Wat zijn dit voor vragen? Naar aanleiding van zijn debuutroman Voor Issa, zeven dilemma’s voor schrijver, rapper en regisseur Massih Hutak (34). ‘Het is een stuk minder eng om rapmuziek uit te brengen dan een roman.’
is televisierecensent en media- en cultuurredacteur van de Volkskrant.
Autobiografie of fictie?
‘Voor Issa, mijn debuutroman, is fictie. Wel heb ik het verhaal inhoudelijk dicht bij mezelf gehouden. De hoofdpersoon is net als ik gevlucht uit Afghanistan, groeit op in Amsterdam-Noord, rapt en geeft een tijdje les op een vmbo.
‘Maar zijn leven is zeker niet één op één dat van mij. Hij heeft langer nodig om volwassen te worden dan ik, en krijgt daarvoor ook meer ruimte. Als tiener heeft hij een bijbaan om zijn vader financieel te ondersteunen, maar dat is het dan. Bij mij kwam daar bijvoorbeeld nog mantelzorg voor familieleden bij.
‘Ook heeft mijn hoofdpersoon niet in zoveel asielzoekerscentra gezeten als ik. Hij heeft daar bovendien vooral mooie herinneringen aan. Die heb ik ook: ik weet nog hoe we in het azc Crailo elke week uitkeken naar de playbackshow die juf Ingrid organiseerde. Maar ik herinner me vooral dat ik elke dag doodsbang was dat we werden teruggestuurd.
‘Nog zoiets: mijn vader is een gedupeerde van het toeslagenschandaal. Dat is mijn realiteit, maar als ik dat had opgeschreven zouden lezers waarschijnlijk denken: ja hoor, nóg meer drama. Zelf zou ik zo’n opsomming van onverwerkte trauma’s ook niet interessant vinden om te lezen.
‘Gelukkig heeft het eerste manuscript van Voor Issa het daglicht nooit gezien. Dat ging nog echt over mij. Daar werd het boek niet beter van, ook omdat de pijn nog te vers was. De hoofdpersoon was alleen maar het slachtoffer; de andere personages waren het kwaad dat hem iets had aangedaan.
‘Uiteindelijk heb ik veertien jaar in fases aan Voor Issa gewerkt. Afgelopen jaar had ik tijd om het af te maken, omdat ik was gevloerd door twee gescheurde meniscussen. Maar ik was ook eindelijk volwassen genoeg. Daardoor is niemand in het boek nog eendimensionaal goed of kwaad. Het is nu echt een roman, niet alleen een levensverhaal.’
Boksen of schaken?
‘Oh man. Dan toch maar schaken. Dat kan ik overal doen, met iedereen: mijn broers, mijn vrienden, mijn zoons als ze wat ouder zijn. En met mijn vader, die hopelijk nog lang en gezond mag leven. Ik heb hem, de grootmeester, nog nooit verslagen.
‘Toen we in Nederland aankwamen, hadden we bijna niets bij ons. Mijn vader had een aktetas met daarin onze paspoorten, zijn ingenieursdiploma en parfum. En een schaakbord, dat hij voor mijn broer had gekocht, na een goed schoolrapport. Een geniaal cadeau.
‘Ik ben ook gek op boksen. De stukken van Voor Issa waarin de hoofdpersoon voor een bokswedstrijd traint, zijn geïnspireerd op fragmenten uit mijn eigen dagboek. Het is een enorm cliché, maar boksen is zoveel meer dan vechten. Het confronteert je met je karakter. Tijdens een gevecht leer je al je angsten, onzekerheden en aangeleerde trekjes kennen. Ik begrijp mijn eigen non-verbale communicatie nu beter.
‘Als ik een ruimte vol witte mensen binnenkwam, voelde ik me bijvoorbeeld altijd genoodzaakt om breed te lachen, om ervoor te zorgen dat zij zich veilig voelden. Nu zie ik in dat ik dat deed omdat ik mezelf onveilig voelde. Met die lach hield ik mijn dekking hoog. Inmiddels ben ik daarmee gestopt. Ik wil niet meer constant aan het vechten zijn. Dat doe ik wel op de mat.’
Rapper of schrijver?
‘Rapper, want dan schrijf ik ook. Er zitten hoofdstukken in Voor Issa die zijn begonnen als teksten van een nummer.
‘Het is een stuk minder eng om rapmuziek uit te brengen dan een roman. Dat is zo bloot. Bij mijn muziek kan ik de luisteraar nog verleiden en afleiden met beats, mooie akkoorden en een pakkend refrein. Die tools heb je als schrijver niet.
‘Toen we laatst met Lego aan het spelen waren, vertelde ik mijn zevenjarige zoontje dat ik het heel spannend vind dat mensen mijn boek gaan lezen. Toen zei hij: ‘Maar papa, u hebt toch uw best gedaan? En mama vindt het heel mooi. Dan is het toch gewoon mooi? Als mensen het niet mooi vinden, dan weten ze niet mooi.’ Dat is me woord voor woord bijgebleven.’
Nederland of Allochtonië?
‘Allochtonië, de mooiste plek van de wereld. In november gaat mijn hiphop-musical Welkom in Allochtonië in première, waarin we laten zien wat Allochtonië is. Het is het ecosysteem dat is ontstaan in migrantenwijken, waarin mensen voor elkaar zorgen. Uit noodzaak, omdat ze altijd op zichzelf waren aangewezen.
‘Ik wil die armoede en verwaarlozing zeker niet romantiseren. Maar daardoor is Allochtonië wel toekomstbestendig: het kan elke crisis aan, want het heeft constant in een crisis gezeten, met weinig hulp van de overheid. Als er een pandemie uitbreekt, hebben wij dus al buurthuizen waar mensen kunnen worden opgevangen en woonkamers met wifi waar kinderen onderwijs kunnen volgen.
‘In Allochtonië wonen ook witte mensen, maar zij zijn niet de norm. Iedereen is welkom. Als kind dacht ik dat de politieke situatie in Nederland beter zou zijn als ik later groot was. Dat kinderen niet meer jarenlang zouden moeten opgroeien in allerlei verschillende azc’s. Nu ben ik groot en wordt het alleen maar erger. Ik vind het verschrikkelijk om de beelden van alle protesten te zien.
‘Maar we mogen nooit cynisch worden, we moeten hoopvol blijven. En dat is geen onrealistische houding. Dat zie ik elke dag in Allochtonië, waar we er samen toch altijd weer iets van maken.’
Tolhuistuin of Buikslotermeerplein?
‘Buikslotermeerplein, het winkelcentrum naast de wijk waar ik ben opgegroeid, in Amsterdam-Noord. Daar heb ik geleerd hoe het leven werkt. It takes a winkelcentrum to raise a child. En dit is echt een oldschool winkelcentrum, waar de snackbar, de kapper, alles een sociaal instituut is. En als je het even niet breed hebt, kan je er boodschappen op de pof doen. Het is beleidsmatig verwaarloosd, maar we houden ervan en zorgen ervoor – een mooi voorbeeld van niet cynisch worden.
‘De Tolhuistuin, een cultureel centrum en poppodium in Amsterdam-Noord, is cruciaal voor me geweest. Daar heb ik schrijver Chris Keulemans, mijn mentor en een van mijn beste vrienden, ontmoet. Mijn boekpresentatie vindt er plaats. Ik hoop dat het nog lang blijft bestaan. Maar uiteindelijk is het ook een deel van de gentrificatie van Noord.
‘Zo’n podium ontbrak nog op het Buikslotermeerplein. Daarom zijn we dat nu zelf aan het bouwen, in een oude bowlingbaan, die we als coöperatie van de gemeente gaan kopen. Het wordt een cultuurhuis voor de buurt, ontworpen door jongeren van hier, met een tweedehandswinkel, opnamestudio’s, een bibliotheek.’
Fatbike of bakfiets?
‘Fatbike, honderd procent. Daarop ben ik net nog hierheen gekomen. Ik wil nu even tegen de Amsterdamse gemeente aanschoppen. Amsterdam is de stad van de fietsen en dit is het tijdperk van de e-bikes. De fatbike is een e-bike die niet elitair, niet tyfusduur en makkelijk te onderhouden is. Hoe krijg je het in je hoofd om die te verbieden in het Vondelpark?
‘Natuurlijk rijden mensen er te hard op, maar dat gebeurt ook op VanMoofs en bakfietsen. Bakfietsen nemen ook nog eens enorm veel ruimte in. Maar een kluit bakfietsen vindt niemand erg, terwijl een groepje jongens met fatbikes ineens intimiderend is. En we weten allemaal waarom: het gaat erom dat die jongens vaak van kleur zijn. En ja, er zijn problemen. Maar die los je hiermee niet op. Nu criminaliseer je een gemarginaliseerde groep alleen maar meer.
‘Zelf vind ik bakfietsen juist intimiderend. Omdat ze symbool staan voor een systeem dat de huren omhoog laat gaan, ons uit onze wijk drijft en er nu ook nog eens voor zorgt dat wij niet meer in het Vondelpark kunnen fietsen.’
Kwetsbaar of onaantastbaar?
‘Ik ben gerijpt tot een man die kwetsbaar durft te zijn. Mij is aangeleerd dat een man sterk hoort te zijn. Daar ben ik het mee eens. Het is alleen de vraag wat ‘sterk’ precies betekent. Jongetjes van nu horen: je moet zoveel geld verdienen, er zo uitzien, dominant zijn. Het lijkt alsof het stoer is om cynisch en hard te zijn.
‘Ik vind het veel stoerder en sterker om liefdevol en open te blijven, hoe fucking soft dat ook klinkt. Kijk, als het nodig is geef ik mijn grenzen aan. Dan moet je niet met me fokken. Ik wil alleen niet dat mijn alertheid omslaat in paranoia, dat ik mijn leven laat beheersen door de heftige dingen die ik als kind heb meegemaakt. Uiteindelijk is dat zelfdestructief. En ik voel verantwoordelijkheid richting mijn gezin, mijn vrienden en vooral mijn vader, die zoveel offers voor mij en mijn broers heeft gebracht.
‘Daarom moet ik herstellen. En daar hoort bij dat ik kwetsbaar durf te zijn. Dat ik op mezelf kan reflecteren, eerlijk zijn en leer om daarover te praten. Ik wil leven met mijn dekking laag – zoals we dat in het boksen zeggen. Voor mij is dat wat volwassenheid is.’
Massih Hutak: Voor Issa.
Uitgeverij Pluim; 252 pagina’s; € 23,99.
Massih Hutak
1992 Geboren in Herat (Afghanistan)
1994 Vlucht met zijn ouders en broer naar Pakistan
1998 Komt aan bij asielzoekerscentrum Zevenaar in Nederland
2011 Verhalenbundel Toen God nog in ons geloofde
2012 Geeft Nederlands en maatschappijleer op een vmbo-school in Amsterdam-Noord
2015-2025 Druktemaker bij De Nieuws BV op NPO Radio 1
2017 Leidt de ‘!METS Kantel de Macht’ campagne om jongeren te laten stemmen
2017-2023 Columnist voor Het Parool
2020 Boek Jij hebt ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al over de gentrificatie van Amsterdam-Noord
2022 Album Welkom in de Noordside
2025 EP Allochtonië
2026 Voor Issa
Massih Hutak woont met zijn vrouw en twee zoons in Amsterdam.
Source: Volkskrant