Gezondheid In het reguliere medische circuit vond Anouk Kragtwijk geen oplossing voor de buikklachten waarmee ze al jaren rondliep. Haar positieve ervaringen met orthomoleculaire therapie veranderden haar blik op het nut van alternatieve geneeswijzen.
De bast van de witte abeel, een boomsoort die in de traditionele kruidengeneeskunde gebruikt wordt tegen klachten als pijn en ontstekingen, koorts en verkoudheids- en luchtwegklachten.
Ik bereikte vorig jaar een mijlpaal: ik had twintig jaar buikpijn. Al jaren had ik een aangepast dieet. Uit mijn mond kwamen zinnen als: „Ik wil geen zongedroogde tomaatjes, ik heb vandaag ook al bleekselderij op.” Ik kampte met een waslijst aan vage klachten: rugpijn waardoor ik soms dagenlang krom stond als een heks, ontstekingen in mijn huid, tussentijds bloedverlies, pijn bij het vrijen, vermoeidheid en periodes van enorme honger. ’s Nachts ging ik vaak naar beneden en vrat alles wat ik kon vinden — bananen, brood met pindakaas, amandelmelk met boekweitvlokken en als toetje een slok olijfolie. Toch viel ik af. Door tekorten kreeg ik schokjes. Zat ik achter de computer te schrijven, schoot mijn been een paar millimeter opzij.
Twintig jaar buikpijn betekende twintig jaar vragen aan reguliere artsen om hulp. Die kreeg ik niet. Bij alle huisartsen waar ik langsging – zeven waren het er, door verhuizingen – had ik ‘gewoon’ prikkelbare darmen en kon ik met vezelzakjes en sterkte naar huis. Aan mijn schokjes werd lang niets gedaan. Toen mijn lijf om de dertig seconden uit het niets bewoog, durfde ik niet eens meer naar de dokter, bang dat die me zou betichten van aanstelleritis. Mijn lichaam begaf het en ik was de regie kwijt — maar er was niemand die die wel had.
Anouk Kragtwijk is freelance journalist en cabaretière.
Zo kwam ik terecht in de wereld van de alternatieven: de irrationelen, de kwakzalvers, de kruidenvrouwen. Nu de desinformatie toeneemt, lijken we intoleranter te worden voor mensen die anders durven te denken over gezondheid. Die veroordeling vind ik nogal opvallend, want die gaat ervan uit dat er überhaupt een arts ís die kan helpen. Voor veel vrouwen geldt dat niet. Vage vrouwenklachten zijn te lang aangezien voor vagevrouwenklachten. Er is door corona een beeld ontstaan dat veel mensen zijn weggelopen van de reguliere zorg, maar dat klopt natuurlijk niet: velen zijn stelselmatig weggestuurd.
Gelukkig maar. Want het verrijkte mijn denken over de gezondheidszorg. Ik heb mijn lijf eigenlijk gebruikt als experiment en daar wil ik over vertellen. Voor de duidelijkheid: ik ben gevaccineerd en ik zie de gevaren van alternatieve geneeswijzen. Daar is alleen wél al veel aandacht voor.
Dit stuk gaat over de positieve kanten. Door al dat shoppen bij acupuncturisten, natuurgenezers, osteopaten et cetera heb ik gezien wat de alternatieve zorg brengt. Alternatieve geneeswijzen stuwen de innovatie van de zorg.
In de reguliere zorg worden nu therapieën gebruikt die eerst als ‘alternatief’ werden bestempeld. Neem EMDR, een methode die is uitgevonden door de Amerikaanse Francine Shapiro, een vrouw die op het moment van haar vinding gepromoveerd was in de Engelse taal en psychologie studeerde. Ze had een achtergrond in het zogenoemde neuro-linguïstisch programmeren, een therapie die nog steeds wordt gezien als pseudowetenschap.
Toch wordt vermoed dat EMDR op dat neurolinguïstisch programmeren is gebaseerd. Peter Bugel, bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, schreef in 1989 in Het Parool dit: „De moderne modieuze wetenschap kan nu eerst met een slingerend voorwerpje de patiënt onder hypnose brengen om vervolgens de nare dingen die dan opkomen weg te wuiven. Kassa.” Tegenwoordig is EMDR in de geestelijke gezondheidszorg een veelvuldig gebruikte therapie voor traumaverwerking.
Ook mindfulness werd weggewuifd. Ronald van den Berg, psychotherapeut en bestuurslid van Vereniging tegen de Kwakzalverij, zei in 2015 op rtl.nl: „Mensen voelen zich fijn door de aandacht die ze krijgen en de tijd die ze aan zichzelf mogen besteden. Maar dat kun je ook op andere manieren bereiken, met een skivakantie bijvoorbeeld.” Ik vraag me af in wat voor bubbel je leeft als je een skivakantie aandraagt als alternatief voor een paar minuten ademhalen. Daarnaast wordt mindfulness inmiddels in de huisartsenrichtlijnen genoemd voor de behandeling van angst, depressie en stressklachten. Skivakanties niet.
