Tv-recensie „Nine Kooiman, vindt u deze man een flapdrol?” Frank van Leeuwen klonk zelf ook ontdaan, terwijl hij het woord des aanstoots toch zeker zelf had uitgesproken. Alleen: hij had het niet zelf verzonnen. Daar was iemand anders schuldig aan.
Ontsteltenis over flapdrolgate in ‘Goedemorgen Nederland’.
Er is iets vreselijks gebeurd. Iets werkelijk shockerends. Ik vind het heel erg als nietsvermoedende lezers het nu van mij moeten horen; ergens hoop ik dat iedereen er al van op de hoogte is. Anders kunnen de volgende alinea’s hard aankomen. Heel hard. Die disclaimer wil ik hebben gegeven.
Goed – dit zijn de feiten.
Op woensdag 9 september 2026, om dertien minuten over half negen in de ochtend, was in Goedemorgen Nederland net een filmpje afgespeeld waarin minister Hans Vijlbrief de stakende vakbonden opriep om te komen praten (want dat gestaak was best onhandig), toen presentator Frank van Leeuwen zich tot FNV-vicevoorzitter Nine Kooiman richtte met de woorden:
„Nine Kooiman, vindt u deze man een flapdrol?”
Een flápdrol.
De miníster.
In een óchtendprogramma.
Ik ben daar enorm van geschrokken en schrik er opnieuw van nu ik het opschrijf. Frank van Leeuwen klonk zelf ook ontdaan, terwijl hij het woord des aanstoots toch zeker zelf had uitgesproken. Alleen: hij had het niet zelf verzonnen. Daar was iemand anders schuldig aan, en naar dat punt wilde hij toewerken.
„Ik vind hem heel onhandig acteren”, reageerde Kooiman, maar daar ging Van Leeuwen echt geen genoegen mee nemen. Ik zal de citaten vanaf hier enigszins censureren, want dat misselijke scheldwoord werd nog meermaals herhaald en het voelt gewoonweg onsmakelijk om het te blijven noteren.
„Vind je”, zei Van Leeuwen ijzig, „dat je deze man een [flap-jeweetwel] kunt noemen?”
„Oh”, zei Kooiman. „Je bedoelt de uitspraak van Hans Spekman. Hij heeft ‘m ook gewoon teruggenomen.”
„Ja: uw voorzitter noemde hem een [flap-jeweetwel]. Onze minister van Sociale Zaken. Vind je dat je dat moet doen, als voorzitter van een vakbond?”
Van Leeuwen klonk nu niet meer boos, maar teleurgesteld. Er was slechts één goed antwoord op deze vraag. Nog steeds wilde Kooiman dat niet geven; in plaats daarvan bekende ze dat ze haar kinderen ook wel eens, in the heat of the moment, voor een flap-jeweetwel had uitgemaakt.
„Praat u het daarmee góéd, eigenlijk?”, vroeg Van Leeuwen, nu dermate geschokt dat hij er spontaan weer van begon te vousvoyeren. „Nee-nee-nee”, zei Kooiman, haar handpalmen voor zich uitgestoken om dit vierde offensief te weren. „In die zin zegt hij ook: het is niet een handig moment. Maar ik vind wel dat het kabinet er een potje van maakt, en daar heeft Hans Spekman gewoon gel-…”
„Níét een hándig momént!”, herhaalde Van Leeuwen. „De minister van Sociale Zaken als vakbondsvoorzitter een [flap-jeweetwel] noemen – dat zou ik niet willen afdoen als onhandig moment.”
Kooiman was er inmiddels wel een beetje klaar mee, die wilde het nu graag over de inhoud hebben (er was namelijk ook nog een reden dat die vakbonden aan het staken waren: uit protest tegen aangekondigde bezuinigingen op de sociale zekerheid).
„Ja – ík ben er niet over begonnen”, zei Van Leeuwen. „Híj begon.” Ik had hem zelden zo diep zien fronsen.
Naast het verdriet, de woede en de gruwel over #flapdrolgate moet menig kijker zich ook trots hebben gevoeld. Trots op het grondige doorvraagwerk van Frank van Leeuwen. En op de oplettendheid van WNL in het algemeen, want bij WNL op Zondag, zo ontdekte ik even later, was de kwestie ook al kort aan bod geweest.
Dat was mij geheel ontgaan, net zoals het me überhaupt was ontgaan dat Hans Vijlbrief een flapdrol was genoemd. Een flápdrol. De miníster. Dankzij WNL zal ik dat nu nooit meer vergeten.