En weer gaat een staatssecretaris in de Tweede Kamer door het stof vanwege gemaakte fouten in het toeslagenschandaal. Tegelijkertijd staat hij vierkant achter zijn belastingambtenaren, want die zouden van goede wil zijn. Maar de stapel bewijzen van het tegendeel groeit.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
‘We moeten ruiterlijk erkennen dat we dit niet goed hebben gedaan. Het spijt ons en we bieden onze excuses aan.’ Eelco Eerenberg, D66-staatssecretaris van Belastingzaken in het kabinet-Jetten, verontschuldigt zich donderdag tegenover de Tweede Kamer voor het achterhouden van informatie in het toeslagenschandaal.
Menig toehoorder zal overvallen zijn door een déjà-vugevoel. Want vele malen eerder boden bewindspersonen excuses aan voor het verkeerd of niet informeren van het parlement over cruciale aspecten van het kinderopvangtoeslagdrama.
Eerenbergs verre voorganger Menno Snel had in december 2019 de primeur. Zijn excuses betroffen niet alleen het leed van de getroffen gezinnen, maar ook het onder de pet houden van informatie. Snel wist dat het aantal gedupeerden veel groter was dan de paar honderd die de onderzoekscommissie-Donner identificeerde, maar deelde dat niet met de Kamer.
Snel geloofde tot zijn aftreden dat de Belastingdienst zelf schoon schip kon maken. Dit terwijl de commissie-Donner constateerde dat de dienst schuldig was aan ‘institutionele vooringenomenheid’ tegenover sommige toeslagenouders. Een conclusie die maar op één manier kon worden uitgelegd: de Belastingdienst (of op zijn minst onderdelen daarvan) kampt met een cultuurprobleem.
Snels opvolgers hebben steeds gezegd dat er een cultuurverandering nodig is bij de Belastingdienst. Snel werd diverse keren onvolledig geïnformeerd door zijn eigen ambtenaren, wier handelen hij vervolgens in de Tweede Kamer moest verdedigen.
Een belangrijk bewijsstuk dat de Belastingdienst zoekmaakte, was het memo-Palmen. Belastingdienstjurist Sandra Palmen schreef in 2017 in een intern advies dat de dienst ten onrechte kinderopvangtoeslagen had stopgezet en dat gedupeerde ouders compensatie verdienden. Diezelfde Palmen zegt nu als staatssecretaris Toeslagen met Eerenberg ‘sorry’ omdat zij de Tweede Kamer niet tijdig geïnformeerd heeft.
Haar memo kwam eind 2020 pas boven water toen Palmen moest getuigen voor de Parlementaire Ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (POK). De POK kon niet achterhalen hoe het memo kon ‘verdwijnen’. Twee topambtenaren van de Belastingdienst beweerden tijdens hun verhoor dat zij het memo niet kenden. Uit onderzoek van RTL Nieuws en Trouw bleek later dat zij waarschijnlijk onder ede hadden gelogen, een strafbaar feit. De Belastingdienst verdonkeremaande het memo volgens Trouw en RTL bewust om lastige vragen van de Kamer te voorkomen.
Ook de POK zag kwade opzet bij de Belastingdienst en het kabinet. Uit het eindrapport: ‘De informatievoorziening werd in meerdere gevallen ingegeven door gewenste juridische of politieke uitkomsten, resulterend in het slechts gedeeltelijk, vertraagd of niet verstrekken van informatie’.
Eind 2025 constateerde de Inspectie belastingen, toeslagen en douane na eigen onderzoek dat de Belastingdienst ook structureel documenten achterhoudt in rechtszaken tegen burgers. De inspectiedienst stelt vast dat belastingambtenaren geneigd zijn in rechtszaken vooral documenten aan te leveren die de Belastingdienst goed uitkomen. Documenten die de zaak van de burger ondersteunen, zijn opvallend vaak ‘niet beschikbaar’.
De excuses van Eerenberg volgen op een recent onderzoek van accountantsbureau BDO naar de gang van zaken rond een ‘datakluis’ van de Belastingdienst. Dit is een afgeschermd databestand met 64 miljoen documenten, waarvan een deel in 2023 overhandigd had moeten worden aan de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening.
Het nalaten daarvan is een schending van grondwettelijke inlichtenplicht aan het parlement. Eerenberg geeft dat toe (vandaar zijn excuses), maar wil niet met een beschuldigende vinger naar zijn ambtenaren wijzen. Volgens hem bevat het BDO-rapport geen aanwijzingen dat de Belastingdienst de documenten moedwillig heeft achtergehouden. Daarom wil hij geen aangifte doen van mogelijk strafrechtelijk handelen.
Een deel van de oppositie is het daar niet mee eens. SP-fractievoorzitter Jimmy Dijk wil dat Eerenberg aangifte doet, opdat het Openbaar Ministerie strafrechtelijk onderzoek kan doen. BDO schrijft namelijk dat meerdere ambtenaren in 2022 intern informeerden of de datakluis doorzocht moest worden ten behoeve van de parlementaire enquête. BDO kon alleen niet traceren wat er met deze signalen is gebeurd, dus of die opzettelijk genegeerd werden.
Het kabinet wil de datakluis nu alsnog laten doorzoeken door een onafhankelijke expertcommissie onder leiding van oud-GroenLinks-Kamerlid Senna Maatoug. Eerenberg en Palmen overwegen ook een tweede onafhankelijk onderzoek naar de gemiste of genegeerde ambtelijke signalen over de datakluis.
De SP, Denk, PVV en Groep Markuszower gaan er tijdens het debat hard in bij coalitiepartijen VVD, CDA en D66, die de resultaten van de twee niet-strafrechtelijke onderzoeken willen afwachten. D66-Kamerlid Mahjoub Mathlouti: ‘Het kabinet schrijft dat er geen aanleiding is te denken dat er in strijd met de wet is gehandeld. Ik moet daarop vertrouwen.’
Henk Vermeer (BBB) is niet de enige die zich afvraagt hoe een Kamerlid vertrouwen kan hebben in verklaringen van kabinet en Belastingdienst, nu die al zo vaak onbetrouwbaar zijn gebleken. ‘De taak van een volksvertegenwoordiger is toch niet te vertrouwen op wat hij aangeleverd krijgt, maar dat te controleren en zelf te beoordelen?’
Denk-Kamerlid Doğukan Ergin vindt dat Eerenberg met twee maten meet: ‘Tegen burgers zegt de overheid altijd: bij twijfel, doe aangifte’. Maar als de verdachten belastingambtenaren zijn, geldt dat blijkbaar niet.’
De staatssecretaris pareert dit verwijt met een opmerkelijk argument: door aangifte te doen zou hij zijn ambtenaren tegen zich in het harnas jagen. Dan zouden bij de Belastingdienst volgens hem ‘alle luiken dichtgaan’. Eerenberg gaat er kennelijk vanuit dat de dienst het onderzoek dan zal frustreren. Maar dat verdachten meestal niet willen meewerken aan een strafrechtelijk onderzoek, is in andere zaken toch meestal geen reden om van dat onderzoek af te zien.
Eerenberg staat ‘vierkant achter zijn ambtenaren’. ‘We moeten het in dit huis niet hebben over ambtenaren. Dat zijn deskundige, fijne mensen. Maar we hebben wel gezegd: dit mag nooit meer gebeuren.’
Luister ook naar onze politieke podcast ‘De Kamer van Klok’:
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant