Rusland Recente boeken pogen in het hoofd van Vladimir Poetin te kruipen. Inmiddels zijn er genoeg concrete aanwijzingen om vast te stellen hoe de Russische president de wereld ziet. Poetin heeft zijn eigen messianistische rol, plus de vermeende miskenning én de expansiedrang van de Russische staat tot raison d’être verheven.
Andrei Kolesnikov: The Closing of the Russian Mind. How Putin’s Ideology Took the Nation Hostage. Polity Press, 250 blz. €34,95
Alexander Etkind: Rusland. Een strijd tegen moderniteit. (Russia against Modernity) Mazirel Pers, 192 blz. €22,50
Wat gaat er om in het hoofd van Vladimir Poetin? Sinds Rusland op 24 februari 2022 met een enorme legermacht Oekraïne binnenviel, is die vraag prangend. Zou het bijvoorbeeld echt zo zijn dat hij, zoals zijn minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov in de dagen na die invasie zei, zich slechts liet adviseren door illustere voorgangers zoals Ivan de Verschrikkelijke, Peter de Grote en Catherina de Grote, die hun rijk uitbreidden met alle gebieden waarvan ze meenden dat die binnen de Russische invloedssfeer en culturele traditie behoorden te liggen?
Beatrice de Graaf en Niels Drost: Poetins tsaristische droom. Geschiedenis als wapen in de Russische politiek. Prometheus, 268 blz. €22,99
Drie recent verschenen boeken proberen antwoord op die vraag te geven. Terwijl de auteurs weten dat het bij gissen blijft, al zijn er genoeg concrete aanwijzingen voor het duiden van de koers die Rusland sinds 2022 vaart.
Het beste van deze boeken is zonder twijfel The Closing of the Russian Mind. How Putin’s Ideology Took the Nation Hostage van de in Moskou wonende Russische journalist en politiek analist Andrej Kolesnikov. Een betere Poetin-kenner bestaat er welhaast niet, al is het maar omdat Kolesnikov voor de Russische krant Kommersant Poetin jarenlang van nabij kon volgen en spreken. Daardoor heeft hij een scherp inzicht verworven in de geleidelijke ontwikkeling van diens ideologie.
Rode draad in zijn boek is de unieke ‘speciale weg’ die Rusland in de loop van de geschiedenis volgens Poetin zou zijn ingeslagen. Die weg wordt bepaald door een gewelddadig verleden en het lijden van de Russische bevolking, waardoor ook een ‘speciale mens’ is ontstaan. Kolesnikov vindt dat duidelijk flauwekul. Volgens hem komen deze ideeën van een uniek eigen karakter eerder voort uit een minderwaardigheidsgevoel ten opzichte van het Westen en is het een aangevoerde reden om universele waarden, instituties en modernisering te verwerpen die niet bij Rusland zouden horen.
In die ‘speciale mens’ gelooft hij evenmin, aangezien gewone Russen eerder geneigd zijn zich zoveel mogelijk onzichtbaar te houden voor de staat om nog een enigszins normaal leven te kunnen leiden. Dat verklaart meteen waarom zoveel Russen hun individuele verantwoordelijkheid vaarwel hebben gezegd en het uitblijven van hervormingen, zoals de aanpak van de immense corruptie en het gebrek aan transparantie in de politiek, klakkeloos accepteren. In ruil voor hun door de staat gegarandeerde levensonderhoud laten ze zich daarom voorschrijven hoe ze moeten denken. Het gevolg is volgens Kolesnikov een Russische variant van het Stockholm-syndroom, waarin de ‘gegijzelde’ bevolking steeds meer begrip krijgt voor de politiek van Poetin, hoe ongeloofwaardig die ook is.
