Home

Wat opviel bij parlementaire enquêtecommissie Corona? ‘Ze stelde zich vooral op als conflictbemiddelaar, dat heb ik niet eerder zo gezien’

Ronald Kroeze | directeur Centrum voor Parlementaire Geschiedenis De donderdag afgesloten parlementaire enquête Corona heeft 47 getuigen gehoord. De coronaperiode leidde tot veel polarisatie. Volgens hoogleraar Ronald Kroeze is tijdens de enquête inzicht verkregen in „de dilemma’s en emoties van de hoofdrolspelers”, wat het onderling begrip kan vergroten. Maar: de slachtoffers werden niet gehoord. „Dat had ook gekund.”

Een van de verhoren door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona, hier oud-minister voor Medische Zorg Tamara van Ark.

Wat hem het meeste opviel? Dat de parlementaire enquêtecommissie Corona zich tijdens de openbare verhoren vooral opstelde als „een conflictbemiddelaar”, zegt Ronald Kroeze, hoogleraar Parlementaire Geschiedenis aan de Radboud Universiteit en directeur van het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis. „De commissie heeft mensen bij elkaar gebracht die op gespannen voet stonden met elkaar en dat niet naar elkaar konden uitspreken. Dat is blijkbaar een nieuwe functie van een enquêtecommissie. Dat heb ik nog niet eerder zo gezien.”

De coronaperiode zorgde voor veel polarisatie en veel onbegrip, zegt Kroeze, ook in de politiek. „Tussen het ministerie van VWS – dat onder hoogspanning stond en waar hard werd gewerkt – en de Tweede Kamer, die laat over de inhoud van nieuwe coronamaatregelen werd geïnformeerd. Tussen de belangrijkste ministers uit het kabinet die de besluiten namen en de andere bewindslieden die niet overal bij mochten zijn en zich gepasseerd voelden. Tussen Kamer en de ambtelijke ondersteuning over wat er allemaal wel en niet kon.”

Het leidde, zegt Kroeze, tot mensen „die niet zo veel zin meer hadden met elkaar te praten, maar dat via de commissie nu alsnog hebben gedaan”.

Het openbaren door de commissie van beledigende WhatsApp-berichtjes tussen oud-minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) en oud-minister Hugo de Jonge (VWS, CDA) past daar ook in, vindt Kroeze. Zo noemde Grapperhaus toenmalig minister Arie Slob (CU) een „soepjurkje” en een „jankerd”, De Jonge omschreef collega Kajsa Ollongren (D66) als „een bak grind in de machine van ieder besluitvormingsproces”. Ook zei De Jonge dat Kamerleden „gestraft worden in het hiernamaals”, omdat ze het kabinet van het werk hielden.

Ronald Kroeze.

‘Collectieve traumaverwerking’

De commissie heeft door het voorlezen van die berichten de boel „op scherp gezet”, zegt Kroeze. „Daardoor kon iedereen zijn verhaal vertellen. We hebben inzicht gekregen in hun denken en handelen, we hebben de dilemma’s en de emoties van de hoofdrolspelers kunnen zien. Dat kan bijdragen aan meer begrip en het herstel van relaties.”

Is dat ook gelukt?

„We zitten middenin dat proces, dus dat weten we nog niet. Ik ben heel benieuwd naar de reflectie van de commissie hierop, hoe zij hier zelf op terugkijken.”

Maar was conflictbemiddeling wel het doel van deze commissie?

„Bij elke commissie gebeurt wel weer iets dat je niet verwacht. Deze commissie ontwikkelde zich ook tot mediator.”

Commissievoorzitter Daan de Kort (VVD) sprak eerder meermaals over ‘collectieve traumaverwerking’, waar de enquête ook een bijdrage aan moest leveren. Past deze conflictbemiddeling daar in?

„Die collectieve traumaverwerking is traumaverwerking voor de spelers in Den Haag geworden. Niet voor bijvoorbeeld gedupeerden en slachtoffers. Zo breed was het niet.”

Kroeze is gespecialiseerd in de geschiedenis van parlementaire enquêtes, het zwaarste informatie-instrument van de Tweede Kamer. Hij werkt op dit moment samen met anderen aan een boek met een overzicht van alle recente enquêtes, dat volgend jaar moet uitkomen. De afgelopen maanden volgde hij belangstellend de openbare verhoren van de coronacommissie, die op 29 mei begonnen en afgelopen donderdag eindigden. In die periode kwamen 47 getuigen langs, een aantal van hen twee keer. De commissie besloot geen extra getuigen op te roepen. Na afloop van het laatste verhoor zei dat voorzitter De Kort dat de commissie „voldoende informatie had opgehaald om een goed rapport te kunnen presenteren. Iemand extra oproepen is alleen nodig als dat heel cruciaal is.”

De commissie gaat nu maandenlang – in stilte – het eindrapport schrijven. „We gaan onderduiken”, zei De Kort. Het eindrapport wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2027 gepresenteerd.

