Protesteren De Tweede Kamer debatteerde donderdag over de spelregels voor demonstreren. De plannen van het kabinet om deze regels aan te scherpen gaan volgens een meerderheid niet ver genoeg. „Het blijft een politieke afweging”, zegt VVD-Kamerlid Claire Martens-America.
Demonstratie bij asielzoekerscentrum in Ter Apel.
Zijn de spelregels voor demonstreren in Nederland te soepel? Een meerderheid van de Tweede Kamer vindt van wel. Het debat hierover liep donderdag uit tot een principiële discussie tussen linkse en rechtse partijen. Demonstreren is een groot goed in Nederland, maar, zo vinden voornamelijk partijen op rechts, het grondrecht mag niet „misbruikt” worden.
Door partijen aan de rechterflank van de Tweede Kamer wordt tijdens het debat donderdagmiddag veelvuldig verwezen naar acties op de snelwegen van Exctinction Rebellion en naar pro-Palestina demonstraties. Demonstranten die de wet overtreden moeten strenger gestraft worden, is het idee.
Op links, Pro en de Partij voor de Dieren, worden er voornamelijk zorgen geuit over de bescherming van vreedzame demonstranten. De partijen zijn daarom terughoudend om het demonstratierecht aan te passen. „De politiek moet zich ver houden van het grondrecht om te demonstreren”, zegt PvdD-Kamerlid Ines Kostic.
Deze week werd de ingang van het Tweede Kamergebouw afgesloten omdat pro-Palestina-demonstranten deze hadden beklad met rode verf. Ook verstoorden de demonstranten vanaf de publieke tribune een debat. „We zijn hier op de verkeerde weg”, reageert BBB-Kamerlid Caroline van der Plas. „Je blijft met je tengels van dit gebouw af”, beaamt ChristenUnie-Kamerlid Mirjam Bikker. Het is volgens hen de zoveelste reden om het demonstratierecht aan te scherpen.
Het justitieel onderzoeksinstituut WODC deed afgelopen najaar onderzoek naar het aanscherpen van het demonstratierecht, op verzoek van het kabinet-Schoof. Het kenniscentrum schreef dat 97 procent van de demonstraties in Nederland zonder incidenten verloopt, waarbij er geen strafbare feiten worden gepleegd. In drie procent van de gevallen gebeurt dat wel, waarbij het in 0,03 procent van de gevallen om meer dan tien incidenten per demonstratie gaat.
Bestaande wetgeving, concludeert het WODC, biedt de politie en het OM voldoende mogelijkheden om demonstranten die strafbare feiten plegen op te sporen en te vervolgen. Bovendien biedt het rechters al ruimte om zwaarder te straffen dan ze nu doen.
Een meerderheid van de Tweede Kamer wil toch dat er harder opgetreden wordt tegen demonstranten die strafbare feiten plegen tijdens demonstraties. „Er wordt te vaak te weinig opgetreden, heel vaak zelfs nauwelijks”, zegt CU-Kamerlid Bikker. BBB-Kamerlid Van der Plas en Kamerlid Mona Keijzer (Lid Keijzer) betwisten tijdens het debat zelfs de neutraliteit van het WODC. „Wie zijn die experts eigenlijk?”, vraagt Keijzer zich af.
Het kabinet wil er een schepje bovenop gooien. In een brief die voor de zomer naar de Tweede Kamer is verstuurd door de verantwoordelijk ministers Pieter Heerma (Binnenlandse Zaken, CDA) en David van Weel (Justitie, VVD) doen zij een aantal voorstellen. Zo wil het kabinet onder meer de rechter „een handvat” bieden om strafbare feiten die gepleegd zijn tijdens demonstraties zwaarder te laten wegen. Ook wil het kabinet door middel van wetgeving het burgemeesters makkelijker maken om op te kunnen treden, bijvoorbeeld door demonstranten te verplaatsen.
Een verbod op gezichtsbedekkende kleding tijdens demonstraties – een lang gekoesterde wens van rechts – werd door de ministers in deze brief al voorzichtig aan de kant geschoven; ze zouden hierover „in gesprek met de Kamer” gaan. Zo zou het voorstel „veel kritische reacties” hebben opgeleverd; er was een „gebrek aan nut en noodzaak, proportionaliteit en uitvoerbaarheid”.
Ministers David van Weel (Justitie, VVD) hield lange tijd vast aan een verbod op gezichtsbedekkende kleding, zo bleek uit documenten die NRC met een beroep op de Wet open overheid (Woo) opvroeg. Hij was dan ook groot voorstander van het verbod, maar kreeg kritiek van onder meer burgemeesters, de politie, het Openbaar Ministerie en de Nationale Ombudsman. Die zaten niet te wachten op zo’n voorstel, waarvoor een wetswijziging nodig is.
In de Tweede Kamer ligt dat anders. Minister Heerma krijgt donderdag van onder meer BBB, Christen Unie en JA21 de vraag waarom er niet snel een verbod op gezichtsbedekkende kleding komt. Ook VVD-Kamerlid Claire Martens-America ziet het als een „politieke afweging” die de Tweede Kamer neemt, „of het wenselijk is of niet”.
De angst is dat demonstranten zo aan hun straf ontkomen wanneer ze tijdens demonstraties de wet overtreden, bijvoorbeeld door vernielingen of geweld tegen hulpverleners. „Uiteindelijk maakt mijn fractie de afweging dat wij het belangrijker vinden dat deze mensen worden opgepakt”, zegt Martens-America. De VVD wil een verbod, maar ook dat burgemeesters de mogelijkheid hebben om dit voor een demonstratie níét te laten gelden, bijvoorbeeld ter bescherming van demonstranten voor een buitenlands regime.
De ministers Van Weel en Heerma zijn „aan het nadenken” over alternatieven. Zo kwam de politie eerder al met het idee om het dragen van gezichtsbedekkende kleding zwaarder te laten meewegen als iemand een strafbaar feit pleegt tijdens demonstraties.
Het kabinet zal begin volgend jaar de Tweede Kamer verder informeren over de voorstellen rondom het verbod op gezichtsbedekkende kleding. Ook zal de aanpassing van het demonstratierecht, deels geregeld in de Wet Openbare manifestaties, komend jaar van start gaan.
Tijdens het debat donderdag blijft minister Heerma herhalen dat de kritiek vanuit het veld niet genegeerd kan worden. Zo kwamen volgens hem de meeste tegenwerpingen uit de regio, waaronder de politie en burgemeesters. „Wij hebben als kabinet ons daar ook toe te verhouden.”