Poetins denken zou bepaald zijn door zijn frustratie over de ondergang van de Sovjet-Unie, waarvan hij het Westen de schuld geeft. Om te benadrukken dat Rusland anders is, heeft hij een narratief van een groots, duizend jaar oud en mythisch verleden laten opstellen, dat weinig met de historische werkelijkheid te maken heeft. De propaganda op de staatstelevisie zorgt er echter voor dat een groot deel van de Russen in dit narratief gelooft. Alleen daarom al steunt een fors deel van de Russen Poetins oorlog in Oekraïne, die wordt voorgesteld als een aanvalsoorlog van het Westen om Rusland via zijn proxy-staat Oekraïne te vernietigen.
Sinds de terugkeer van Donald Trump in het Witte Huis in januari 2025 lijkt de VS in de Russische propaganda niet meer bij dat Westen te horen. Zo beweerde in 2025 diezelfde minister Lavrov, die eerder geen goed woord over had voor Trumps voorganger Joe Biden, dat het gevaar voor Rusland 500 jaar lang uit Europa kwam, terwijl het van de VS nooit iets te vrezen had. De Britten en de ‘Eurofascisten’ krijgen daarentegen de volle laag. En dat terwijl Europa voorafgaand aan de revolutie van 1917 Ruslands grote voorbeeld was en Poetin in de eerste jaren van zijn bewind onafgebroken flirtte met alles wat Europees was. Zijn propaganda maakt nu slim gebruik van deze omslag door Rusland neer te zetten als de hoeder van de Europese waarden, die het ‘decadente en goddeloze’ Europa zelf zou zijn vergeten. Alleen daarom al zouden landen zich onder de veiligheidsparaplu van Moskou moeten scharen in een Euraziatische bond.
Volgens Kolesnikov heeft Poetin in het verlengde van die opvatting inmiddels een messianistische rol aangenomen, voortkomend uit de fantoompijn van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie na 1991. Het gevolg daarvan is zijn tomeloze agressie, zowel tegen het buitenland als tegen landgenoten die het niet met hem eens zijn.
In die ideologie krijgt ook dictator Stalin als vader des vaderlands een steeds grotere rol toebedeeld, waarmee Poetin zijn land zeventig jaar in de geschiedenis heeft teruggeworpen. Kolesnikov grijpt terug op een artikel van de Amerikaanse diplomaat George Kennan, die in zijn beroemde ‘Mr. X’-artikel ‘The Sources of Soviet Conduct’ (1950) in het tijdschrift Foreign Affairs schreef: „De politieke aard van de Sovjetmacht, zoals we die vandaag de dag kennen, is het resultaat van ideologie en omstandigheden.” Precies dat is volgens Kolesnikov ook nu aan de hand, waarbij de ‘omstandigheden’ slaan op een dictator die geobsedeerd is door zijn missie. De daarbij aansluitende ideologie heeft Ruslands pariastatus en expansiedrang tot een raison d’être verheven. Kolesnikov concludeert dan ook dat Poetins 25 jaar durende bewind en de ideologie van een unieke Russische weg Rusland zowel in een menselijke catastrofe als in een archaïsch verleden hebben gestort.
Het eerste officiële portret van Vladimir Poetin uit 2000.
Het wezen van dat Russische zelfbeeld is ook al terug te vinden in het verhaal ‘Conversation Piece’ van Vladimir Nabokov uit 1945. Daarin zegt een voormalige kolonel van het Witte Leger – een immigrant in de VS: „Het grote Russische volk is ontwaakt en mijn land is opnieuw een groots land. We hadden drie grote leiders. We hadden Ivan, die door zijn vijanden de Verschrikkelijke werd genoemd, daarna hadden we Peter de Grote en nu hebben we Josef Stalin. Ik ben een Wit-Rus en heb gediend in de Keizerlijke Garde, maar ik ben ook een Russische patriot en een Russische christen. Vandaag voel ik de kracht uit elk woord dat uit Rusland komt, ik voel de pracht van het oude Moedertje Rusland. Zij is opnieuw een land van soldaten, religie en ware Slaven.” Het zou zo door Poetin gezegd kunnen worden, meent Kolesnikov, die vervolgens over het huidige Rusland schrijft: „Een gemilitariseerd rijk, dat zichzelf heilig en geheiligd door God voelt, en verblind wordt door het meest vulgaire nationalisme…”
Ook de ideologische vooroordelen over het Westen, het begaan van wreedheden tegen de eigen bevolking, het traditionele gevoel van wantrouwen en onveiligheid ten opzichte van de buitenwereld en de cultivering van de mythe van een vijandige externe omgeving voor binnenlands politieke doeleinden zijn bekende elementen uit het Sovjet-verleden, die je volgens hem ook terugziet in Poetins politiek. Ook toen draaide alles om machtsbehoud.
