Home

De verborgen klimaatschade achter ‘duurzame’ biomassa. Politie doet onderzoek naar energiegigant RWE

Biomassa Energieproducent RWE verbrandt in Nederlandse energiecentrales hout waarvan de kap Maleisische bossen aantast. De toezichthouder stelde dit zelf vast, maar gaf het hout toch het stempel ‘duurzaam’. De politie en de Voedsel- en Warenautoriteit doen onderzoek.

In de tropische bossen van Maleisië, een van de meest biodiverse regio’s ter wereld, velt een kettingzaag een tientallen jaren oude boom. Het is dagelijkse praktijk. De afgelopen twintig jaar is in Maleisië een derde van het oorspronkelijke bos gekapt. Toezicht daarop is zo goed als afwezig.

Maleisisch hout verdwijnt op grote schaal in Nederlandse energiecentrales. Het wordt in het land zelf gedroogd en samengeperst tot ‘houtpellets’. Die korrels, die lijken op kippenvoer, worden als biomassa verstookt voor ‘duurzame’ energie. Ruim 40 procent van alle biomassa die zo in Nederland verbrand wordt, komt uit Azië, waarvan een aanzienlijk deel uit Maleisië.

Het kabinet trok er miljarden subsidie voor uit. Alleen al energiereus RWE kreeg de afgelopen acht jaar naar schatting tientallen tot honderden miljoenen euro’s voor de verbranding van ‘duurzame’ biomassa in de Amercentrale en de Eemscentrale. Exacte cijfers geeft het subsidieloket van het ministerie niet, omdat het om „bedrijfsgevoelige informatie” zou gaan.

RWE draagt met behulp van deze subsidie bij aan de aantasting van Maleisische bossen, blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Emissieautoriteit (Nea) en interne documenten van die toezichthouder. Die zijn vrijgegeven op basis van de Wet open overheid (Woo) op verzoek van het Comité Schone Lucht, een stichting die al jaren met onderzoek en actie strijdt tegen biomassaverbranding.

Toch liet de minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans (VVD) de Kamer begin dit jaar nog weten dat „de houtpellets die vanuit Maleisië aan RWE zijn geleverd voldoen aan de Nederlandse duurzaamheidseisen”.

Hoe kan dat?

Natuurbescherming op laatste plaats

De ontbossing in de Maleisische regio’s Pahang en Kelantan waar RWE houtsnippers koopt, ging de afgelopen jaren zo hard dat het gebied van ruim vijftigduizend vierkante kilometer nu regelmatig kampt met overstromingen en landverschuivingen. Dorpsbewoners worden vaker lastiggevallen en soms zelfs gedood door olifanten, tijgers en giftige slangen, die de dorpen in trekken omdat hun leefgebied kaal is gekapt.

„De situatie is heel zorgwekkend”, zegt bosecoloog Badrul Azhar van de Universiti Putra Malaysia tegen NRC. In de regio is de afgelopen twintig jaar ongeveer een derde van al het tropisch bos verdwenen. Lokale overheden zijn verantwoordelijk voor het tegengaan van illegale ontbossing, maar „zij wegen de economie zwaarder dan bescherming”, zegt Azhar. „Natuurbescherming komt op de laatste plaats.”

Of de houtpellets van RWE bijdragen aan die ontbossing, hoeft het energiebedrijf niet te onderzoeken. Door een administratieve truc kan het de duurzaamheidsregels ontwijken. Normaal gesproken is het ingewikkeld om te bewijzen dat biomassa ‘duurzaam’ is: daarvoor moet aantoonbaar geen ‘kaalkap’ hebben plaatsgevonden en moeten bedreigde plant- en diersoorten worden beschermd. Voor de biomassa van RWE gelden die eisen niet. Het aangekochte hout is namelijk aangemerkt als afval. En voor afvalhout gelden nauwelijks duurzaamheidseisen. Dit type hout, ‘categorie 5’, geldt altijd als ‘duurzaam’, ook als het uit ontbost gebied komt.