De Chinese farmacoloog Tu Youyou ontving in 2015 de Nobelprijs voor Fysiologie of Geneeskunde voor een malariamedicijn, gebaseerd op een middel uit de Chinese geneeskunde. Tu onderzocht de literatuur over kruidengeneeskunde en ontdekte de potentie van zomeralsem, een plant die vroeger door Chinese kruidenartsen werd gebruikt om koorts te behandelen. Dat kruiden een bron zijn voor medicijnen, is natuurlijk al lang bekend. Zo was wilgenbast een voorloper van aspirine. De werkzame stof, salicylzuur, wordt door de boom aangemaakt.
Andere basisopvattingen die al decennia in de alternatieve zorg leven, druppelen nu pas door naar de reguliere zorg. De samenwerking van lichaam en geest, hoe belangrijk het is om suiker te laten staan omdat die stof de ontstekingsgraad in je lijf doet stijgen, dat gezonde voeding de symptomen van chronische ziektes als diabetes en reuma maar ook huidaandoeningen aanzienlijk kan verminderen, hoe belangrijk een gezonde darmflora is. Mijn huisartsen hebben de afgelopen twintig jaar een aantal van deze beweringen weggewuifd.
Critici geloven dat veel alternatieve zorg niet werkelijk iets toevoegt. Al die methoden zouden werkzaam zijn via het placebo-effect. Zo lijkt acupunctuur vooral goed te werken bij pijnklachten, maar pijn is subjectief. Bij ziektes waarbij je waardes kunt meten, lijkt acupunctuur minder effectief. Oftewel, acupunctuur helpt, maar werkt het ook?
Zelfs als we aannemen dat alternatieve methoden enkel placebo’s zijn, hebben we ze keihard nodig — de maatschappelijke impact van reguliere medicijnen is soms te groot. Door de opiatencrisis in de Verenigde Staten stierven volgens de Amerikaanse gezondheidsdienst CDC tussen 1999 en 2023 bijna 806.000 mensen aan een overdosis pijnstillers. In Nederland is de crisis niet zo groot, maar toch ontvingen in 2024 ruim 1,1 miljoen mensen één of meer verstrekkingen van een opioïde pijnstiller via een apotheek.
Waarom zouden we in vredesnaam niet mensen helpen met acupunctuur als het andere middel zo destructief is? Ook voor het milieu, overigens. Drinkwaterbedrijven hebben steeds meer moeite om ons water veilig te houden, onder andere door veelvuldig medicijngebruik. Alternatieve geneeswijzen kunnen in die milieucrisis een oplossing zijn.
Daarnaast wordt er met twee maten gemeten. Hoogleraar Yvo Smulders van het Amsterdam UMC liet al jaren geleden zien dat een hoop technieken en methoden die worden toegepast in de reguliere zorg, helemaal geen stevige wetenschappelijke onderbouwing hebben, wat wel van alternatieve geneeswijzen wordt gevraagd. En zelfs als de methode wel rust op onderzoek, is dat vaak niet herhaalbaar.
Vooruitgang in de zorg is gebaseerd op twee pijlers: veiligheid en creativiteit. Door de nadruk op veiligheid is de kwaliteit van de zorg de laatste eeuwen vooruit gestuwd. Artsen deden vroeger maar wat, nu moeten ze zich aan strenge protocollen houden. Dat strenge systeem bestaat niet in de alternatieve zorg, die veel beter is in buiten de gebaande paden denken, juist omdat ze minder log is. Dat levert dus therapieën als mindfulness en EMDR op.
Mijn vraag is: kunnen we op zoek naar manieren waarin de creativiteit van de alternatieve sector wordt benut, terwijl de veiligheid ook wordt gegarandeerd? Ik begrijp dat die vraag groot is en ik moet eerlijk toegeven dat ik de implicaties daarvan niet helemaal kan overzien. Toch denk ik dat de positieve kanten van alternatieve zorg zo groot zijn, dat we moeten kijken hoe we de negatieve gevolgen kunnen beperken.
Daarvoor moet wel het dedain voor alternatieve geneeswijzen verdwijnen. De voorbeelden hierboven laten zien dat wetenschappelijke ogen alternatieve geneeswijzen naar een hoger plan tillen, alleen vormt de alternatieve geneeskunde geen onderzoekstak die veel respect oplevert, waardoor knappe koppen er niet willen werken. Zo gaat veel denkkracht verloren en wordt de innovatie in de zorg geremd.
Zouden we bijvoorbeeld veiligheid en werking van een geneeswijze kunnen scheiden? We hebben nu zo’n grote afkeer van alternatieve zorg, dat we niets onderzoeken, óók niet de veiligheid van methodes. Mensen die de reguliere zorg ‘uit hebben gespeeld’ en zoeken naar alternatieven, worden niet beschermd. Zo ben ik jarenlang naar een Thaise masseur gegaan die mijn nek kraakte, totdat NRC schreef hoe gevaarlijk die methode was omdat je er een herseninfarct van zou kunnen krijgen.