De Russische historicus Alexander Etkind, die al jaren hoogleraar in Wenen is, voegt een extra laag aan Kolesnikovs betoog toe door zich in zijn boek Rusland. Een strijd tegen moderniteit op de olie- en gashandel met het Westen te richten, die essentieel is voor het voortbestaan van het Poetin-regime. Volgens hem voert Rusland dáárom een gevecht tegen de westerse opvattingen over klimaatverandering, energietransitie en digitalisering. Vandaar de ondermijning van het Kyoto-klimaatprotocol van 2004 en de valse beloftes van CO2-vermindering door president Medvedev in 2009. Volgens Etkind is het Kremlin er alles aan gelegen om de enorme inkomsten uit de olie- en gasexport te handhaven door olie en gas te blijven oppompen.
Met een beetje geluk wordt door de opwarming van de aarde de noordelijke doorvaart langs de noordkust van Siberië bevaarbaar, wat Rusland goed zou uitkomen. In dit verband is ook belangrijk dat de Russische staat voor zijn inkomsten niet afhankelijk is van zijn bevolking, maar alleen van de exploitatie van zijn natuurlijke grondstoffen. De daaruit voortkomende rijkdom is weer nodig om het enorme veiligheidsapparaat in stand te kunnen houden, dat in wezen de enige echte Russische staat is.
Ook is van belang dat de olie- en gaswinning niet erg arbeidsintensief is en de staat de bevolking er niet voor nodig heeft. De gevolgen daarvan zijn desastreus voor de samenleving als geheel, omdat de staat zich nog minder voor het wel en wee ervan interesseert.
Bovendien is de winst uit olie en gas veel hoger dan die uit de bouw van vliegtuigen of kernreactoren. Die takken van industrie zijn dan ook vrijwel stil komen te liggen, terwijl het aantal ingenieurs en metaalbewerkers in het verlengde daarvan drastisch is gedaald. Vandaar dat het land behalve olie en gas vrijwel niets deugdelijks produceert, of het moeten de tanks, drones en pantservoertuigen zijn die tegenwoordig uit de staalfabrieken rollen en tijdelijk soelaas bieden. Als gevolg hiervan is volgens Etkind een parasitaire staat ontstaan: een politieke gemeenschap die weliswaar de kenmerken van een staat bezit, maar zijn functies niet vervult.
Gezondheidszorg en onderwijs zijn in zo’n samenleving irrelevant. De bevolking raakt hierdoor steeds meer overbodig en kwijnt weg. Vandaar ook dat de ontwikkeling van een maatschappelijk middenveld in Rusland geen kans krijgt. In zo’n maatschappelijk vacuüm wordt de staat, oftewel de kleine elite die het voor het zeggen heeft, schatrijk, onderdrukt daarbij de bevolking en begint, zoals Etkind schrijft, vroeg of laat een agressieve oorlog. De mythe van een groots verleden is dan ook niet bedoeld om de Russen enig gevoel van eigenwaarde te geven, maar om hen te mobiliseren voor de verdediging van het regime.
