De documentaire poogt het hele verhaal te vertellen van de breuk en reünie van Noel en Liam Gallagher. De broers laten zich niet verleiden om in beeld iets ‘uit te praten’, maar hun snedige commentaren zijn op een humoristische manier reflectief.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Je kunt beweren dat de hereniging van Oasis, na vijftien jaar onderlinge brouille, precies is wat de wereld nodig heeft. En dat doen de makers van Don’t Look Back in Anger dan ook, scheutig. Er komt zelfs een priester aan te pas, die de broedertwist tussen de broers Gallagher in Bijbels perspectief plaatst. En een Japanse fan en duiker, wier leven zonder de Britse band zou zijn ingestort.
Veel directer, en zinderend, zijn de vele publiekshots voor, tijdens en pal na de optredens. Totaal verdwaasde fans, ogen vol ongeloof, bovenal na dat allereerste concert in Cardiff.
‘It will not be televised’, beloofde de officiële aankondiging van Oasis’ reünietour nog. Wie de muzikale hereniging op het podium wilde zien (en horen), moest daarvoor maar een concertkaartje aanschaffen. Waarna de popmuzikale geschiedenis in wording natuurlijk alsnog werd vastgelegd.
Een bataljon aan camera- en geluidslieden haakte aan voor de wereldtournee, aangestuurd door het muziekdocu-regieduo Will Lovelace en Dylan Southern, bekend van hun Blur-documentaire No Distance Left to Run.
Oasis: Don’t Look Back in Anger poogt het hele verhaal te vertellen. Niet zozeer van de band uit Manchester, maar wel van de bandbreuk en de reünie van Noel (59) en Liam Gallagher (53). Inmiddels weten we al hoe het afliep met die tournee. Waar The Police, evenzeer verteerd door onderling geruzie, behoorlijk ingezakt klonk bij hun (kortstondige) en commercieel lucratieve reünie in 2007, bleek Oasis er na al die jaren muzikaal niet of nauwelijks op achteruit te zijn gegaan.
Ook de nostalgiefactor helpt: ouders met hun (volwassen) kinderen in de zaal, hele generaties die de band pas voor het eerst live konden meemaken. Zelfs de VS, waar Oasis in de jaren negentig tamelijk onbekend bleef, gingen overstag. En al kunnen de concertopnamen in de film (waaruit een volwaardige setlist is samengesteld) natuurlijk nooit helemaal recht doen aan de echte live-ervaring, Oasis: Don’t Look Back in Anger komt wel een heel eind.
Dat de reünie heus precair was, ook ná de publieke aankondiging, wordt heerlijk duidelijk tijdens de allereerste bandrepetitie. Zie de lichaamstaal van de nerveuze Noel, en de blikken van de ondergeschikte overige bandleden, als probleembroer Liam veel te laat binnenwandelt. Opgeheven kin, minimale begroeting, swagger loopje. Fabuleus goed bij stem, dat wel.
Anders dan de documentaireklassieker Some Kind of Monster uit 2004, waarin de hardrockformatie Metallica in bandtherapie ging, laat Oasis zich niet verleiden om in beeld iets ‘uit te praten’. Maar de korte, veelal snedige commentaren van de broers zijn wél op een humoristische manier reflectief. Vrij van sentiment ook, wat tegenwicht biedt als de documentaire wat zalvend wordt, met al die fan-indrukken.
‘It takes a lot of caring to not give a fuck’, zegt Liam over zijn stoïcijns ongeïnteresseerde pose, die hij ook als vijftiger koestert. Ondertussen leeft hij als een monnik om zijn stem te sparen. Noel zag de reünie eerder nooit zitten, maar staat tot zijn eigen verbazing elke avond ontroerd op het podium. Hij heeft zijn broer toch wel gemist, zegt hij. Je gelooft hem.
Documentaire
★★★★☆
Regie Will Lovelace, Dylan Southern
123 min., in 112 zalen.