Door het systeem dat we nu hebben, testen we die alternatieve methoden allemaal ‘live’ uit op mensen zoals ik. Die moedeloos zijn en daardoor kwetsbaar. Dat dit niet altijd goed gaat, is nog een understatement. Het zou veel beter zijn als we alternatieve therapieën wetenschappelijk testen op hun veiligheid en daarbij de werking buiten beschouwing laten. Acupunctuur: veilig. Smeerwortelpillen: onveilig. Als patiënt weet je dat je aan het experimenteren bent als je aan alternatieve geneeswijzen doet, maar het zou fijn zijn als er een veiligheidsmarge bestaat waarin je je kunt bewegen. Wie weet of het werkt, maar je gaat er in elk geval niet aan dood.
Ook denk ik dat we geneeswijzen moeten gaan indelen op een schaal van geneeskracht, in plaats van ze in te delen in de vakjes ‘werkend’ of ‘niet-werkend’. Om uit te leggen wat ik daarmee bedoel, moeten we kijken naar de tak van wetenschap die zich bezighoudt met zo lang mogelijk gezond oud worden. Onderzoekers naar deze zogenoemde longevity bekijken ziekte anders. Zij willen mensen niet gezond maken, maar zo lang mogelijk gezond houden.
Daardoor hameren ze erop dat we veel sneller moeten ingrijpen bij bepaalde bloedwaardes of andere parameters. In de reguliere zorg wordt een patiënt pas behandeld als die boven of onder een bepaald maximum of minimum zit, maar in de longevity willen ze dat artsen kijken naar het verloop van waardes. Dat een patiënt elk jaar weer een beetje meer naar ongezonde waardes toekruipt, wordt nu nog te vaak genegeerd. Volgens deze wetenschappers zijn dat juist de belangrijke jaren om in te grijpen om ziektes te voorkomen.
Dat doe je bijvoorbeeld door te sporten, anders te eten en – dit is mijn theorie – alternatieve geneeswijzen te gebruiken. Ik denk namelijk dat veel alternatieve therapieën op de schaal van geneeskracht meer in de buurt van gezond eten en sporten geplaatst kunnen worden dan in de buurt van een medicijn. De geneeskracht van alternatieve geneeswijzen is vaak lager en daardoor duurt het langer voordat er resultaat is. Geen weldenkend mens grijpt naar broccoli om kanker te behandelen, maar om de ziekte te voorkomen is gezond eten een belangrijk instrument.
Ik denk dat alternatieve geneeswijzen eerder broccoli zijn dan een pil. Die houding heeft ook invloed op hoe we onderzoek doen naar alternatieve geneeswijzen. We zouden mensen die bijvoorbeeld eens in de zoveel tijd acupunctuur gebruiken op langere termijn in de gaten moeten houden, zoals we dat ook doen bij sporten en eten. Nu wordt er vooral op de korte termijn getest.
In al die twintig jaar heb ik uiteindelijk tig alternatieve therapeuten gezien. Osteopaten, een homeopathisch arts, een natuurgenezer, een ayurvedisch arts, een acupuncturist, een NAET-therapeut, masseurs, diëtisten. Wat zij deden hielp wel, maar werkte niet. Ik had vaak even last van minder symptomen, maar uiteindelijk kwamen ze weer terug. Mijn zoektocht naar genezing heeft me zo tienduizenden euro’s gekost, want ik kon die behandelingen nergens factureren. Geld dat ik voor mijn gezondheid over had, maar dat ik natuurlijk moest uitgegeven omdat de reguliere zorg me in de steek liet.
Uiteindelijk heeft een combinatie van reguliere en alternatieve zorg mij genezen. Twee jaar geleden was ik zo in paniek over mijn lijf dat ik al die vage klachten niet meer kon verdragen. Ik moest hulp vinden. Ik vond een arts die gepromoveerd was op darmziekten bij kinderen, een dochtertje kreeg dat darmproblemen ontwikkelde, zag dat de reguliere zorg haar niet kon helpen en toen orthomoleculaire therapie – een alternatieve methode – is gaan studeren. Zij stelde vast dat ik een overgroei had van bepaalde schadelijke bacteriën in de dunne darm, een aandoening die de reguliere zorg amper erkent. Ik moest een streng dieet van drie maanden volgen en daarnaast supplementen en kruiden slikken. Dat werkte. De bacteriën namen aanzienlijk in aantal af, de pijn ook, maar ik genas niet volledig. Toen na een test bleek dat niet alle bacteriën waren verdwenen, kreeg ik een specifieke antibioticakuur die niet schadelijk is voor je darmen, als laatste mokerslag.
Nu, anderhalf jaar later, ben ik zo goed als volledig van de klachten af die reguliere artsen al twintig jaar labelden als prikkelbaar darmsyndroom. Mijn darmen doen amper pijn. Ik heb geen schokjes meer in mijn lijf en veel minder rugpijn. Ik ben zoveel minder moe, ik mag bijna alles eten, ook bleekselderij. Als ik naar een restaurant ga, kan ik naast water werkelijk eten bestellen. Ik ben zo veel gelukkiger.