Eind jaren negentig, toen biomassa in zwang kwam als snelle oplossing om de CO2-uitstoot terug te dringen, was de gedachte simpel: als energiecentrales in plaats van steenkolen groenafval kunnen verstoken – snoeiafval, rioolslib – is dat beter voor het klimaat. Bovendien konden zo oude kolencentrales open blijven.

In de dertig jaar daarna nam het gebruik van biomassa uit afval een hoge vlucht. De afgelopen drie jaar was vrijwel alle biomassa in Nederlandse energiecentrales afkomstig van afval uit de houtverwerkende industrie.

Verbranden van restafval uit houtzagerijen – grotendeels van buiten Europa – werd een verdienmodel met miljardensubsidies. Voor de miljoenensubsidie die RWE uitbetaald kreeg, werd aanvankelijk 2,4 miljard euro gereserveerd. Het verschil tussen de reservering en het uitbetaalde bedrag komt door een aanvankelijk ruime inschatting en de actuele energieprijzen.

Alle biomassa die RWE verstookt, is ‘afval’ ofwel ‘categorie 5’. Dat „is een heel aantrekkelijke categorie om te gebruiken als pelletfabrikant”, schrijft een medewerker van toezichthouder Nea in een interne mail. „Immers je hebt dan niet te maken met allemaal duurzaam bosbeheereisen.”

Daarom is de vraag: zijn de honderdduizenden tonnen houtpellets die RWE jaarlijks uit Maleisië koopt wel echt afval?

Comité Schone Lucht concludeerde van niet, en stapte daarom naar de Nea. Die begon een formeel onderzoek naar de vraag of de biomassa van RWE uit Maleisië terecht als ‘duurzaam’ is aangemerkt.

De verleiding is groot om niet-duurzaam hout als afval te bestempelen, constateert de Nea. Directeur Mark Bressers noemt het „grote risico” in een interne mail dat „daarmee een perverse prikkel ontstaat om bewust niet-duurzame grondstoffen te creëren”.

Om dit te voorkomen, gebruikt RWE ‘zelfverklaringen’. Daarin beloven toeleveranciers dat het geleverde hout afvalhout betreft. Verder vindt geen controle plaats, blijkt uit het Nea-onderzoek.

Rainbow Pellet, de belangrijkste leverancier van Maleisische houtpellets voor RWE, heeft 97 ‘zelfverklaringen’, van al zijn toeleveranciers. Het zijn vrijwel identieke briefjes, met precies dezelfde formuleringen, aantallen en tijdvakken. De leveranciers verklaren bij voorbaat dat het hout dat ze het komende jaar gaan leveren „voor 100 procent bestaat uit groen afval en afval/gerecycled materiaal”. Veertig van die ‘copy/paste’-verklaringen zijn bovendien op dezelfde datum ondertekend: 1 januari 2023.

Deze A4’tjes zijn miljoenen waard, want met deze Raw Material Statements stelt RWE zijn subsidie veilig. Maar toezichthouder Nea heeft flinke twijfels over de betrouwbaarheid van deze briefjes. Ze bieden volgens de toezichthouder „weinig houvast”. Wordt gewoon hout omgekat tot ‘afval’, enkel om duurzaamheidseisen te omzeilen? Dát controleert RWE niet.

De Nea controleerde het wél, en ontdekte dat hout ten onrechte als afval was aangemerkt. Diverse leveranciers verkochten stronken en gespleten stammen, direct afkomstig uit het bos. Dat soort hout mag niet als afval worden meegeteld, omdat het belangrijk is voor bosbehoud. Toch kreeg dit hout het stempel ‘duurzaam’.

Hele boomstammen

Om hoeveel ‘fout’ hout gaat het? De Nea onderzocht bonnetjes van vier toeleveranciers van pelletproducent Rainbow Pellet. Bij die vier was op basis van de facturen aan te tonen dat 3,5 procent van het aangeleverde hout ten onrechte als ‘duurzaam’ was aangemerkt. Of het bij de andere 93 toeleveranciers ook fout ging, en hoe vaak dan, onderzocht de Nea niet. Onderzoek ter plaatse, om te kijken of de bonnetjes stroken met wat werkelijk geleverd is, deed de Nea evenmin. Volgens de toezichthouder had dit „weinig tot geen toegevoegde waarde”.

