Home

Als we ruimte geven aan de menselijke rafelranden, komen we los van het AI-infuus

Kunstmatige intelligentie Het is volgens Roxane van Iperen de grote paradox van sociale media en AI: we worden eindeloos persoonlijk bediend, maar collectief verdwijnen we in dezelfde monocultuur. Dat stelt universiteiten voor een radicale keuze.

Heeft het nog zin naar de universiteit te gaan? Binnen de techwereld denkt men van niet. Kunstmatige intelligentie (AI) zal volgens Sam Altman van OpenAI menselijke cognitieve vermogens overtreffen, zoals informatie verwerken en problemen oplossen. ‘Echte’ docenten zullen op korte termijn worden vervangen door AI-docenten, die jongeren beter begeleiden dan de duurste privéleraar, voorspelt Geoffrey Hinton, Nobelprijswinnaar en ook wel bekend als de ‘Godfather van AI.’ De rijkste persoon op aarde, Elon Musk, ziet de universiteit alleen nog als een plek om lol te hebben en klusjes te leren doen.

Ik wil het liever niet met ze eens zijn, maar denk wel dat universiteiten een radicale(re) blik moeten vormen op de hedendaagse realiteit. En die realiteit is dat onze individuele menselijkheid en het weefsel onder ons samenleven worden bedreigd door de ideologie van een handvol machtige techbedrijven. Die dreiging voltrekt zich in twee fasen: eerst werd onze aandacht gekaapt, nu besteden we ook ons denken uit. Het resultaat is een verwatering van het mens-zijn zoals we nog niet eerder hebben gezien.

Roxane van Iperen is schrijver en jurist.

De huidige generatie studenten zal, bij overlijden, 25 jaar van zijn of haar wakkere leven op een scherm hebben doorgebracht. Techplatforms en sociale media verdienen geld met tijd, aandacht en emoties: woede, sensatie, verontwaardiging, vermaak, lust. De truc is deze gevoelens te versterken en de gebruiker te laten terugkomen. Alles moet kort, snel en direct bevredigend zijn, zoveel mogelijk beeld zonder taal of context. Het is alsof er een confettikanon wordt afgevuurd in de prefrontale cortex – zodra het ene filmpje is afgelopen, staat het volgende alweer klaar. Big Tech heeft onze aandacht gekoloniseerd, met onze hersenen als het nieuwe goud.

Dat verandert niet alleen hoe we onze tijd besteden, maar ook hoe we denken. In mijn laatste essay, Ik zie wat ik geloof (2026), beschrijf ik hoe het nieuwe fladderbrein zich voortbeweegt van prikkel naar prikkel, zonder dat de materie die we uren per dag kijken nog uitnodigt tot het leggen van verbanden, kritisch nadenken of het begrijpen van context.

Fruitvliegen zonder doel

Je ziet het terug in de manier waarop we lezen. We lezen niet alleen minder, we raken ook het vermogen kwijt tot deep reading: het trage, empathische en reflectieve lezen dat ons in staat stelt complexe ideeën te begrijpen en morele verhalen te vormen. In plaats daarvan zijn we massaal aan het skim readen: vluchtig lezen. Als fruitvliegen schieten we van hot naar her zonder geheugen of doel, aangetrokken door de sterkst riekende vuilnisbelt van menselijke emoties.

Wat we nu zien, zijn de eerste generaties jongeren die nog wel kúnnen lezen, maar steeds minder in staat zijn de aandacht bij een lang verhaal te houden, verbanden te leggen en complexe ideeën te doorgronden; die nuance, satire of ironie niet begrijpen – tenzij het wordt vergezeld van een emoji. Het lezen van gelaagde boeken, literatuur of lesmateriaal is voor miljoenen mensen onhaalbaar geworden en boeken zelf worden ook steeds simpeler, met kortere zinnen.

Geletterdheid wordt weer een klassenscheiding. Geletterdheid is niet: kun je lezen? Geletterdheid is: kun je begrijpen wat je leest? Kun je de tekst, de ondertoon en de context begrijpen? Fictie van non-fictie onderscheiden, wetenschap van storytelling? Steeds meer mensen weten niet meer het verschil tussen controleerbare feiten en complottheorieën, nemen de meningen over die ze hebben gehoord in podcasts of op sociale media, waar bijna alles is ingericht als een echokamer om zoveel mogelijk views, clicks en dus centen te genereren.

In autoritaire regimes is vermindering van het kritische denkvermogen van burgers een bewuste strategie: mensen die niet zelfstandig kunnen denken, zijn makkelijker te manipuleren en tegen elkaar op te zetten. Het probleem gaat dus niet alleen over het lezen van een boek, het gaat over het lezen van de wereld: politiek, ongelijkheid, belastingen, oorlogen – feitelijk alle kwesties op een stembiljet. En ook over emoties: angst, verdriet, haat, liefde. Als je die wezenlijke dingen niet meer begrijpt, onder woorden kan brengen of verwerken, en op iemand anders moet vertrouwen om je te vertellen wat je moet denken en voelen, is dat niet alleen gevaarlijk voor het individu, maar voor ons allemaal.

Waar de eerste fase van de kolonisatie door Big Tech nog gericht was op het kapen van onze aandacht, volgt nu de fase van cognitieve overdracht. AI neemt steeds meer denkwerk over. Om de problemen die hieruit voortvloeien beter te begrijpen én er collectief iets tegenover te stellen, denk ik dat we AI anders moeten benoemen. De technologie van AI, het verdienmodel, de chips die ervoor nodig zijn of de gigantische datacenters: voor ieder onderdeel bestaat nu een ander loket, met voor- en tegenstanders, experts en wensdenkers. Ook die fragmentatie is een machtsmiddel.

Maar AI ís niet enkel technologie, data-verzameling, chatbot of hardware. AI is een cultuur. Het is een set normen en waarden die vanuit de cloud over de wereld wordt uitgerold door een handjevol miljardairs.

Stelt u zich, hoog in de wolken, een gigantische blender voor met haarscherpe messen. In die blender verdwijnen alle originele, lokale en vreemde gebruiken, onze dialecten, kunst, kledingsmaak, rituelen en omgangsvormen. Onze boeken, liefdesbrieven, hersenspinsels, vurige verlangens en mislukte dromen. Alles wat schuurt of schittert, asymmetrisch of onbruikbaar is wordt opgeslokt en fijngemalen tot iets wat herkenbaar, verteerbaar en reproduceerbaar is. Ieder mens op de grond heeft een eigen lijntje met die blender, een infuus, en als ‘ie op de knop drukt komt er een persoonlijk samengestelde smoothie uit – wereldwijd miljoenen keren per dag. Muziek, kleding, nieuws, vermaak, politieke voorkeur: als een potje Olvarit krijgen we het toegediend, we hoeven niet eens meer te kauwen.

Dat is de grote paradox: we worden eindeloos persoonlijk bediend, maar collectief verdwijnen we in dezelfde monocultuur. Wat sinds het bestaan van de mensheid voortkwam uit lokale grond, een gedeelde werkelijkheid, frictie en traditie, komt straks uit een en dezelfde superblender in de cloud. Een recente analyse van bijna een miljoen teksten die door AI werden herschreven, wees uit: de inhoud bleef grotendeels behouden, maar de taalkundige diversiteit en complexiteit verminderde tot wel 50 procent. Niks ‘schier’, ‘jofel’, ‘gers’ of ‘vet’; voor je het weet drukt iedereen zich uit in de zielloze marketingbrij van LinkedIn.

Daarbij heerst de illusie dat algoritmen neutraal zijn. Integendeel: de smoothie wordt constant aangelengd met de voorkeuren van de mensen die ‘m maken, de tech-bro’s. Zij zijn de architecten van deze nieuwe cultuur en dragen hun wereldbeeld erin over. Zij beslissen welke variabelen wel of niet meetellen, welke vooroordelen en kernwaarden het algoritme moet versterken en hoe jouw aanbeveling eruitziet.

In zijn op 10 augustus verschenen manifest The future is for everyone beschrijft Mark Zuckerberg expliciet dat Meta zijn AI-systemen laadt met waarden die de Amerikaanse economie laten groeien en de nationale veiligheid bevorderen. En dan gaan de zogenoemde AI agents, gebaseerd op de beste modellen van de grote AI-labs, nog een stap verder: zij geven niet alleen antwoorden, maar handelen autonoom. Ze vullen formulieren in, beheren agenda’s en passen documenten aan. De ingebouwde normen blijven niet meer bij woorden, ze worden omgezet in daden.

Enkele van de machtigste tech-bro’s – types als Elon Musk, Peter Thiel en Larry Ellison – zijn aanhangers van een politieke ideologie die te kwalificeren valt als techno-fascisme. Hun greep op het Witte Huis én cruciale AI-infrastructuur wereldwijd is stevig; met de versmelting tussen de staat en de private sector staat weinig hen nog in de weg. Zij verspreiden hun wereldbeeld via AI voor onder andere militaire besluitvorming, doelwitsystemen, massasurveillance en financiële controle. Het is dan ook te beperkt om te blijven spreken van een technologische revolutie – dit gaat over de koers van de mensheid.

Onder een boom filosoferen

Als AI vanuit de cloud een monocultuur over de wereld uitrolt, is het bij uitstek de taak van universiteiten en andere onderwijsinstellingen om van onderop een tegencultuur te bieden. Een plek waar nog wel ruimte is voor menselijke frictie, twijfel, debat, fysiek contact, vertraging, doelloosheid, lezen en filosoferen.

En laten we eerlijk zijn: die ruimte werd ons niet pas afgenomen toen Big Tech of AI ontstonden. Wij zaten hier niet onder een boom over het leven te filosoferen, totdat Sam Altman en Marc Zuckerberg op een zelfrijdende tandem de campus op kwamen fietsen om de geesten van onze kinderen leeg te zuigen. De ruimte tot vrijdenken wás al gekortwiekt door decennia aan rendementsdenken, toetsingsdrang en spreadsheetlogica. Big Tech bood ons, in eerste instantie, simpelweg het dashboard waarmee we die behoefte verder konden automatiseren en opschalen.

Wij, de oudere generaties, hebben de rode loper uitgelegd die ons hierheen leidde. Als studenten in hoog tempo moeten produceren en niet de tijd krijgen om nog te leren lezen, denken, schrijven, twijfelen en falen, moeten we niet verbaasd zijn wanneer zij dorstig uit de techblender drinken. Wie alleen nog het eindproduct beloont, nodigt de machine uit om het proces over te nemen.

Willen we de strijd met de cloud aangaan, dan moeten universiteiten weer broedplaatsen worden voor de menselijke rafelranden, die als enige het ene individu onderscheiden van alle andere. Bied jonge mensen de ruimte hun rafelranden te tonen en ontwikkelen, anders dwing je ze aan dat AI-infuus.

Dát ben ik met de tech-bro’s eens: wij zijn geen betere machines dan de machines. Maar wel betere mensen dan de machines.

Dit essay is een bewerking van de tekst die Roxane van Iperen op 31 augustus 2026 voordroeg op de Vrije Universiteit in Amsterdam bij de opening van het Academisch Jaar.

Kunstmatige intelligentie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next