Home

Van Akkrum naar Amerika en terug: het bijzondere verhaal van bejaardenhuis Coopersburg – alleen deze zaterdag te bezoeken

Open Monumentendag Aan de rand van het Friese Akkrum staat het rijksmonumentale Coopersburg, in 1901 geopend als bejaardenhuis. Een bijzonder gebouw, maar het verhaal erachter is minstens zo fascinerend. Stichter Frank Cooper werd geboren in Akkrum, vertrok naar de VS en maakte daar fortuin. Alleen deze zaterdag, tijdens Open Monumentendag, is Coopersburg geopend voor publiek.

Coopersburg, een tehuis voor ouderen, werd in 1899 gesticht door de in Amerika rijk geworden Akkrumer, Folkert Harmens Kuipers, die zich in de VS Frank Cooper noemde. In mei 1901 werd het gebouw geopend.

Een groepje keurig geklede ouderen kijkt ontspannen in de camera. Het is 1901, het jaar waarin bejaardenhuis Coopersburg in Akkrum (een Fries dorpje nabij Sneek en Heerenveen) zijn eerste bewoners verwelkomt. Achter hen strekt zich een langgerekt gebouw uit van bruine bakstenen, afgewerkt met witte sierbanden en zwarte dakpannen.

Architectuurhistorisch valt het onder de zogeheten overgangsarchitectuur: een weinig sexy, maar toch veelzeggend hokje tussen de neostijlen en modernere stromingen als jugendstil en art deco. In het midden trekt een statig middendeel met zuilen en torentjes de aandacht. Aan weerszijden daarvan staan tien kleine woningen, elk met een eigen voordeur, erker en gevel. Los van elkaar zouden het haast huisjes kunnen zijn, maar samen vormen ze een imposant en opvallend symmetrisch geheel.

Nieuw leven in Amerika

Coopersburg is het levenswerk van de Friese Folkert Kuipers, die in 1866 via Harlingen in het Engelse Hull op een boot stapte om voorgoed zijn geluk in de Verenigde Staten te beproeven. Het was op z’n zachtst gezegd een roerige tijd toen hij de overtocht maakte: het bloed van de Amerikaanse Burgeroorlog was nog maar net opgedroogd, de toenmalige president Abraham Lincoln was even daarvoor doodgeschoten en in het ‘Wilde Westen’ waren gewapende conflicten tussen het Amerikaanse leger, kolonisten en verschillende inheemse naties nog aan de orde van de dag. Niet zo gek dus dat de ouders van de toen 22-jarige Folkert zijn vertrek met lede ogen aanzagen en hem alvast geld toestopten voor de terugreis. „Maar niets of niemand kon hem tegenhouden”, vertelt Anne Dijkstra, oud-voorzitter van de historische vereniging Akkrum Ald en Nij, lachend. „Hij was een ondernemende jongen, sprak goed Engels en was vastbesloten het te maken in Amerika.”

In New York City werd Folkert opgevangen en gecontroleerd bij Castle Garden op het zuidelijkste puntje van Manhattan – Ellis Island werd pas geopend in 1892 – en verwelkomd door Friezen die al eerder de overtocht hadden gemaakt. De extreme armoede in het 19de-eeuwse New York dwong hem om naar Buffalo te vertrekken, waar hij al snel werk én een vrouw vond. Een Nederlandse zelfs, de in Middelburg geboren Antonetta Gerrardina de Graaff. „Ze trouwden en verdienden een beetje geld met de verkoop van herenvesten die Nettie maakte, waardoor een paar jaar later een grote droom in vervulling ging: een eigen winkel”, gaat Dijkstra verder. „Folkert heeft veel aan zijn eerste vrouw te danken.”

Archieffoto (jaartal onbekend). Tweede van links staat Folkert Kuipers .

Toch leefde Nettie niet lang genoeg om het grote succes mee te maken; in 1879 stierf ze aan de complicaties van een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, nadat ze eerder vijf gezonde kinderen had gekregen. Afleiding voor zijn verdriet vond Frank – Folkert Harmen Kuipers bekt niet zo lekker in de VS, dus logischerwijs had hij zijn naam laten wijzigen in Frank Harmon Cooper – in doorwerken. Samen met mantelhandelaar Henry Siegel opende hij in 1887 zijn eerste grote warenhuis in Chicago. Een grote brand leidde in 1891 tot de opening van een nieuwe vestiging in een gigantisch pand aan een van de hoofdstraten van de stad. En dat succes leidde weer tot een ‘Big Store’ op de plek waar Frank het eigenlijk in 1866 al wilde maken: New York City.

