Rachel Beaujean | adjunct-artistiek directeur Nationale Ballet Rachel Beaujean (67) neemt afscheid als adjunct-artistiek directeur van Het Nationale Ballet. De oud-danseres koestert een grote liefde voor het klassieke balletrepertoire. Maar ze wordt vooral geassocieerd met het oeuvre van choreograaf Hans van Manen. Met name met haar hand op het kruis van haar danspartner in het duet Sarcasmen. „Pfff, wéér Sarcasmen?”
Rachel Beaujean
In april nam Rachel Beaujean officieel afscheid van Het Nationale Ballet, waar ze sinds haar zeventiende werkte. In die vijftig jaar omspannende carrière ontpopte ze zich tot een uitgesproken moderne ballerina, een sterke vrouw, de muze van choreograaf Hans van Manen (1932-2025) en gezichtsbepalend danseres van het gezelschap. Al voor het einde van haar podiumcarrière in 1997 begon ze als docent, werd vervolgens balletmeester, coach en uiteindelijk adjunct-artistiek directeur. Bijna tegelijk met haar ‘baas’ Ted Brandsen ging ze dit voorjaar met pensioen.
Dezer dagen zet ze, als schatbewaker van de artistieke nalatenschap van Hans van Manen, de laatste puntjes op de i van Simple Things, dat de choreograaf oorspronkelijk voor het Nederlands Dans Theater creëerde. Binnenkort vertrekt ze naar Bordeaux voor haar iets vrouwvriendelijker bewerking van Het Zwanenmeer. In haar drukbezette agenda heeft ze tijd ingeruimd om aan de hand van een kleine selectie karakteristieke videofragmenten terug te kijken op haar eigen dansleven. Een soort Zomergasten-recept. „Nou, als ik zo goed ben als Sigrid Kaag, ben ik blij.”
Les Sylphides
„Dit filmpje werd in april vertoond op mijn afscheidsvoorstelling, in de grote zaal van De Nationale Opera & Ballet. Ik dacht ‘o, neeee!’ Maar ik was eigenlijk best goed. Kijk, hier. De zachtheid in mijn armen, de stijl. En hier ga je dood hoor, want het is alleen maar springen in die Mazurka op muziek van Chopin, superzwaar. Maar als kind al vond ik springen aan het eind van de les ook heerlijk: yes, nu gaan we dansen! De Mazurka voelde als een enorm cadeau van balletmeester John Taras, die het bij ons kwam instuderen. Taras had zelf nog met Fokine gewerkt. Hij zei: ‘Je moet het dansen zoals Isadora Duncan; niet superklassiek en ingetogen.’ Dat kan ik, dacht ik. Ik heb het later in mijn hoedanigheid als balletmeester en choreograaf ook kunnen overbrengen: Les Sylphides is het eerste klassieke werk dat ik heb gereviseerd, en er zouden er nog vele volgen: Raymonda, La Bayadere, Giselle. Als je denkt aan al die generaties voor je, de geschiedenis, Les Ballets Russes. Het is alles waar je van droomt, en dat wordt dan werkelijkheid. Echt, Les Sylphides was de hemel hoor.”
De hemel, zo zag ze ook de studio in Den Haag waar ze als kleuter haar eerste lessen volgde. Daar ontwaakte haar liefde voor de klassiekers die ze later zou bewerken. Op het Koninklijk Conservatorium voltooide ze haar opleiding. Rudi van Dantzig, destijds artistiek directeur van Het Nationale Ballet, nam haar direct („zonder auditie”) aan, waarna ze zich tot een krachtige toneelpersoonlijkheid ontwikkelde.
„Ik wist niet eens dat hier een hele opname van was! Vroeger werd vaak alleen de eerste cast gefilmd. Als je nu een scheet laat, staat het op Facebook. Kijk, daar, dat is eng, je moet op zijn hoofd zitten en dan op zijn knieën gaan staan.
Het is alsof ik naar een ander leven zit te kijken. Destijds vond ik mezelf nooit goed genoeg. Nu denk ik: waarom heb ik niet meer van die tijd genoten? Ik was met mijn 1,76 meter niet het plaatje van een klassieke ballerina en de relatie met mijn lichaam was altijd vreselijk. Ik sloeg helemaal dicht als er negatief over mij werd geschreven. Het is een confronterend vak; je moet het doen met dat ene lijf en altijd is er die spiegel. Het oneerlijke is: tegen de tijd dat je het doorhebt, moet je ophouden. Tegelijkertijd is dat fragiele, vluchtige ook het mooie van het vak. Mooi als een eendagsvlinder.”