Op basis van deze zeer kleine steekproef concludeert de Nea dat „niet meer dan 3,5 procent” ten onrechte als duurzaam is aangemerkt. En: „De impact van deze kwetsbaarheid [is] vooralsnog beperkt.” In plaats van de geconstateerde fouten als mogelijk topje van de ijsberg te zien, gaat de Nea ervan uit dat de rest wel deugt.

De toezichthouder noemt de kleine steekproef een „goede basis” om te onderbouwen dat het probleem beperkt is. De vier leveranciers zijn gekozen omdat bij hen een hoger risico bestond dat ze niet-duurzaam hout leverden; de steekproef was dus ‘risicogestuurd’. 

Maar is de kwetsbaarheid echt „beperkt”, zoals de Nea stelt? Onderzoeksprogramma Zembla ging kijken in Maleisië. Rainbow Pellet hield zijn deuren gesloten, maar onder meer een leverancier gaf het tv-programma wel openheid van zaken. Deze leverancier kapt al vijf jaar bossen kaal en levert ook complete bomen aan het bedrijf dat pellets voor RWE maakt. Rainbow Pellet bevestigt Zembla later schriftelijk dat het inderdaad hele boomstammen verwerkt voor biomassa voor Nederland.

De Zembla-uitzending legt ter plekke vast dat de zelfverklaringen geen garantie kunnen geven voor de duurzaamheid van de Maleisische houtpellets.

RWE antwoordt op vragen dat het zich aan wetten en protocollen houdt. Over de boomstronken die tot biomassa zijn verwerkt, zegt het energiebedrijf dat het de constatering „serieus neemt” en „in gesprek [is] met de toeleveringsketen en de Nea” om te zorgen dat het „vanaf nu op de juiste manier gebeurt”.

‘Onafhankelijk’ sinds 2002

De Europese Commissie had al eerder in de gaten dat volledig afgaan op zelfverklaringen een kwetsbare methode is. Ze stelde daarom in 2018 aanvullende eisen. Toch stond Nederland bedrijven tot begin 2026 toe enkel met zelfverklaringen te werken. Het Green Gold Label (GGL), het certificeringssysteem waar RWE mee werkt, is goedgekeurd door de Nederlandse overheid.

Sinds 2022 gelden in Nederland wel strengere regels om te controleren of hele boomstronken via zagerijen als afval worden geleverd. Maar de certificeerder van RWE heeft die strengere regels „niet gebruikt”, constateert de Nea.

GGL bevestigt dat zelfverklaringen „onvoldoende zekerheid” bieden, maar wijst erop dat de overheid het GGL-schema heeft goedgekeurd en dat de certificeerder hierover „geen op- of aanmerkingen heeft gehad van een der ministeries of [subsidieverstrekker] RVO”

Het Green Gold Label is volgens de eigen website „independent since 2002”. Maar zo ‘onafhankelijk’ is GGL niet: energiebedrijf Essent richtte de stichting begin deze eeuw op. Tot voor kort had RWE, dat in 2009 de energiecentrales van Essent overnam, nauwe banden met GGL. De ‘duurzaamheidscontroller’ van RWE, juist de man die de duurzaamheid van de biomassa moet aantonen, was tot eind 2025 bestuurder bij GGL. En het hoofd duurzaamheid van RWE was tot 2024 ‘strategisch adviseur’ van Green Gold Label. GGL ontkent dat sprake is van belangenverstrengeling.

RWE benadrukt dat GGL na oprichting door Essent een „onafhankelijke” stichting werd. De twee RWE-medewerkers waren volgens de RWE- woordvoerder „op persoonlijke titel” betrokken bij GGL.

Minder formalistisch

Het gaat bij de biomassa van RWE dus op verschillende punten mis, constateert de Nea. Bij de autoriteit woedt hierover een stevige discussie, blijkt uit vrijgegeven mails. Bestuurder Jolande Sap van de Nea, die het conceptrapport vooraf te lezen heeft gekregen, vindt dat haar eigen organisatie „veel kritischer” en minder „formalistisch” moet zijn, schrijft zij in een interne mail. „Als dit schema faciliteert dat zaagsel van niet duurzaam hout gesubsidieerd wordt, alleen maar door het naar een zagerij te brengen, dan verdient dat terecht stevige kritiek.”