De commissieleden stonden tijdens de verhoren enorm onder druk en waren gespannen, zegt hoogleraar Kroeze. Niet alleen omdat de coronaperiode een veelomvattende crisis was, maar ook door „de enorme polarisatie over dit onderwerp. Moet je dat weer allemaal aanzwengelen? Moet je weer oude wonden openrijten?”

Daar kwam bij dat de commissie moeizaam tot stand kwam. Eind 2021 stemde de Tweede Kamer unaniem in met de enquête, daarna ontstond er gedoe over welke onderwerpen moesten worden onderzocht, hoe uitgebreid het onderzoek moest zijn, en was er de vrees voor een politieke afrekening. Eenmaal ingesteld stapten er steeds leden uit de commissie, en na de Tweede Kamerverkiezingen van oktober vorig jaar dreigde zelfs de hele commissie niet meer terug te keren in de Kamer. „Dat zou een unicum zijn geweest”, zegt Kroeze.

Uiteindelijk bleef alleen voorzitter De Kort over. Kroeze: „Het was onduidelijk of er nog partijen wilden aansluiten, ze waren er niet happig op. De vraag was: gaat deze enquête überhaupt nog wel door?” Enkele maanden voor de verhoren begonnen, werd de commissie aangevuld tot vijf leden.

Het leidde allemaal tot een commissie die vooral op „kalme, nette en rustige” toon de verhoren deed. Kroeze: „Pas later in de tijd kwamen er gerichtere vragen en wat meer schwung, maar het was geen commissie die de hele tijd de grenzen opzocht, zoals de harde woorden die tijdens de Bijlmerramp-enquête (1998-1999) werden gesproken tegen oud-premier Kok. Hij had er na de ramp eerder in moeten duiken en de nazorg eerder serieus moeten nemen, was de kritiek. Of tijdens de enquête naar bouwsubsidies (1986-1988) richting oud-premier Lubbers.”

Bij de coronaverhoren, zegt Kroeze, „zaten er minder van zulke harde confrontaties in. Het is niet ontspoord.” De commissie legde van begin af aan „heel sterk” de nadruk op ‘lessen trekken’ in plaats van afrekenen, „veel meer dan in eerdere enquêtes. Meer vooruitkijken dus. Hoe kan het bij een volgende crisis beter? Getuigen namen dat over, ze kwamen zelf ook met wat beter zou kunnen.”

Maar is deze enquête dan niet vooral bedoeld voor de Haagse politiek zelf, om de sfeer te verbeteren, in plaats van voor de samenleving?

„Rondom enquêtes hangt, ook onder politici, een steeds sterkere sfeer van: ‘wat moeten we ermee? Er gebeurt toch niks mee’. Daar ben ik het niet mee eens. Na de RSV-enquête in de jaren tachtig [na forse staatssteun was de scheepsbouwer toch failliet gegaan] is bijvoorbeeld de staatsteunregeling, die oncontroleerbaar was, aangepast. Ook werd de regeling grote projecten ingevoerd, waardoor de Kamer meer informatie kreeg en veel beter kon controleren. En na de gaswinningenquête gingen bijvoorbeeld de gasputten dicht. Dan verandert er echt wel iets.”

Wat gaat er veranderen door de corona-enquête?

„Duidelijk is dat de parlementaire controle, een kerntaak van het parlement, een worsteling was. Er bleek geen protocol te zijn hoe, en hoe vaak, te vergaderen bij zo’n ernstige crisis. En over welke onderwerpen wel en over welke niet. Daar was geen eensgezindheid over. Ik verwacht dat dat nu goed wordt geregeld in een protocol. Ook het reflecteren tijdens de crisis moet beter, bijvoorbeeld het inbouwen van een reflectiemoment na zes weken, zoals oud-premier Rutte voorstelde. Even een stapje terugzetten.”

Er zijn ook dingen naar boven gekomen die we al vermoedden, maar nu dankzij de verhoren bevestigd zijn, zegt Kroeze. Zoals dat het ‘kernkabinet’ (de belangrijkste ministers) de besluiten in het Catshuis al nam, waarna de rest van de bewindslieden „informatie kregen en een beetje mochten terugduwen, maar zich vooral moesten voegen. Dat Casthuisoverleg was een bijzonder fenomeen.”

Heeft u iets gemist tijdens de verhoren?

„Het was zeer afgebakend, het ging veel over de Haagse besluitvorming. Er zijn geen gedupeerden en slachtoffers gehoord, dat gebeurde bijvoorbeeld bij de gaswinning wel. Dat had hier ook gekund. Het ging ook niet over de aanbestedingen. Dat was jammer, omdat je dan de omvang van de crisis in cijfers had kunnen laten zien. En had kunnen leren over hoe je bijvoorbeeld medicijnen grootschalig inkoopt. Bij eerdere enquêtes ging het vaak wel over de financiële kant. Het had ook goed gepast in deze enquête, in het vooruitkijken.”

Alles overziend: welk cijfer geeft u deze commissie en deze enquête?

„Haha, dat ga ik niet doen. Elke enquête is weer uniek. Die kun je niet op een schaal van 1 tot 10 met elkaar vergelijken.”

Corona-enquête

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next