Op het scherm slaat Beaujean intussen in de rol van de Sirene de armen achtereenvolgens voor haar borst en achter haar rug. „Dit is heel lekker om te doen, zo dramatisch. Daardoor hoef je er geen gezichten bij te trekken. ‘Just do the steps’, zei Balanchine altijd. Net als Hans. Geniaal toch ook, hoe die zoon aan het einde in de armen van zijn vader kruipt?”
Beaujean en haar man, ex-danser en fotograaf Rob van Woerkom, kregen hún twee zoons pal na het afsluiten van haar podiumloopbaan. Eerder was niet gelukt, ook niet met ivf. Twee weken na haar dernière bleek ze zwanger. Kort na Rutger volgde Remco. Beiden zijn inmiddels volwassen, de een data-ingenieur, de ander werkt aan zijn afstudeerscriptie voor Aerospace Engineering. „En dat met twee dansende ouders, gek hè?” Met filmpjes van hun dansende moeder heeft ze de jongens niet lastiggevallen. Thuis ging het om hen.
De Verloren Zoon
De Verloren Zoon, naar het Bijbelverhaal, is een vroeg werk van Balanchine. Het verschilt sterk van zijn latere, abstracte werk. Het Nationale Ballet putte in de jaren zeventig, tachtig en negentig vaak uit het grote Balanchine-repertoire. „Balanchine hield van lange ballerina’s, dus ik werd altijd gecast: La Valse, Agon, Concerto Barocco, Serenade, alles. Mede daardoor ben ik een gezichtsbepalende danseres geworden. Dankzij de choreografen. Ik zat ook altijd wel in een creatie, als het niet bij Hans [van Manen] was, dan wel bij Rudi [van Dantzig] of Toer [van Schayk]. Dat vonden we toen doodnormaal, nu is die continue creativiteit uitzonderlijk.”
„Natuurlijk denk ik ook wel eens: pff, wéér Sarcasmen? Maar ik ben er zo blij mee. Sarcasmen loopt als een rode draad door mijn loopbaan.” In het befaamde duet zijn Beaujean en Clint Farha verwikkeld in een erotisch geladen machtsspel. Hoogtepunt van de vileine treiterijen vormt de hand van Beaujean, die na een bedrieglijk sierlijke port de bras resoluut op het kruis van Farha belandt. „Deze opname is van de première. Benieuwd hoe het publiek reageert op die hand. Nou ja, doodstil!? Later kreeg je wel reactie. Overigens dacht Clint dat híj de baas was, ik vond dat ik dat was. Geestig hoe anders je het beleeft terwijl je samen danst.”
Die hand werd als het ware haar claim to fame. Beaujean en Farha hebben hun opzienbarende dansgevecht over de hele wereld uitgevoerd. Na 350 keer zijn ze opgehouden met tellen. „Hans heeft mij als type danseres neergezet, waardoor ik een eigen plek heb gekregen in het gezelschap, net zoals Clint zijn eigen league was. Dat is het genie van Hans, hij maakte zijn balletten echt op personen. Hij haalde het beste in je naar boven.”
Sarcasmen
Met Van Manen had zij veel meer dan een professionele klik. „Hans voelt als een stuk van mijn lichaam”, zei ze geëmotioneerd in haar speech bij zijn uitvaart. Hun relatie was op alle fronten intens, een leerschool. De choreograaf gaf haar boeken, nam haar op sleeptouw naar tentoonstellingen en nodigde haar uit voor zijn befaamde etentjes, waar allerlei beroemdheden aanschoven. „Zat ik aan tafel met David Bowie!” Ze wisselden tips uit om af te vallen, kregen daar samen de slappe lach over, gingen samen winkelen. „Dan riep hij: dát moet je kopen! Die eettafel van Mart Visser hebben we dus nog steeds.”
De invloed van Van Manen kan niet worden overschat, maar ook de twee andere ‘Vans’, Rudi van Dantzig en Toer van Schayk, hebben haar gevormd. „Toer roept jeugdherinneringen op. Als elfjarige conservatoriumleerling leerde ik hem al kennen. Hij spreekt ook precies hetzelfde soort ouderwets ABN als mijn ouders. Dat voelt fijn. Het komt van ver.”
