Voormalig minister Ernst Kuipers van Volksgezondheid tijdens het verhoor van de Parlementaire Enquêtecommissie Corona, woensdag.
In een moment van reflectie verwijst Ernst Kuipers naar de actualiteit. De oud-ziekenhuisbestuurder en oud-minister van Volksgezondheid (D66) in het kabinet-Rutte IV: „Als ik de PISA-resultaten zie en kijk hoe sterk de leesvaardigheid onder jongeren is gedaald – en deskundigen koppelen die ontwikkeling aan de coronatijd – besef ik opnieuw hoe ingrijpend de maatregelen zijn geweest. We hebben nog jaren nodig om te begrijpen welke effecten de lockdowns hebben gehad.”
„Kuipers werd woensdag als een van de laatste betrokkenen gehoord door de Parlementaire Enquêtecommissie Corona. Als „beddenbaas”, zoals De Telegraaf hem destijds noemde, richtte hij het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding op dat de ernstigste coronapatiënten over alle ziekenhuizen in het land verdeelde.
Hij heeft, zoals meer van de hoofdrolspelers in deze enquête, geen kritiek op het toenmalig kabinet of het Outbreak Management Team. Wel koestert hij lichte ergernissen die in de loop van de pandemie sterker werden: zo hadden de ziekenhuizen, waar hij verantwoordelijk voor was geworden, „niks” aan de modellen van het RIVM die voorspelden hoeveel besmettingen tot zieke coronapatiënten zouden leiden. „Het was heel knap maar er zat altijd een bandbreedte in – misschien zóveel besmettingen, misschien zóveel – en wij ziekenhuizen hadden zekerheid, precisie, nodig.”
Want ze konden niet, zegt Kuipers, ad hoc alles gereedmaken voor „ongeveer zoveel” patiënten. Intensivecarezorg optuigen en uitbreiden, is een hele klus, legde hij uit. Er moet genoeg opgeleid personeel voor zijn, beademingsapparatuur, infusen. En er moeten andere operaties in het ziekenhuis voor worden afgezegd – want die hebben op hun beurt óók IC-capaciteit nodig. „Wij moesten dus vrij exact weten of een regio 20 procent moest opschalen of 50 procent.”
Twee jaar lang zouden de ziekenhuizen, onder leiding van Kuipers, de (besmettelijke) coronapatiënten onderling verdelen. Eerst, in maart 2020, belden de tien ‘acute zorg’-regio’s alle ziekenhuizen in het land om de capaciteit te inventariseren. „Maar al snel hadden we eigen ict die continu, realtime, zicht gaf op hoeveel coronapatiënten er binnenkwamen, hoeveel naar de IC moesten en hoeveel capaciteit er in elk ziekenhuis was.” Kuipers had geen macht over die andere ziekenhuizen, het spreiden van patiënten werd mogelijk gemaakt doordat iedereen meewerkte, „uit collegialiteit”. In de eerste week van de eerste golf verplaatste ambulancepersoneel 685 patiënten uit Limburg en Brabant naar andere provincies.
Heeft Nederland ooit ‘code zwart’ afgekondigd – waarbij artsen zieke mensen de deur moeten wijzen? Nee, zegt Kuipers, er was altijd net genoeg capaciteit. „Maar als je vraagt of we zorg gaven zoals we dat willen? Dan zaten we heel lang in code zwart.”
De Nederlandse ziekenhuizen hadden begin 2020 standaard 900 IC-bedden operationeel. In de pandemie waren soms 1.750 IC-bedden nodig, waardoor patiënten naar Duitse IC’s moesten worden vervoerd. Duitsland houdt standaard meer IC’s per hoofd van de bevolking open, waardoor critici zich afvroegen of Nederland voortaan niet méér bedden kon openhouden en zo mínder lockdowns kon opleggen. Volgens Kuipers maakt dat uiteindelijk weinig uit. Wanneer een ernstig virus zich exponentieel verspreidt, zullen zonder lockdowns vroeg of laat zó veel mensen ziek worden dat zelfs in landen met relatief veel IC’s alle bedden bezet zijn.
Stonden het kabinet en het OMT genoeg stil bij de andere gevolgen die de coronamaatregelen zouden hebben, vroeg een lid van de commissie. Ja, zegt Kuipers. „Maar het was voortdurend balanceren. Voor sommigen gingen de maatregelen niet ver genoeg. Voor anderen waren ze véél te inperkend.” Werkten de maatregelen van kabinet en OMT „polariserend”? Kuipers: „Als ze géén maatregelen hadden genomen, was er nog veel meer polarisatie geweest.”
Over de zorg die uitgesteld moest worden doordat de ziekenhuizen werden overweldigd, is Kuipers kort. „Daarom gingen we covidpatiënten zo goed mogelijk spreiden. Zodat andere zorg ook kon doorgaan.” Wel stopten bijvoorbeeld de bevolkingsonderzoeken waardoor in een jaar 4.000 kankerdiagnoses níét zijn gesteld. En veel operaties werden uitgesteld waardoor ná de crisis wachtlijsten moesten worden afgewerkt. Maar in Engeland, zegt Kuipers, bleek na de pandemie acht keer meer zorg te zijn uitgesteld dan hier.