Duitse deelstaatverkiezingen De ruime verkiezingszege van de AfD in de Oost-Duitse deelstaat Saksen-Anhalt legt trends bloot binnen het electoraat. Welke nieuwe kiezersgroepen wist de uiterst rechtse partij aan te boren? En is dat een voorbode voor andere delen van Duitsland?
Medewerkers maken zich zondag in Maagdenburg op om stembiljetten voor briefstemmen te verwerken bij de verkiezingen in de Duitse deelstaat Saksen-Anhalt.
De meeste nieuwe kiezers van de Alternative für Deutschland (AfD), die bij de deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt twee maal zoveel stemmen haalde als vijf jaar geleden, komen niet van de CDU, en ook niet van één van de andere partijen. Nee, de meeste nieuwe kiezers van de partij bleven vijf jaar geleden thuis.
De opkomst was in de voormalig Oost-Duitse deelstaat de hoogste sinds 1990, de eerste verkiezingen sinds de eenwording van Duitsland: 77,8 procent van de stemgerechtigde kiezers ging naar de stembus, tegenover 60,3 procent in 2021. Bijna twee derde van de kiezers die vijf jaar geleden niet stemden, gingen nu voor AfD, blijkt uit een peiling onder ruim 20.000 kiezers in Saksen-Anhalt door onderzoeksbureau infratest dimap.
Dat zoveel meer mensen nu zijn gaan stemmen, is terug te voeren op „polarisering, politisering en mobilisering”, waar de AfD in het bijzonder in is geslaagd, aldus Michael Wehner, bijzonder hoogleraar politicologie aan de Universität Freiburg.
De groep „niet-stemmers” is geen eenduidige of homogene groep, mailt Wehner. „Je hebt de zogenaamde ‘democratieslapers’, die zich wakker laten maken als nieuwe partijen of politieke crises ze het gevoel geven dat ze weer deel moeten nemen aan de democratie.”
Het zijn deels mensen die zich niet áltijd onthouden van stemming, maar af en toe meedoen, ziet Sabine Pokorny, verkiezingsonderzoeker bij de Konrad Adenauer Stiftung , het aan de christendemocraten verbonden onderzoeksinstituut. In 2021 gaf ongeveer een derde van de niet-stemmers in Saksen-Anhalt aan uit principe niet te stemmen, vertelt ze. Een derde zei verhinderd te zijn, en een deel van de groep had geen vertrouwen in het nut van hun stem.
De AfD wist nu de niet-stemmers te mobiliseren. Het „vroeger was alles beter”-verhaal en de bijkomende „wij hebben voor alles een oplossing”-belofte, maakte het AfD een aantrekkelijke keuze voor de slapers, ziet Wehner.
Welke nieuwe kiezersgroepen wist de AfD aan te boren? En is dat een voorbode voor de rest van Duitsland? In zowel Mecklenburg-Vorpommern als Berlijn zijn deze maand nog deelstaatverkiezingen.
Wat er nu in Saksen-Anhalt gebeurt, is een soort extreme versie van wat je breder in Duitsland ziet, zegt Reto Mitteregger, politicoloog aan de Humboldt Universität. De populariteit van de AfD groeit. De partij geniet nog steeds meer steun in Oost-Duitsland, maar in het westen van het land neemt die ook toe.
Op het eerste gezicht scoort de AfD in Saksen-Anhalt goed onder kiezers die traditioneel vaker worden aangesproken door uiterst rechtse partijen: laagopgeleide mannen van middelbare leeftijd. Maar de partij scoort ook onder andere groepen goed, en kon daarom zo groot worden. Twintigers en zestigers kozen maar iets minder vaak voor de AfD dan kiezers van middelbare leeftijd.
De helft van de mannen stemde op AfD, aanzienlijk meer dan het vrouwelijke electoraat, waarvan 39 procent op de partij stemde. Toch is de AfD onder vrouwen nog twee keer zo groot als de CDU, dat de tweede partij is.
Onder hoogopgeleiden is de AfD minder populair dan onder andere groepen; zo’n 30 procent stemt op de AfD. Daarmee is het toch met afstand de grootste partij, maar dat komt ook door versnippering onder andere partijen. Ongeveer 40 procent van de hoogopgeleiden stemt op een van de ‘linkse’ partijen (SPD, Grüne of Linke), maar die partijen krijgen alledrie tussen de 11 en 16 procent van de stemmen. De tweede partij onder hoogopgeleiden is de CDU, met 18 procent.
