Home

De benzine wordt weer duurder

Ik lees op het ogenblik Iran’s Grand Strategy, a political history, van de Amerikaans-Iraanse politicoloog Vali Nasr, wiens verstandige uitspraken u regelmatig tegenkomt in de krant. Een mens met een benzineslurpende auto wil nu immers alles weten over de islamitische republiek en haar drijfveren; ik wel tenminste. Ik heb nu de helft gelezen, en die is voor een aardig deel gewijd aan die andere oorlog van Iran, de oorlog tegen Irak: 1980 tot 1988, in totaal minstens een half miljoen doden, enorme economische schade.

Het is een hernieuwde kennismaking met een voor Iran vooralsnog véél gewichtiger conflict dan dat van nu. Want samen met de bezetting van de Amerikaanse ambassade heeft de Iraakse oorlog het bijzondere karakter van de islamitische republiek en haar anti-Amerikanisme gevormd (wat u kunt gaan zien, als het ooit geen oorlog meer is, in het imposante Museum van de Heilige Verdediging in Teheran). En volgens mij wordt deze oorlog nú in zekere zin opnieuw gevoerd. 

Net zoals president Trump meedeelde het Iraanse regime te willen verdrijven, althans aanvankelijk, zo ging de Iraakse leider Saddam Hussein indertijd in de aanval om het nog piepjonge revolutionaire bewind van opperste leider ayatollah Khomeiny ten val te brengen. Saddam kreeg daarbij tamelijk enthousiaste steun uit de hele wereld, de Verenigde Staten en Europa voorop – Nederland liet zelfs de levering van stoffen voor Iraaks gifgas toe. De ‘opgelegde oorlog’ heet het conflict in Iraanse termen, en niet ten onrechte. Maar in plaats van een einde te maken aan de Iraanse revolutie verenigde de oorlog de bevolking achter haar leiders en ideologie en maakte de zojuist opgerichte Islamitische Revolutionaire Garde tot de dominante gewapende macht die zij tot op de dag van vandaag is. Alles en iedereen kwamen in dienst van de ‘heilige verdediging van het land en de revolutie’.

Niettemin kon Iran de strijd niet volhouden. Khomeiny wilde koste wat het kost doorvechten tot Saddam Hussein zou zijn gevallen, uit angst voor herhaling. In feite net zoals de huidige Iraanse leiders voor een vredesakkoord de garantie willen dat de Verenigde Staten (en Israël) niet opnieuw in de aanval gaan zodra het de dienstdoende leiders daar goed uitkomt. Maar er zijn meer parallellen, waaronder de rol van generaal Mohsen Rezaei. Rezaei (1954) werd in 1981 door Khomeiny benoemd als commandant van de Revolutionaire Garde. Hij was een havik die Khomeiny’s overtuiging deelde dat Iran hoe dan ook de oorlog moest voortzetten: „Rezaeis strategie was Khomeiny’s strategie”, aldus Nasr, en iedereen die daartegen inging, werd weggezuiverd.

Diezelfde Rezaei werd een maand geleden door de nieuwe (nog altijd onzichtbare) opperste leider Mojtaba Khamenei benoemd als de machtige secretaris van de Opperste Nationale Veiligheidsraad, waarin civiele en militaire instituties samenkomen. Rezaei karakteriseert de VS als onbetrouwbaar, waarin hij geen ongelijk heeft. Ook zegt hij dat Iran geen enkele stap terug zal zetten ten aanzien van zijn omstreden nucleaire programma of van Iraanse controle over de Straat van Hormuz, immers „belangrijker dan tientallen atoombommen” – wat nog te bezien valt nu naburige olielanden er pijpleidingen omheen bouwen.

En nu? Trump doet onverschillig en zegt dat het conflict „klein bier” (small potatoes) is. Maar ik zie ook dat in de VS de benzineprijs met 4,071 dollar per gallon (omgerekend nog geen euro per liter) bijna historisch hoog is en dat de Congresverkiezingen van november eraan komen. Terug naar Vali Nasr, dit keer vorige week tegen de Wall Street Journal: beide kanten moeten kiezen tussen toegeven en grootscheeps escaleren om te proberen zich los te vechten. „En escalatie kan dan een waarschijnlijker keuze zijn. Iran rekent erop dat zelfs als het naar de onderhandelingstafel terug moet en concessies moet doen, het minder concessies zou moeten doen als ze meer militaire druk kunnen zetten.”

Ja, het wordt escalatie. Ook hier wordt de benzine weer duurder.

Oorlog in Iran

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next