met mensen die „toeteren, schelden, roepen, uitstappen, dan even leuk doen. Er is een filmpje waarop twee auto’s stoppen – blijkbaar vrienden van elkaar – en gewoon een totale opstopping veroorzaken”.

Rotterdam moet autoluwer worden, vindt het nieuwe Rotterdamse bestuur. Dat is even schakelen voor de stad, waarin auto's lange tijd het straatbeeld domineerden.

Brede wegen

Op de kruising met de McDonald’s op de Coolsingel schieten vijf motoren het trottoir op. „Kijk”, zegt Stout, „het maakt hen allemaal niet uit.” Een klein uurtje eerder was het groepje op dezelfde plek op de motor gestapt en weggereden. „Ze rijden een rondje en komen weer terug. Gewoon lekker toeren.”

Volgens de ambtenaar is het geen toeval dat ze uitgerekend hier langsrijden. De kruising is geliefd bij autospotters. „Dat nodigt natuurlijk uit om op de hoek even vol gas te geven.”

De jongens – ze willen hun naam niet in de krant – komen hier naar eigen zeggen wekelijks. Maar de overlast, weten ze zeker, is vooral aan anderen te wijten. „Als we kloten”, zegt een van hen met een milkshake in de hand, „doen we dat elders, niet midden in de stad. Ik heb een motor gekocht, dan ga ik hem ook opentrekken, maar dan wel dáár.” Een tweede is al minder stellig. „Eén keertje gas geven, kan wel. Maar niet vaker.”

Van „heinde en verre” komen ze, vanuit het hele land, bleek toen de politie de herkomst van de auto’s en motoren natrok. Geen wonder dat ze uitgerekend naar Rotterdam komen, als je het Stout vraagt. „Hoge gebouwen, brede wegen, het water: het is als autostad dé plek om dit gedrag te vertonen.”

De beleving, gezien worden, elkaar ontmoeten – daar draait het volgens de ambtenaar om. Stout: „Het is een nieuwe manier van uitgaan. Deze jongens gaan niet naar clubs of cafés. Ze rijden rondjes, hangen op de kades, zetten een muziekje aan. En het is leuk als je in de stad andere auto’s en je vrienden tegenkomt.”

De Maasvlakte, of een andere willekeurige afgelegen plek, is, kortom, geen optie.

Verkeersdrukte in de Rotterdamse nacht.

Koerswijziging

Er is niet alleen overlast in het centrum. Ook op het Noordereiland staan vier avonden in de week verkeersregelaars. Voor stadswijk De Esch kwam burgemeester Carola Schouten met een paardenmiddel: een nachtelijk gebiedsverbod. Sindsdien is het rustig.

Maar: dat is „brandjes blussen”. De stad moet toe naar een „permanente oplossing”, volgens Stout. De gemeente heeft onder meer een pilot met geluidscamera’s, die flitsen zodra een auto de tachtig decibel overstijgt – hoewel onzeker is hoe juridisch waterdicht de proef is. „En, zodra de kans zich voordoet, de herinrichting van straten.”

De onlangs afgetrapte coalitie van Pro, D66, VVD, CDA en Volt beoogt vijf straten autovrij te maken, waaronder de Meent en de Witte de Withstraat. „Het zou betekenen”, zegt Stout, „dat de binnenstad een totaal andere uitstraling krijgt.” „Dan is het eigenlijk onmogelijk om nog te racen.” Dat in de stad waar de auto na de oorlog ruim baan kreeg, politiek draagvlak bestaat voor die koerswijziging – alhoewel Leefbaar Rotterdam en Denk tegen zijn – is niet los te zien van de aanhoudende overlast.

De Meent is afgesloten vanwege geluidsoverlast.

Autovrij of autoluw

Inmiddels is de gemeente de plannen aan het verkennen. De vraag is hoe autovrij de straten daadwerkelijk zullen worden: ambtenaren spreken liever van „autoluw”. Wegen moeten bereikbaar blijven voor hulpdiensten. Stout: „We kunnen niet zomaar bomen op de weg plaatsen.”

Op de Meent blijven de avondafzettingen in elk geval voorlopig staan. Deze avond is Hadir tevreden: in een uur telt de handhaver zes overtreders. Het is een „stuk beter”, constateren de ambtenaren. „Maar als we de hekken weghalen, gaat dat rond via Snapchat en staat het hier binnen een halfuur weer vol.”

Bij de kruising met de Pannekoekstraat geeft een motorrijder gas, schiet een stoepje op en rijdt tegen het verkeer in om de afzetting te omzeilen. Drie overtredingen.

„Op een bepaald moment”, ziet Stout, „krijgen de automobilisten en motorrijders door dat ze tegen het verkeer in kunnen rijden om zo alsnog op de Meent te komen. Hier ontstaat nu een soort circuitje. Alles schreeuwt: jongens, je kunt hier geen rondje rijden, doe het niet. En toch proberen ze het.”

Verkeer en infrastructuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next