Er zijn makers van tv-series voor wie je inmiddels blind de televisie kunt aanzetten. Damon Lindelof is zo iemand, bewijst hij met méér-dan-superheldenserie Lanterns.
is tv-recensent voor de Volkskrant en schrijft over film.
Er was een tijd waarin makers van superheldenfilms geen mogelijkheid onbenut lieten om te verwijzen naar filmklassiekers uit andere genres. Zo was Captain America: The Winter Soldier volgens de makers sterk geïnspireerd door paranoiaklassieker Three Days of the Condor. De eerste Avengers-film was volgens regisseur Joss Whedon gemodelleerd naar The Godfather. En voor de derde Iron Man-film hadden de makers naar eigen zeggen weer goed gekeken naar Apocalypse Now.
En wat te denken van Thunderbolts, waarbij in de trailer gretig werd verwezen naar allerlei moderne arthouseklassiekers? ‘Met de sterren uit Midsommar en A Different Man’, ‘van de productiondesigner van Hereditary’ en ‘van de editor van Minari’, lazen we in de titelkaartjes. Dat het maar even duidelijk was dat dit heus niet zomaar een superheldenfilm zou gaan worden, nee, Thunderbolts was daadwerkelijk artistiek verantwoord!
Het voelde bijna alsof al deze regisseurs zich willen verschuilen achter de filmgeschiedenis; alsof een superheldenfilm op zichzelf niet genoeg is. Hoewel de absolute hoogtijdagen van het genre inmiddels enigszins achter de rug lijken te zijn, blijft die reflex iets merkwaardigs houden. Zeker in de jaren tien was de superheldenfilm de dominante factor in Hollywood, maar toch leken makers altijd een beetje bang te zijn om een superheldenfilm uitsluitend een superheldenfilm te noemen.
Die superheldenschizofrenie was eerder ook al enigszins zichtbaar in series als Wonder Man (een serie over een superheld die wil doorbreken in Hollywood) en WandaVision (een serie die allerlei klassieke sitcomformats gebruikte voor een superheldengezinsdrama).
Ook bij Lanterns, een van de grootste superheldenseries van dit jaar, wekelijks te zien op HBO Max, benadrukten de makers meerdere malen dat de serie vooral iets van True Detective zou hebben, het Amerikaanse misdaaddrama. En waar een serie als WandaVision na een veelbelovend begin uiteindelijk net geen geslaagde balans vond tussen de genres, doet Lanterns dat wél. Het sfeertje is inderdaad behoorlijk True Detective-achtig, maar het staat volledig in dienst van het centrale superheldenverhaal.
Lanterns draait daarbij vooral om de dynamiek tussen superheld Hal Jordan (Kyle Chandler) en zijn gretige mentorleerling John Stewart (gespeeld door Aaron Pierre). Hal is een Green Lantern, een soort space cop die belast is met het beschermen van een deel van het universum, waaronder de aarde.
Maar toch vooral is hij een cynische vijftiger, die tot zijn frustratie van zijn superieuren te horen krijgt dat hij John moet klaarstomen voor het grote werk. En dus trekken ze samen naar een typisch Amerikaans plaatsje in Nebraska, waar mogelijk allerhande gedoe gaande is met aliens. En natúúrlijk zijn daar ook de nukkige sheriff (fijne rol van Kelly Macdonald) en de wantrouwende locals die het maar niets vinden dat Hal en John komen rondsnuffelen in het stadje.
Dat Lanterns een geslaagde exercitie is, lag in de lijn der verwachting. Niet per se door het bronmateriaal zelf (een eerdere filmversie van Green Lantern uit 2011 geldt nog altijd als een vrijwel alom verguisde flop), maar vooral door de betrokkenheid van schrijver Damon Lindelof. Er zijn seriemakers voor wie je inmiddels blind de televisie kunt aanzetten. Vince Gilligan (Breaking Bad, Pluribus) is zo iemand, net als bijvoorbeeld Elizabeth Meriwether (die onlangs fantastische series maakte als Furious en Dying for Sex) en David Simon (The Wire).
Lindelof heeft die status inmiddels ook lang en breed verdiend, daar hij als showrunner verantwoordelijk was voor serieklassiekers als Lost, The Leftovers en Watchmen. Met die laatste serie (uit 2019) bewees Lindelof zich al als een maker die het superheldenstramien gebruikt om nog veel meer gelaagde verhalen te vertellen, in het geval van Watchmen bijvoorbeeld over systemisch racisme in de Verenigde Staten.
Met Watchmen liet Lindelof daarmee zien dat het heus niet altijd nodig is om zo trouw mogelijk te blijven aan het bronmateriaal. Het kan soms veel rijker en boeiender worden om het verhaal wat meer te kneden naar eigen gading, wat Lindelof in Lanterns samen doet met stripboekenschrijver Tom King en showrunner Chris Mundy (die eerder Ozark maakte). Lanterns had heel makkelijk een volbloed superheldenserie kunnen worden, met vooral spectaculaire actie en de gebruikelijke superheldensores, maar daar hebben de makers wijselijk voor gepast.
Lanterns draait toch vooral om de dynamiek tussen de twee protagonisten, die zowel komisch als dramatisch interessant blijkt. Het is hier inderdaad niet moeilijk om de vergelijking te trekken met een serie als True Detective, waarin het ook vaak draait om een speurdersduo dat met een bizarre (moord)zaak te maken krijgt. Het verschil met Lanterns is dat de detectives hier ook nog eens beschikken over superkrachten. Handig!
Die opzet komt het verhaal ook ten goede, bijvoorbeeld in de sterke derde aflevering, waarin we zien hoe de jonge John uiteindelijk wordt gerekruteerd als Green Lantern-trainee. Zo’n aflevering had vrij eenvoudig kunnen vervallen in clichés die vaker te zien zijn wanneer het gaat om het oorsprongsverhaal van een superheld. Maar hier staat het superheldenaspect perfect in dienst van een menselijk verhaal over het niet willen teleurstellen van je ouders, gefnuikte ambities en een gezin dat langzaam uit elkaar valt.
Op die manier heeft het daadwerkelijk meerwaarde dat een superheldenserie méér wil zijn dan dat. Het maakt Lanterns een van de boeiendere (superhelden)series van dit jaar.
Lanterns is te zien op HBO Max.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant