Home

Opinie: Europa mag niet wegkijken van verheerlijking oorlogsmisdaden

De verheerlijking van Ratko Mladić in Servië is niet slechts een kwestie van het verleden, maar actueel – en daarmee een uitdaging voor de vrede en veiligheid in Zuidoost-Europa.

Maandag werd Ratko Mladić begraven in Belgrado. Hij werd door het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië (ICTY) veroordeeld voor genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden die aan meer dan honderdduizend mensen het leven kostten en meer dan twee miljoen mensen in Bosnië en Herzegovina op de vlucht joegen.

Het lichaam van Mladić werd per militair vliegtuig naar Servië overgebracht, onder begeleiding van militairen en politie. De Servische staat organiseerde zijn begrafenis met militaire eer en saluutschoten. De plechtigheid werd bovendien uitgezonden door de publieke omroepen. Vijf ministers en andere prominente politieke vertegenwoordigers waren aanwezig.

De Servische staatsautoriteiten hebben daarmee een veroordeelde oorlogsmisdadiger verheven tot nationale held. Niet ondanks zijn misdaden, maar — en dat is het verontrustende — juist vanwege zijn rol daarin.

Over de auteur

Elmedin Konaković is minister van Buitenlandse Zaken van Bosnië en Herzegovina.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Geen excuses

Dertig jaar na de genocide hebben de Servische autoriteiten nog altijd geen woorden van excuses, medeleven of verzoening uitgesproken. In plaats daarvan zijn we de afgelopen tijd getuige geweest van bijeenkomsten, stadionmanifestaties, spreekkoren, symbolen en massademonstraties in heel Servië waarin een veroordeelde oorlogsmisdadiger wordt verheerlijkt.

De boodschap die daarvan uitgaat, is diep verontrustend: de ideologie en doelstellingen die ten grondslag lagen aan Mladićs misdaden zijn niet werkelijk verworpen. Het streven naar etnische overheersing en het gebruik van geweld tegen Bosniakken, Kroaten en andere niet-Serviërs leven in delen van het politieke en publieke discours nog altijd voort.

Dit gaat niet alleen over historisch-revisionistische beeldvorming. Het raakt rechtstreeks aan de vrede en stabiliteit in Zuidoost-Europa.

In 2024 voerde Servië intensief campagne tegen de aanneming van de VN-resolutie over de genocide in Srebrenica. Belgrado beweerde dat de resolutie het Servische volk collectief schuldig zou verklaren en de regio zou destabiliseren. Geen van beide beweringen is uitgekomen. De resolutie heeft geen destabilisatie veroorzaakt en bevatte geen enkele vorm van collectieve schuldtoewijzing aan het Servische volk.

Nationale trots

Toch wekken de Servische autoriteiten door Mladić te herdenken en met militaire eer te begraven opnieuw de indruk dat de misdaden uit de oorlog een zaak van nationale trots zijn. Dat mag niet onopgemerkt blijven. En het mag niet zonder gevolgen blijven.

Het Internationaal Gerechtshof (ICJ) stelde in zijn uitspraak van 2007 vast dat de Republiek Servië haar verplichting had geschonden om genocide te voorkomen en degenen die daarvoor verantwoordelijk waren te bestraffen. In plaats van resoluut afstand te nemen van de destructieve ideologieën die het voormalige Joegoslavië in een tragedie stortten, lijkt het Servische politieke establishment steeds vaker bereid de retoriek, verhalen en symbolen van die periode opnieuw te omarmen.

Europese leiders mogen de taal en retoriek van Servische staatsfunctionarissen niet negeren wanneer daarin haat en ontmenselijking opnieuw worden genormaliseerd. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog heeft Europa keer op keer geleerd dat fascisme en extreem nationalisme niet beginnen met massamoorden. Ze beginnen met het normaliseren van haat, het verheerlijken van misdaden en het systematisch ontmenselijken van hele bevolkingsgroepen.

Ontmenselijking

De bevolking van Bosnië en Herzegovina heeft die les op de meest pijnlijke manier geleerd. Genocide voorkomen betekent dat er al veel eerder moet worden ingegrepen. Dat vereist een duidelijke reactie op radicalisering en ontmenselijking, op de verheerlijking van misdaden uit het verleden, op het ontkennen van door rechtbanken vastgestelde feiten en op publieke retoriek die opnieuw geweld tegen Bosniakken en andere gemeenschappen in Bosnië en Herzegovina aanmoedigt of legitimeert.

Tot nu toe zijn de reacties van veel Europese leiders te terughoudend en ontoereikend geweest. Maar hoeveel rode lijnen moeten er nog worden overschreden voordat woorden opnieuw in geweld en militaire agressie worden omgezet? Hebben we dan niets geleerd van de oorlogen in het voormalige Joegoslavië? Hebben we niets geleerd van Oekraïne?

Servië streeft naar het lidmaatschap van de Europese Unie. Maar Europese waarden en fundamentele beginselen mogen daarbij niet onderhandelbaar worden. Een staat waarin het politieke klimaat oorlogsmisdaden en de verheerlijking van oorlogsmisdadigers tolereert en zelfs stimuleert, kan niet simpelweg doorgaan op de weg naar Europese integratie alsof deze ontwikkelingen er niet toe doen.

Resoluut reageren

Europese integratie is meer dan een geopolitiek project. Zij is gebaseerd op waarden als de rechtsstaat, mensenrechten, vrede en respect voor de waardigheid van ieder mens. Als Europese leiders niet resoluut reageren op de verheerlijking van oorlogsmisdaden en veroordeelde oorlogsmisdadigers; als zij fascisme, xenofobie en de ontkenning van genocide op Europese bodem niet krachtig bestrijden; als zij zwijgen wanneer publieke retoriek opnieuw geweld tegen hele gemeenschappen legitimeert, dan moet Europa zichzelf een fundamentele vraag stellen: Is dit het Europa waarin wij willen leven?

De verheerlijking van Ratko Mladić in Servië is niet slechts een kwestie van het verleden, maar een actuele uitdaging voor de vrede en veiligheid in Zuidoost-Europa. Europese leiders moeten nu beslissen hoe zij daarop reageren: met stilte en wegkijken, of met duidelijkheid en vastberadenheid.

Wij hopen oprecht dat Europa deze keer niet zal wachten tot het te laat is.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next