Home

We hadden het over erotische literatuur, zeker, maar dat leek me geen reden voor een spontane visite

Peter Buwalda is schrijver en columnist van de Volkskrant

Ooit, ik heb er destijds over bericht, stopte Johan Derksen voor ons huis in een Volvo Stationcar en ging door het portierraampje als een maniak naar me zitten knikken en glimlachen. Ik maakte bevreemdende seconden door. Edoch, toen ik wat beter keek, bleek het mijn broer Mike die zijn baard had laten staan. Eind goed, al goed. (Eenmaal in de woonkamer, beweerde Mike dat hij, op zijn beurt, zittende in zijn Volvo, had gedacht dat ik Wilfred Genee was. En ik geloofde dat!)

Toch staat er soms iemand voor je huis die wel degelijk zichzelf is, zoals Elsbeth Etty.

Dat gebeurde op een geheel andere dag. Wederom keek ik naar buiten of Derksen eraan kwam. In mijn blikveld verscheen een vrouw met Brigitte Bardot-haar, ook wel: hooi-op-zolder. Het hooi stond in lichterlaaie, zo vuurrood was het, en zelfs nadat ik wat beter gekeken had, bleef het toebehoren aan Elsbeth Etty.

Kwam ze voor mij? We hadden elkaar wel eens ontmoet, jaren geleden in een televisieshow, we hadden het over erotische literatuur, zeker, maar dat leek me geen reden voor een spontane visite. Wat deed ze in onze uithoek?

Dat leek Elsbeth zichzelf ook af te vragen, want ze keek verdwaasd om zich heen. Ik opende de voordeur, en riep: ‘Elsbeth, zoek je iets?’

Slechte opening, het verschilde nauwelijks van: ‘Derksen, heb ik iets van je aan?’ Maar Elsbeth nam er geen aanstoot aan, ze antwoordde: ‘Ja, ik zoek het Sal Santen-bruggetje.’

Het Sal Santen-bruggetje. Klonk goed, op de een of andere manier. Ik ken het bruggetje niet, maar dat ging niet lang meer duren. ‘Wacht maar’, zei ik, ‘ik breng je er even heen.’ En ik riep onderaan de trap: ‘Ik breng even Elsbeth Etty naar het Sal Santen-bruggetje.’

Daar liepen we. Misschien keek mijn vriendin Jet ons na vanuit het raam. Dat moet een rare aanblik hebben geboden, Elsbeth Etty en ik die zomaar uit het niets, zonder dat de deurbel geklonken had, de straat uit wandelden.

Sal Santen, vertelde Elsbeth, kreeg zometeen een eigen bruggetje, en zij mocht het openen. Het was op de kruising van de Meteoren- en de Kometensingel.

Wat erg toevallig was, en waarvan ik Elsbeth niet op de hoogte stelde, was dat ik kort tevoren uit een ruilkastje een verhalenbundel van Sal Santen had gepakt, Een geintje heette het. Hij was een oude trotskist.

‘Alleen al om zijn korte verhalen’, zei ik, ‘zoals gebundeld in Het geintje, verdient Santen een eigen bruggetje.’

Elsbeth hoopte ondertussen dat het bruggetje niet ver meer was, want de festiviteiten gingen bijna beginnen. Ze had uit haar jaszak twee A4’s gepakt waarop ze soms een blik wierp: haar speech.

‘Het is vlakbij’, stelde ik haar gerust. Dat was mijn taak, Elsbeth kalm en kundig naar het Sal Santen-bruggetje toebrengen. Vagelijk had ik een kruising in gedachten, of was het een rotonde? Misschien moest ik het even opzoeken. Helaas was dat de moeilijkheid met het Sal Santen-bruggetje, ook Elsbeth was ertegenaan gelopen – het bestond nog niet. Pas over vijf minuten.

‘Kijk jij nog even je speech door’, zei ik tegen Elsbeth, ‘dan check ik even wat kruispunten.’

Het was al een mooie dag, maar hij werd nog mooier toen ik vaststelde dat het aanstondse Sal Santen-bruggetje het bruggetje was waarover ik een keer of vier per week naar de tennisbaan fietste. ‘Ik weet het’, zei ik opgelucht, maar rustig. ‘Volg mij maar.’

Toen we er waren, gaf ik Elsbeth een hand, en vertrok. Ik moest weer aan het werk. Ook daar leek Elsbeth niet van op te kijken.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Source: Volkskrant

Previous

Next