Home

Politiek, durf prioriteit te geven aan de ernstigste gevallen in de ggz

Wachtlijsten Er wordt veel gedaan om de ggz-wachtlijsten terug te dringen, maar daarmee zijn de ernstigste gevallen niet geholpen, waarschuwen Christiaan Vinkers en Patrick Jeurissen.

Jeugdinstelling Accare Smilde, voor jeugd- en kinderpsychiatrie.

Minister Sophie Hermans (Volksgezondheid, VVD) schreef vorige maand dat meer dan de helft van de volwassenen op een ggz-wachtlijst langer dan de maximale termijn van veertien weken moeten wachten. Het kabinet kondigde opnieuw maatregelen aan om de wachtlijsten te verkorten en de toegankelijkheid te verbeteren. Rond Prinsjesdag komt onvermijdelijk weer de vraag of er meer geld en personeel nodig is om de ggz vlot te trekken. Maar daarbij blijft een fundamentelere vraag buiten beeld: welke psychiatrische zorg vinden we echt belangrijk?

Christiaan Vinkers is psychiater en hoogleraar stress en veerkracht bij Amsterdam UMC en GGZ inGeest. Patrick Jeurissen is hoogleraar betaalbaarheid van zorg bij IQ healthcare, Radboudumc.

De wachtlijsten in de ggz zijn namelijk scheef verdeeld. Vooral mensen met ernstige psychische problemen wachten lang op behandeling. Dat is niet het gevolg van een ggz die de vraag niet kan bijbenen. In een recent rapport analyseerden wij de toegankelijkheid van de Nederlandse ggz in de afgelopen decennia. Daaruit blijkt dat zowel het aantal mensen met psychische problemen als het ggz-gebruik is toegenomen. Maar vooral de lichtere ggz-zorg nam toe. Daarentegen nam het aantal patiënten dat in de specialistische ggz (sggz) werd behandeld juist af, terwijl dat precies de plek is waar patiënten met de ernstigste en meest complexe problemen terecht moeten kunnen.

De uitgaven aan de ggz zijn flink gestegen, en er werken meer mensen dan tien tot vijftien jaar geleden. Toch zijn er personeelstekorten onder psychiaters, klinisch psychologen en andere gespecialiseerde professionals. Meer geld en meer medewerkers hebben niet geleid tot meer behandelcapaciteit voor de ernstigste psychische problemen. Het gaat er dus niet alleen om hoeveel capaciteit de ggz heeft, maar ook waar die capaciteit terechtkomt.

Daarin komt een aantal prikkels samen die er gezamenlijk voor gezorgd hebben dat de toegankelijkheid voor mensen met de zwaarste problematiek onder druk staat. Er zijn productieplafonds en contracten met zorgverzekeraars. Daarbij is de zorg voor patiënten met ernstige klachten financieel niet aantrekkelijk. Op zichzelf rationele keuzes kunnen samen leiden tot een onwenselijke situatie met lange wachtlijsten voor wie kampt met ernstige en complexe problemen. Daar ligt een opdracht voor de politiek: als we vinden dat zorg voor de zwaarste gevallen belangrijk is, zijn maatregelen nodig. Het is niet te verwachten dat binnen het huidige stelsel problemen vanzelf overgaan.

Er zijn dus moedige keuzes nodig: maak een overzicht welke ggz-zorg voor mensen met ernstige klachten beschikbaar moet zijn, wat daarvoor nodig is en hoe instellingen die dat doen daarvoor adequaat kunnen worden beloond. Natuurlijk moet Den Haag niet bepalen hoeveel bedden elke instelling heeft of welke behandelingen een psychiater moet aanbieden, maar het gaat om het kader waarin zorg voor ernstige psychiatrische aandoeningen beschikbaar is – ook wanneer die zorg duur, langdurig of moeilijk te plannen is.

Wat is daarvoor nodig? De Nederlandse ggz heeft in twintig jaar een lange reeks veranderingen doorgemaakt, zoals de Zorgverzekeringswet, de basis-ggz, decentralisaties, ambulantisering en nieuwe bekostigingssystemen. Al die veranderingen waren elk op zichzelf logisch, maar we moeten toch constateren dat ze uiteindelijk gezorgd hebben voor een stelsel met fragmentatie, hoge administratieve druk, een slechte toegankelijkheid van specialistische zorg en lange wachtlijsten.

Ondertussen wordt er hard gezocht naar nieuwe oplossingen voor de wachtlijsten, zoals mentale gezondheidsnetwerken waarin huisartsen, ggz en het sociaal domein regionaal samenwerken, en het verkennend gesprek, waarin met de patiënt wordt bekeken welke zorg of ondersteuning het meest passend is, ook buiten de ggz. Dat is zinvol, maar als dit soort nieuwe structuren niet aantoonbaar leiden tot meer capaciteit voor mensen met ernstige en complexe psychiatrische aandoeningen, zullen zij alsnog weinig uitmaken voor het grotere probleem. Voorlopig lijkt het er bovendien op dat de invoering van mentale gezondheidsnetwerken in de praktijk nog niet eenvoudig is.

Dat zou een waarschuwing moeten zijn om niet nog meer lagen toe te voegen aan een stelsel dat niet goed functioneert. Rond Prinsjesdag moet het debat gaan over de vraag waar onze schaarse capaciteit het hardst nodig is en welke psychiatrische zorg Nederland beschikbaar wil houden speciaal voor ernstige klachten. Dáárop moeten financiering, contractering en personeelsbeleid worden ingericht. Meer geld kan daarvoor nodig zijn, of meer personeel, maar zolang we deze keuzes niet maken, bestaat het risico dat inspanningen niet terechtkomen bij patiënten die zorg het hardst nodig hebben.

Het resultaat zal dan zijn dat de ggz juist voor mensen met de ernstigste psychische problemen het minst toegankelijk zal blijven. Er zijn uitwegen om aan deze onwenselijke situatie een eind te maken, maar dat vraagt politieke moed.

Zorg

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next