Filosofie Docent filosofie Yoram Stein betoogt in zijn boek Afkicken met Spinoza dat verslaving het belangrijkste probleem van onze tijd is. De filosofie van Spinoza zou het medicijn zijn waarmee de verslaafde de weg terug kan vinden naar het goede leven.
Baruch Spinoza op een ingekleurde afbeelding, circa 1755.
Bij het woord verslaving denken we doorgaans aan junkies en alcoholisten die zichzelf niet meer in de hand hebben. Maar wat als we verslaving eens zouden beschouwen als iets waar we allemaal gevoelig voor zijn? In zijn boek Afkicken met Spinoza betoogt Yoram Stein dat we een te beperkte opvatting hebben van verslaving. De afgelopen twintig jaar zijn er allerlei nieuwe verslavingen bijgekomen, zoals die aan de smartphone en sociale media, maar ook aan eten, porno, winkelen, afvallen en sporten. En wat te denken van de verslaving aan morele verontwaardiging en het eigen gelijk? Er zijn veel meer verslavende middelen, gedragingen en gevoelens dan we lange tijd dachten, zegt Stein, en in principe kan iedereen aan iets verslaafd worden. Vandaar dat hij de mens een homo addictus noemt.
Yoram Stein: Afkicken met Spinoza. Hoe filosofie je bevrijdt van alledaagse verslavingen. Noordboek, 260 blz. €24,90
Stein is zeer betrokken bij het thema verslaving en dat geeft zijn boek een zekere bevlogenheid. Als docent filosofie op een middelbare school in Amsterdam heeft hij zijn leerlingen in de loop der tijd zien veranderen: angst- en depressieklachten namen toe en de concentratie nam af, wat hij voor een groot deel wijt aan hun schermverslaving. Maar zelf heeft Stein in het verleden ook geworsteld met een verslaving aan gokken en aan cannabis, waar hij openhartig over vertelt (in 2010 verscheen ook zijn boek Stoppen met blowen).
Verslaving is dus een centraal thema in Steins leven. In zijn boek betoogt hij dat het een thema is dat ons allemaal aangaat. Hij noemt het zelfs ‘het belangrijkste probleem van onze tijd’ omdat het ten grondslag zou liggen aan allerlei andere grote problemen zoals de klimaatcrisis en de crisis van de democratie. Vanuit de verslavingswetenschap bekeken valt er wel het een en ander af te dingen op deze brede kijk op verslaving, want wat betekent het begrip nog als er zoveel verschijnselen mee in verband worden gebracht? Maar in het boek werkt het, want Stein maakt handig gebruik van deze invalshoek om een ander perspectief te geven op grote problemen waar al veel over gezegd is.
Interessant is bijvoorbeeld hoe hij de maatschappelijke polarisatie in verband brengt met de verslaving aan gedachten. Een gedachtenverslaving ziet hij als het steeds weer herhalen van makkelijke en snelle oordelen en ideeën, die niet per se waar of goed voor ons zijn, maar die ons opwinden of bevestigen in wat we al dachten. Die menselijke neiging wordt bij uitstek versterkt door de algoritmes op sociale media die ons steeds weer dezelfde soort content voorschotelen. Zo komen mensen steeds meer vast te zitten in hun opvattingen en hebben ze steeds minder begrip voor andersdenkenden. Deze verslaving verklaart volgens Stein ook waarom het politieke debat extremer is geworden en zo vaak vastloopt in onverzoenlijke tegenstellingen.
Stein heeft kritiek op de verslavingswetenschap, die niet alleen weinig oog heeft voor alle nieuwe verslavingen, maar verslaving ook te veel als een individuele kwestie ziet. Volgens hem is het vooral een maatschappelijk en politiek probleem: we leven in een ‘giftig pretpark’ schrijft hij, waarin we voortdurend aan allerlei verleidingen worden blootgesteld. In feite hebben we onszelf uitgeleverd aan bedrijven (met name de voedsel- en de techindustrie) die allemaal hetzelfde verdienmodel hebben: ons verslaafd maken. Stein zegt dat alleen collectieve en politieke maatregelen iets kunnen veranderen aan deze ‘ziekmakende cultuur’. Maar in zijn boek richt hij zich toch met name op de vraag wat het individu kan doen om zich uit zijn verslaving te bevrijden. Het antwoord vindt hij in de filosofie.
Stein ziet verslaving in essentie als een manier van denken, handelen en voelen die we maar blijven herhalen, terwijl we zo onze vrijheid beperken om te leven naar wat we werkelijk belangrijk vinden. Een vrij leven is, zo zegt hij, een leven dat in overeenstemming is met onze diepste overtuigingen. Dit is geen psychologisch of medisch vraagstuk, maar een filosofisch probleem omdat het ons terugbrengt naar een vraag die de filosofie al eeuwenlang stelt: wat is het goede leven?
Voor zijn filosofische verslavingstherapie gaat Stein vooral te rade bij Spinoza: hij noemt diens filosofie een ‘medicijn’. Deze zeventiende-eeuwse denker kende het begrip verslaving niet, maar had het over machteloosheid, die voortkomt uit onwetendheid. Iemand die machteloos is, heeft de illusie vrij te zijn, maar is in werkelijkheid slaaf van gewoontes, hartstochten en impulsen van buitenaf. Zo’n persoon heeft een onjuist idee over wat goed is (de snelle bevrediging van zijn verlangens) en over wat vrijheid is (toegeven aan je verlangens). Als deze persoon echter redelijk zou nadenken, zegt Spinoza, en al filosoferend zou inzien hoezeer zijn of haar leven bepaald wordt door externe factoren, dan zou diegene vrij kunnen worden. Zo iemand zou dan afstand kunnen nemen van zichzelf en keuzes kunnen maken die in overeenstemming zijn met wat hij of zij eigenlijk wil.
Deze spinozistische behandeling leunt sterk op het idee dat de redelijkheid uiteindelijk overwint. Als iemand die verslaafd is door te filosoferen (het liefst samen met anderen, zegt Stein) inziet dat het handelen niet in overeenstemming is met het goede leven dat hij of zij ‘eigenlijk’ wil, dan hoeft zo iemand alleen maar dit handelen met dat idee van het goede leven in overeenstemming te brengen. Dat roept een vraag op: is redelijkheid iets universeels en wil iedereen (als je maar lang genoeg filosofisch doorvraagt) uiteindelijk toch het goede voor zichzelf en voor anderen? Het is een mooi idee, maar het veronderstelt wel een optimistisch mensbeeld. Iemand die minder optimistisch is, zou zeggen dat bij veel mensen de irrationele drijfveren en verlangens overheersend zijn en dat het slechts weinigen gegeven is om te leven onder leiding van de rede. Of zoals Spinoza zegt aan het eind van de Ethica: ‘Al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam.’