Nea-directeur Bressers is het daar, ondanks de fouten en tekortkomingen die zijn eigen organisatie vaststelde, niet mee eens. „In heel veel duurzaamheidsschema’s is het nu zo dat het afvalproduct als duurzaam wordt bestempeld, ook als de bron niet duurzaam is. Ik denk dat wij hier niet te uitgesproken over kunnen zijn.”

Bressers’ voorzichtigheid wint. Hoewel de Nea na onderzoek vaststelt dat RWE biomassa verstookt die bijdraagt aan de afbraak van Maleisische bossen, concludeert diezelfde toezichthouder dat het bedrijf aan alle eisen voldoet.

Opvallend genoeg mag RWE daarbij meepraten. De toezichthouder overlegt met de onderneming over de presentatie van de uitkomsten aan Comité Schone Lucht – indiener van het handhavingsverzoek. De Nea stuurt het bedrijf daartoe de volledige ‘bespreeklijn’. RWE stuurt daarop een uitgebreide inhoudelijke reactie met uitleg waarom de biomassa volgens het bedrijf terecht als ‘duurzaam’ is aangemerkt. „Zou je dit aub nog willen meenemen in gesprek”, mailt de RWE-medewerker. En „waak ervoor dat jullie gesprek wordt opgenomen” en dat „niemand gequote mag worden”. „Succes.”

De toezichthouder stemt hiermee in. „We nemen onderstaand in acht”, mailt die per ommegaande. „Ik pas de bespreeklijn aan.”

In reactie op vragen schrijft de Nea nu dat zij vooraf met RWE heeft afgestemd omdat informatie uit het toezichtonderzoek veelal vertrouwelijk. Die kan „niet zomaar publiekelijk” worden gemaakt.

Enkele weken later schrijft minister van Klimaat en Groene Groei Sophie Hermans de Kamer dat de houtpellets van RWE uit Maleisië voldoen aan de duurzaamheidseisen.

Andere handhavers hebben daar sterke twijfels bij. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) vroeg bij de Nea informatie op over de houthandel van RWE, blijkt uit vrijgegeven documenten van de Nea. De NVWA bevestigt deze zomer een voornemen tot last onder dwangsom te hebben opgelegd aan „een groot Nederlands energiebedrijf” vanwege vermoedens van schending van de anti-ontbossingswetgeving. Met zo’n ‘voornemen tot last’ kondigt de toezichthouder aan dat hij van plan is een sanctie op te leggen. De termijn voor het energiebedrijf om daarop te reageren loopt nog. Gevraagd of RWE bekend is met een NVWA-onderzoek zegt het energiebedrijf dat het „niet bekend” is met een „openbare procedure” hierover.

Het Comité Schone Lucht deed begin dit jaar aangifte tegen RWE en GGL wegens schending van Europese duurzaamheidsregels en subsidiefraude. „Het probleem is niet alleen het ‘foute hout’, maar vooral het systeem waarbij het begrip ‘afval’ misbruikt wordt”, zegt Fenna Swart van de stichting. „Daarom hebben wij om vervolging gevraagd.”

De politie neemt die aangifte serieus en heeft de zaak al ruim een half jaar in vooronderzoek. Het Functioneel Parket van het Openbaar Ministerie moet nog een besluit nemen over eventuele vervolging.

In Zembla zegt een bij het politieonderzoek betrokken agent dat er „sterke aanwijzingen zijn” dat de administratie van de RWE „niet op orde is”. RWE zegt „tot op heden geen informatie [te hebben] ontvangen” over het politieonderzoek.

De subsidie op ‘duurzame’ biomassa voor RWE loopt eind dit jaar af, RWE zegt nu aan de actuele regels te voldoen.

Voor het Comité Schone Lucht is de zaak nog niet klaar. Het heeft subsidieverstrekker RVO gevraagd de subsidie terug te vorderen. Dat verzoek is afgewezen. De natuurorganisatie is in hoger beroep gegaan.

Reageren? onderzoek@nrc.nl

Duurzaamheid

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next