Meet me at the fountain

Met die zaken schreven Siegel & Cooper warenhuisgeschiedenis. Pier van der Heide, bestuurslid van de historische vereniging: „In Chicago verkochten ruim tweeduizend medewerkers meubilair, kleding, kruidenierswaren en boeken. Verder zaten er in het gebouw een bank, arbeidsbureau, telegraafkantoor, dokter, tandarts en kappers – een slimme manier om van een bezoeker ook een klant te maken.” In New York had het warenhuis zelfs een kinderopvang en restaurants. Beide panden waren voorzien van de modernste voorzieningen: draaideuren, roltrappen, liften, elektrisch licht en zelfs airconditioning. Ook trof je in allebei de winkels bij binnenkomst meteen een sierlijke fontein aan. Een herkenbaar ontmoetingspunt voor klanten, waaruit in New York de bekende uitspraak ‘Meet me at the fountain’ voortkwam.

Frank had niet alleen oog voor zijn klanten, maar ook voor zijn personeel. Zo zorgde hij voor een ziekenfonds, sportfaciliteiten, woonruimte voor vrouwelijke medewerkers en zelfs vakantiehuisjes. „Frank H. Cooper is een naam in Chicago die gedurende minstens tien jaar gestaan heeft voor alles wat in de handelswereld modern en up-to-date is. (…) Zijn personeel treedt hij opgeruimd tegemoet en zijn persoonlijke aantrekkingskracht valt op waar hij gaat”, schreef de Chicago Tribune lovend in 1901.

Terug naar Akkrum

Franks groeiende fortuin zorgde ervoor dat hij regelmatig kon terugkeren naar Akkrum. Tijdens een van die bezoeken werd hij getroffen door de zichtbare armoede in zijn geboorteplaats, vooral onder ouderen, en besloot hij dat daar iets aan moest gebeuren.

In 1899 richtte hij de stichting Coopersburg op en vroeg hij gemeentearchitect Folkert Hoekstra om een tehuis te ontwerpen. Vervolgens ging het zeker voor die tijd erg rap: nog geen twee jaar later stond het gebouw er. Op 8 mei 1901 werd Coopersburg officieel geopend, een moment waarvoor Frank met een hele delegatie de oceaan overstak: zijn vijf kinderen en hun aanhang, een handjevol kleinkinderen en zelfs twee kindermeisjes.

Het tehuis voor ouderen Coopersburg.

Frank bleef ook na de bouw financieel verantwoordelijk voor zijn plan. Om de ouderen te onderhouden stortte hij een flink bedrag in de stichting, die werd bestuurd door regenten die hij zelf aanwees. Dat bestuur kwam samen in de regentenkamer, die zich in het middengebouw bevindt en nog grotendeels in originele staat is. Boven de haard prijken de namen van alle bestuursleden die Coopersburg door de jaren heen heeft gehad.

Uniek is ook het gastenboek dat sinds 1901 prominent op tafel ligt. Alle bezoekers van Coopersburg staan erin vermeld, van bloemisten, bakkers en koopmannen tot een journalist van het Algemeen Handelsblad. Ook aan Frank zelf herinnert de kamer. Aan de muur hangt een schilderij van zijn beroemde Big Store, dat hij liet maken voor zijn vader. Wie goed kijkt, ziet dat de raampjes van het warenhuis zijn ingelegd met parelmoer.

In elke woning – tweeëntwintig in totaal, waarvan twee in het middengebouw – was plek voor twee bewoners. Man of vrouw maakte daarbij niet uit, en ook geloof speelde geen rol. Dat was opvallend voor die tijd. „Hoe de bewoners zelf met die gemengde bewoning omgingen, weten we niet”, vertelt Jan Eijzenga, secretaris bij de historische vereniging. „Maar je kunt je voorstellen dat het niet altijd eenvoudig was om een woning met iemand te delen die je niet zelf had uitgekozen. In het archief hebben we aandoenlijke briefjes gevonden van bewoners die de regenten smeekten om niet bij een bepaalde alleenwonende persoon te worden geplaatst.”

Boven de haard prijken de namen van alle bestuursleden die Coopersburg door de jaren heen heeft gehad. Het gastenboek ligt op tafel.

Mausoleum in de tuin

De woningen zijn inmiddels eigendom van een woningstichting en niet te bezichtigen – ook niet tijdens Open Monumentendag. Wel toegankelijk is de weelderige tuin voor en achter Coopersburg, met slingerpaadjes, bruggetjes, een fontein en kruisvormige zonnewijzer. Maar de echte blikvanger staat verderop in de tuin: het mausoleum – ook een rijksmonument – van Frank en zijn eerste vrouw Nettie.

Een opvallende parel tussen het groen, maar bovenal het laatste eerbetoon van hun kinderen aan hun ouders. Het werd door een lokale architect ontworpen in een ingetogen art-nouveaustijl. Boven de zware houten entree zijn de portretten van Frank en Nettie gebeeldhouwd en aan weerszijden staan twee vrouwenfiguren, die rouw en de overwinning op de dood symboliseren. Daarachter liggen de twee grote tombes, uitgevoerd in wit marmer. In die van Frank werd zijn gebalsemde lichaam bijgezet. Nettie, die al in 1879 was overleden, werd uiteindelijk alleen nog met haar botten te ruste gelegd. Normaal blijft het mausoleum gesloten, maar deze zaterdag kunnen bezoekers ook de binnenkant bekijken.

Het mausoleum in de tuin van Coopersburg is tijdens Open Monumentendag ook van binnen te bekijken.

Open Monumentendag op Coopersburg is dit jaar extra speciaal, want het rijksmonument bestaat 125 jaar. In de tuin is daarom een fototentoonstelling te zien met oude beelden van Coopersburg en Akkrum. Ook worden twee splinternieuwe bronzen beeltenissen onthuld van Frank en Nettie, gemaakt door de Friese beeldhouwer Ben van der Geest. Maar waarom is er juist nu zoveel aandacht voor het echtpaar? „We zijn ontzettend trots op deze geschiedenis”, zegt Dijkstra. „Frank kwam van niks en werd groot in Amerika. Hij heeft daar een enorm leven en imperium opgebouwd, maar is altijd een van ons gebleven.”

Misschien is dat wel precies wat Coopersburg zo bijzonder maakt: het gebouw vertelt het verhaal van een man die de wereld introk en er fortuin maakte, maar zijn grootste blijvende stempel juist in zijn kleine geboortedorp achterliet.

Ook alléén dit weekend te bezoeken:Het Steiger, RotterdamEen kerk die geen kerk meer is. Een museum dat nog moet komen. Precies daartussenin ligt Het Steiger, een van Rotterdams opvallendste wederopbouwcomplexen. Tijdens Open Monumentendag gaan de deuren open. Een zeldzame kans om dit bijzondere gebouw van binnen te zien, vlak voordat een nieuw hoofdstuk begint.Oud-Kraggenburg, Kraggenburg (Flevoland)Een vuurtoren tussen de akkers? Oud-Kraggenburg heeft een bijzonder verhaal. Ooit was dit een kunstmatig eiland in de Zuiderzee, nu ligt het monument in de Flevolandse polder. Alleen dit weekend kun je de lichtwachterswoning en vuurtoren van binnen bekijken. Een zeldzame kans, want normaal is het particuliere terrein gesloten.Groeve Sint Pieter, MaastrichtAan de rand van Maastricht schuilt een compleet andere wereld. In Groeve Sint Pieter ligt een eeuwenoud gangenstelsel, uitgehakt in de mergel van de Sint-Pietersberg. Tijdens Open Monumentendag kun je afdalen in dit mysterieuze doolhof en ontdekken hoe hier eeuwenlang mergel werd gewonnen. Een verborgen wereld die je zelden van dichtbij ziet.Open Monumentendag, zaterdag 12 en zondag 13 september. Kijk voor het complete overzicht op openmonumentendag.nl

Geschiedenis en archeologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next