Beatrice de Graaf en Niels Drost voeren in Poetins tsaristische droom de vermeende miskenning door het Westen op als verklaring voor Poetins imperialistische politiek, waarbij ook zij zich baseren op diens mythe van een uniek en groots Russisch verleden. Daarbij grijpen zij terug op Poetins voorganger Boris Jeltsin, die na de val van de Sovjet-Unie de noodzaak inzag om de nationale trots van zijn land te herstellen om zijn volk nog enig gevoel van waardigheid te geven.
In hun boek leggen ze op grond van empirisch onderzoek de nadruk op de quasi-religieuze wortels van Poetins denken, die zij in zijn meeste toespraken hebben gesignaleerd. Over het wezenlijke belang daarvan kun je twisten, omdat het bij Poetin uiteindelijk om ordinair machtsbehoud draait. Hoogstens heeft het regime er in dat opzicht baat bij om de uit de dagen van de reactionaire tsaar Alexander III stammende ideologie van ‘autocratie, orthodoxie en nationaliteit’ te propageren als het enige middel om de orde in het land te handhaven.
Interessant is in dat opzicht wel de door de auteurs opgediepte uitspraak van Poetin uit 2006 dat zijn familie driehonderd jaar in hetzelfde dorp leefde en daar wekelijks naar de kerk ging. Met die woorden wilde hij niet alleen de religieuze wortels van zijn land benadrukken, zoals De Graaf en Drost schrijven, maar ook laten zien dat Rusland het gelukkigst zou zijn als het terugkeerde naar de tijd waarin de meerderheid van de bevolking boer was en geregeerd werd door een kleine autocratische elite. Poetin speelt hierbij in op het ideologische vacuüm dat na de val van het communisme ontstond en dat de Russisch orthodoxe kerk, Poetins trouwste bondgenoot, gretig opvulde.
Vladimir Poetin in augustus dit jaar.
Ook laten De Graaf en Drost zien hoe de flirt van Poetin met Europa bekoelde toen in 2003 in Oekraïne een kleurenrevolutie uitbrak die pro-westerse krachten aan de macht bracht, waardoor de Russische invloedssfeer ineens drastisch werd ingeperkt. Vanaf dat moment haalde het Kremlin alles uit de kast om datzelfde Europa, grootafnemer van Russisch gas, in een kwaad daglicht te stellen en het – ten onrechte – te beschuldigen van valse beloften met betrekking tot de uitbreiding van de NAVO en de EU. De echte reden voor die kwaadsprekerij zien de auteurs terecht in de angst van het Kremlin voor een verdere afkalving van zijn vroegere imperium, dat zich voor 1989 uitstrekte tot in Oost-Duitsland.
Ondanks de originele aanpak is veel van wat je in Poetins tsaristische droom leest bekend. En dat komt vooral doordat de beide auteurs te veel waarde hechten aan het belang van het religieuze aspect in Poetins cynische machtsdenken. Dat de oorlog tegen het ‘fascistische, genocidale, satanische en nazistische’ Oekraïne een middel van radicale verlossing van de westerse, decadente antichrist zou zijn, zullen maar weinig Russen geloven. Eerder is liefde voor het vaderland de reden dat een aanzienlijk deel van de Russische bevolking meent dat Poetin, nu hij eenmaal met een oorlog begonnen is, die ook moet afmaken zonder hem te verliezen.
In de Russische geschiedenis vertellen woorden tenslotte zelden de hele waarheid. Dat brengt je weer terug bij Kolesnikov, die in zijn briljante boek benadrukt dat Poetin geen op zichzelf staand verschijnsel is. Zo voorspelde eind jaren negentig een groep jonge Russische ondernemers dat, gezien de economische onrust in hun land, de opkomst van een Poetin-achtige autocraat zeer reëel was. Dat die leider zou dreigen met een nucleaire winter als hij zijn zin niet kreeg, kon toen nog niemand zich voorstellen. Zo’n analyse maakt je sceptisch over de toekomst van Rusland ná Poetin. De wortels van dit wereldbeeld gaan terug tot ver voor diens presidentschap, de agressieve ideologie zou zijn vertrek dan ook heel goed kunnen overleven.