Home

Een appel heeft geen zichtbaar vaatstelsel. Hoe groeit-ie dan?

Appels zijn groot, bol en sappig. Hoe groeit dat? Heeft een appel een vaatstelsel?

Wie een appel doorsnijdt, ziet een homogene massa.

Het menselijk lichaam – zelfs een piepklein groeiend embryo – heeft een fijnvertakt netwerk van bloedvaten. Dat brengt zuurstof, water en voedingsstoffen tot in de verste uithoeken. Bij planten is dat ook goed geregeld. Maar hoe zit het bij een grote, bolle, sappige appel? En bij een perzik, aardbei en walnoot? Hebben die ook haarvaten?

Een appel is botanisch gezien een raar ding. Het is geen echte vrucht, maar een schijnvrucht. Het sappige appelweefsel waar je je tanden in zet, is in feite de uitgegroeide bloembodem van de appelbloesem: de verdikking aan het einde van het steeltje, waar de groene kelkblaadjes aan vast zitten. Het vruchtbeginsel (het gedeelte waar bij andere planten de sappige perzik uit groeit, of de tomaat, avocado, sinaasappel, en ook de paprika) is in de appel uitgegroeid tot het klokhuis. Daar zitten de appelzaden (de ‘pitjes’) dan weer binnenin.

Ook de aardbei is een schijnvrucht. De aardbei is de flink opgezwollen bloembodem, maar dan met tientallen piepkleine vruchtjes over de hele buitenkant verdeeld. Wat wij de ‘aardbeipitjes’ noemen, zijn in feite harde droge vruchtjes, met in elk ervan een zaadje. Als je een aardbei in de lengte doorsnijdt, zie je fijne witte structuren lopen, die straalvormig uitwaaieren naar de buitenkant. Dat zijn vaten, die ook netjes naar elk minivruchtje aan de buitenkant leiden.

Twee eenvoudige vaatsystemen

Een appel heeft niet zulke zichtbare vaten. Als je die doorsnijdt, dan zie je één homogene massa. Hoe krijgen de buitenste cellen dan hun water, zuurstof en voedsel? Welnu, de appel heeft wel degelijk een vaatstelsel, hoewel niet zo uitgebreid. Er lopen vanuit het steeltje twee eenvoudige vaatsystemen de appel in. Het ene bedient het klokhuis, het andere het vruchtvlees (of dus eigenlijk: het bloembodemvlees). Als je een appel horizontaal doorsnijdt, dus als het ware door zijn ‘evenaar’ heen, dan kun je die vaten soms zien zitten als iets donkerder stipjes. Je ziet ze beter als de appel al wat ouder is of al een tijdje doorgesneden.

Het vaatstelsel is lang niet zo fijnvertakt als ons haarvatenstelsel. Veel cellen krijgen hun water, zuurstof en voeding daarom op een andere manier aangeleverd. Zuurstof komt vooral van de buitenlucht. Die verplaatst zich de appel in via diffusie: het verschijnsel dat stoffen vanzelf naar een lagere concentratie bewegen. Water en voedingsstoffen komen wel van binnenuit, via het steeltje en de vaten. Ze bewegen zich verder de appel in via poortjes die naburige plantencellen met elkaar verbinden, en via ‘actief transport’: eiwitten in de celmembranen transporteren de stoffen weg van de vaten.

De eerste weken na de bloei groeit een appel overigens vooral doordat cellen zich delen. Daarna groeit hij doordat die individuele cellen enorm veel groter worden: tot wel 1.500 maal hun oorspronkelijke volume.

Bij de perzik zit het ongeveer net zoals bij de appel, behalve dan dat het vruchtvlees wel echt de vrucht is, en dat er een keiharde houtige laag om het zaad heen groeit. Het groeiende, rijpende zaad wordt gevoed vanuit de steel. En de walnoot? Daarvan is het vruchtvlees, de groene bolster, voor ons oneetbaar. Wat wij eten, zijn de zaadlobben: het reservevoedsel van het kiempje. Die zaadlobben hebben geen vaten binnenin, maar wel eromheen. Je ziet ze soms lopen als fijne, vertakkende lijntjes in het vliesje.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Biologie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next