Beaujean verloor haar vader toen ze pas achttien was en net bij Het Nationale Ballet danste. Ook haar moeder stierf (relatief) jong, op haar 61ste. Beaujean was destijds midden twintig en timmerde als tweede soliste volop aan de weg.
„Dit ballet heb ik toen vaak gedanst. In het begin danste Toer soms zelf ook nog, ook in Rudi’s Vier letzte Lieder, waarin hij de Doodsengel was. Hij is nu negentig! Toer is deel van mijn opgroeien in het vak. Zijn dansstijl is best lastig en vergt onderzoek. Soms lijkt het onmogelijk, maar als je het doorhebt, danst het heel lekker. Je herkent zijn beeldhouwerschap in zijn balletten. Alles volgt uit de vorm, het menselijke, de emotie komt pas later. Bij Rudi was dat precies andersom. Dat was alléén maar emotie. Heerlijk, je mocht het vet aanzetten, heel expressionistisch. Ook daarin kon ik heel erg mezelf zijn.”
De leiderschapsstijl van Van Dantzig heeft haar, en Ted Brandsen, tot voorbeeld gediend. De voormalig artistiek directeur stond open voor de mening van anderen, ook van de jongste dansers. Als jonkie, herinnert ze zich, uitte Beaujean ooit kritiek op het feit dat hij „alleen de benen deed, de armen moest je zelf uitzoeken. ‘Rudi,’ zei ik, ‘dat kan echt niet, zo komen we in botsing.’ In plaats van me een draai om mijn oren te geven, ging hij er met een hele briefwisseling serieus op in. Zo bijzonder dat hij die moeite nam. Ook zijn interesse in het collectief was een inspiratie.”
Onvoltooid verleden tijd
Ook de Brit sir Peter Wright was een choreograaf die richting gaf aan Beaujeans ontwikkeling. In 1981 creëerde hij de schitterende versie van The Sleeping Beauty die nog steeds op het repertoire van Het Nationale Ballet prijkt. „Het hele creatieproces meemaken van een grote nieuwe klassieke productie is belangrijk geweest voor mijn vorming, al wist ik toen nog niet dat ik later ook Giselle, Raymonda, La Bayadère en nu Het Zwanenmeer zou bewerken.”
Beaujean was Myrtha in Wrights Giselle-instudering en Seringenfee in The Sleeping Beauty. Sterke karakters, leiders die autoriteit uitstralen, passen bij haar. In het dagelijks leven, zegt ze, ligt haar kracht vooral in de rol van ‘tweede man’. „Tweede solist, tweede man. Ik heb ooit wel nagedacht of ik niet directeur zou willen en kunnen worden. Maar ik ben geen diplomaat zoals Ted, ik ben veel te emotioneel en wilde tijdens vergaderingen nog wel eens ontploffen. Mijn gelukkigste tijd is ook altijd in de studio geweest. Ted en ik vormden een goed koppel. Dankzij zijn generositeit kon ik gaan doen wat ik nu doe.”
Als kersverse pensionada besteedt ze dagelijks een paar uur aan het bestieren van de Hans van Manen Foundation. Ze bewaakt diens artistieke nalatenschap en studeert zijn werk in bij Het Nationale Ballet en gezelschappen in het buitenland. In oktober vertrekt ze naar Bordeaux om met ‘haar’ Zwanenmeer aan de slag te gaan.
„Met mijn bewerking probeer ik de klassiekers beter te laten aansluiten bij het publiek van nu. Dat is de enige weg voorwaarts; het werkt niet om alsmaar hetzelfde te blijven doen. Over twintig jaar denkt men daar misschien weer anders over en komt er weer een nieuwe Bayadère, oorspronkelijk een choreografie van Marius Petipa. Dat is prima, want ondertussen heb je wel gezorgd dat het ballet overleeft. Toen ik begon had geen van de meisjes in het corps de ballet ooit La Bayadère gedaan. In één generatie kan zo’n ballet dus weg zijn als het niet wordt doorgegeven. Dat is mijn drijfveer; ik heb een dienende functie, uit liefde voor het klassieke ballet. Als het aan mij ligt, ga ik door tot ik erbij neerval. Niets doen wordt overschat.”
Sleeping Beauty
Het Nationale Ballet met Legacies; balletten van George Balanchine, Hans van Manen, Toer van Schayk en Kirsten Wicklund. Amsterdam, Nationale Opera & Ballet 10-27/9. www.operaballet.nl Over Beaujeans carrière wordt ook een documentaire gemaakt, die uitkomt in 2027: Timeless Grace – A Ballet Legacy.