Home

Human Rights Watch: minstens 59 personen geëxecuteerd in Iran om politieke redenen afgelopen half jaar

In Iran zijn het afgelopen half jaar minstens 59 personen geëxecuteerd, nadat ze de doodstraf hadden gekregen. De slachtoffers zijn jonge mannen die betrokken zouden zijn geweest bij protesten tegen het regime. Zij kregen geen eerlijk proces.

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

In Iran is sprake van een sterke toename van het aantal executies om politieke redenen. Tussen maart en augustus dit jaar zijn ten minste 59 mannen ter dood gebracht op grond van politiek gemotiveerde en vage aanklachten, na processen die in ernstige mate oneerlijk waren. Dit stellen Human Rights Watch (HRW) en het Abdorrahman Boroumand Center for Human Rights in Iran in een vandaag gepubliceerd rapport.

Onder hen waren ten minste 29 personen die waren opgepakt in verband met de protesten van januari dit jaar en ten minste drie van wie was gemeld dat ze waren gearresteerd in verband met de protesten uit 2022 onder de leus ‘Vrouw, Leven, Vrijheid’. Verscheidene slachtoffers waren tieners van 18 of 19 jaar oud, veel anderen waren begin twintig.

Tientallen andere demonstranten en politieke dissidenten, onder wie vrouwen en minderjarigen, lopen een acuut risico op executie. De schattingen lopen uiteen van zestig tot veel meer. Een netwerk van Iraanse activisten in ballingschap heeft vorige maand de namen gepubliceerd van meer dan zestig personen die ter dood zijn veroordeeld. Volgens een andere organisatie, Iran Human Rights, lopen alleen al in de gevangenis van de stad Isfahan meer dan zeventig demonstranten het gevaar de doodstraf te krijgen.

Schijnprocessen

Volgens HRW en het Abdorrahman Boroumand Center is van een fatsoenlijke rechtsgang geen sprake. Zogenaamde bekentenissen worden met foltering afgedwongen. De processen zijn zo oneerlijk en kortdurend dat ze zelfs voor een licht vergrijp onvoldoende basis zouden bieden om schuld vast te stellen, laat staan ​​voor misdrijven waarop de doodstraf staat, aldus Bahar Saba, onderzoeker bij HRW. ‘De boodschap van de autoriteiten is duidelijk: protesten worden met bruut geweld beantwoord, of dat nu gebeurt door middel van kogels op straat of via openbare executies na schijnprocessen.’

Verzet tegen de doodstraf en tegen de onrechtmatige executie van demonstranten wordt ook als ‘crimineel’ gedrag beschouwd. De openbaar aanklager in Teheran heeft strafrechtelijke procedures afgekondigd tegen verscheidene personen die zich hebben uitgesproken tegen executies.

De autoriteiten hebben demonstranten systematisch zwartgemaakt door hen te bestempelen als ‘grondtroepen van een Amerikaans-Israëlische staatsgreep’ en hen te verwijten dat ze een voorwendsel hadden geboden voor de aanvallen door de VS en Israël op Iran in februari.

‘Oorlog tegen God’

De mensenrechtenorganisaties baseren zich deels op berichten van Mizan, de nieuwsdienst van de Iraanse rechterlijke macht. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat de 21-jarige karatekampioen Sasan Azadvar Jonaqani, die op 30 april werd geëxecuteerd, volgens de aanklacht ‘actief heeft deelgenomen aan rellen’, veiligheidstroepen had aangevallen en met stenen bekogeld, schade had toegebracht aan privévoertuigen, en mensen had aangezet tot rellen. Dit alles komt volgens justitie neer op het misdrijf ‘oorlog voeren tegen God’.

Andere ter dood veroordeelden werden berecht wegens het blokkeren van straten, het beschadigen van publiek eigendom en samenwerking met ‘vijandige staten’. Dat laatste is een misdrijf volgens de nieuwe spionagewet. Die werd in 2020 als wetsvoorstel ingediend bij het Iraanse parlement, en na de oorlog in juni vorig jaar versneld tot wet verheven.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next