Alleen onder kiezers van 70 jaar en ouder is de AfD niet afgetekend de grootste partij. Ongeveer 30 procent van 70-plussers stemde AfD, een even grote groep ging voor de CDU. Dat de partij relatief minder populair is onder de oudste bevolkingsgroep, komt doordat „mensen van een hogere leeftijd een dieper historisch bewustzijn hebben, en begrip van de Duitse geschiedenis”, vermoedt Michael Wehner. „Ze zijn daarom terughoudend, wat de beloftes van de AfD betreft.” Daarbij ziet Pokorny dat 70-plussers vaker een langlopende binding hebben met een partij dan jongere mensen, en dus niet zo makkelijk overstappen naar een relatief nieuwe partij als de AfD.
De AfD zal niet zonder meer ook buiten Saksen-Anhalt zo’n brede groep kiezers weten aan te spreken. De inwoners van Saksen-Anhalt hechten zich relatief weinig aan een politieke identiteit, of partij, zegt Mitteregger. In West-Duitse deelstaten als Beieren of Noordrijn-Westfalen is dat anders. Daar is het vertrouwen in de politiek ook hoger dan in andere deelstaten. Saksen-Anhalt was altijd al een vruchtbare bodem voor extreem-rechts. In 1998 kwam de extreem-rechtse Deutsche Volksunion er in het parlement, en in 2011 haalde de neonazistische partij NPD bijna de kiesdrempel.
Het stemgedrag is er volatiel, en dat werd dit keer versterkt, ziet Mitteregger, doordat er geen populaire zittende politicus was, nadat de zittende minister-president Reiner Haseloff van de CDU begin dit jaar vertrok. „Dit zal heel anders zijn in de aankomende verkiezingen van Mecklenburg-Vorpommern, waar de populaire minister-president Manuela Schwesig van de SPD weer meedoet aan de verkiezingen.”
In Saksen-Anhalt domineert het pessimisme, maar eigenlijk is er nooit een positieve grondstemming geweest. Althans, sinds er goed vergelijkbare data zijn, vanaf 1998, schrijven onderzoekers Viola Neu en Sabine Pokorny in hun verkiezingsanalyse voor de Konrad Adenauer Stiftung.
Alleen tussen 2016 en 2021 was er een „patstelling” tussen de optimisten en de pessimisten, maar ook toen overheersten de laatsten. Bij de vorige deelstaatverkiezingen in 2021 had nog 41 procent het gevoel dat Saksen-Anhalt goed toegerust was op de toekomst, in 2026 geloofde nog maar 28 procent daarin, blijkt uit onderzoek van de Forschungsgruppe Wahlen.
Sommige zorgen of prioriteiten worden onder meerdere kiezersgroepen gedeeld. Het gevoel dat de Oost-Duitser „in veel opzichten nog steeds een tweederangsburger” is, leeft sterk onder AfD-stemmers (83 procent), maar óók onder die Linke (75 procent) en twee derde van de stemmers op CDU en SPD. Onder de CDU-stemmers leeft juist angst voor schade aan democratie en rechtsstaat, en over dreiging vanuit Rusland. De AfD-aanhang maakt zich het minst van alle kiezersgroepen zorgen over de gevolgen van klimaatverandering, of dreiging vanuit Rusland.
De AfD haalt doorgaans meer stemmen buiten dan in de steden, en Saksen-Anhalt heeft niet zoveel grotere steden. In haast elk van de 41 kiesdistricten kreeg de AfD meer dan 30 procent van de stemmen, uitzondering zijn drie districten in de twee grotere steden, Halle en Maagdenburg. Maar ook in die steden verdubbelde de groep AfD-stemmers.
Onder AfD-aanhangers in Saksen-Anhalt zijn de materiële en identitaire zorgen relatief groot. Bijna 80 procent vindt dat er „bij ons te veel vluchtelingen zijn”, ziet de Forschungsgruppe Wahlen. In de deelstaat wonen relatief weinig mensen met een migratieachtergrond, 8 procent. In een analyse laat de Financial Times zien dat de AfD bij de landelijke verkiezingen van 2025 de meeste stemmen haalde in de gebieden waar juist de minste mensen uit het buitenland wonen.