Anime-film ‘Akira’ is een grimmige, bloedige en ondoorgrondelijke bijdrage aan de cyberpunk, een genre dat afrekende met het techno-optimisme van de jaren zestig. Zijn apocalyptische visioenen zie je terug in talloze rampenfilms.
Het begon allemaal met Akira. Wie is Akira? Eerst dit: de Japanse mondiale soft power kwam pas goed op gang toen het economische succesverhaal in 1990 was omgeslagen in stagnatie. Daarvoor was Japan met zijn samoerai en yakuza exotica voor fijnproevers, daarna werd het een popfenomeen van Nintendo en Hello Kitty, J-pop en J-horror, gothic lolita’s en cosplay.
Akira (1988)Van: Katsuhiro Otomo.Lengte: 124 minuten.Te zien in de bioscoop.
En anime natuurlijk, wat film betreft Japans’ grootste exportproduct. Denk aan Studio Ghibli en Pokémon, Naruto, Demon Slayer, vorig jaar goed voor 800 miljoen dollar aan bioscooprecette. Die mondiale zegetocht begon in 1988 met de film Akira, nu in 4k-restauratie terug in de bioscoop – al vind je hem ook gewoon op YouTube. De opbrengst – 4,8 miljoen dollar, zo’n 13 miljoen dollar nu, imponeerde toen nauwelijks. Maar Akira was een eyeopener.
Akira is een grimmige, bloedige en ondoorgrondelijke bijdrage aan de cyberpunk, een genre dat afrekende met het techno-optimisme van de jaren zestig. Cyberpunk vertelde noir-getinte verhalen in een dystopische stadsjungle van de nabije toekomst, vol geweld, onrecht, biomanipulatie, kwaadaardige multinationals en virtuele realiteiten.
De film begint als echte jongetjes-anime met achtervolgingen, schietpartijen en ontspoorde jeugd. De onzekere Tetsuo is de wrokkige bèta van Kaneda, leider van een motorbende die anno 2019 Nieuw-Tokio onveilig maakt. Het oude Tokio werd in 1992 verwoest door Akira, zo leren we, maar wie of wat dat is? De stad maakt zich op om in 2020 de wederopstanding te vieren met de Olympische Spelen – zoals overigens ook in het echt zou gebeuren.
Maar na een motorongeluk beschikt Tetsuo plots over superkrachten en belanden hij en Kaneda in een geheim militaire project met paranormaal begaafde kinderen waar politici, rebellen en apocalyptische sektes omheen cirkelen. Opnieuw dreigen verwoestende krachten vrij te komen, want diep onder het olympisch stadion in aanbouw ligt Akira diepgevroren in een bunker. Als Tetsuo zijn superkrachten gebruikt voor een rancuneuze machts-trip, verliest hij alle controle en transformeert in een biomechanische reuzenbaby, een monsterlijke versie van zijn id.
Mensen zijn evenmin klaar voor goddelijke krachten als een amoebe voor menselijke intelligentie, stelt Akira, een kritiek op de superheld die nogal complex en zelfs verwarrend was voor degenen die de dynamische manga-strip van Katsuhiro Otomo uit 1982 niet kende. Ik begreep er in 1991 althans weinig van, maar weet dat aan de paddo’s en genoot er niet minder van.
Achteraf is het een mirakel dat een consortium van zeven Japanse mediabedrijven in 1985 het ongehoorde bedrag van 800 miljoen yen in een verfilming stak die alleen fans werkelijk begrepen – het geld klotste toen nog tegen de plinten in Japan. Dat stelde Otomo in staat een anime te maken van zeer hoge kwaliteit; 160.000 tekeningen met imponerende cityscapes, scherpe detaillering, soepele animatie en levendige personages. De score van elektro, Indonesische gamelan en Japanse Noh-muziek maakte school.
De invloed van Akira is lastig vast te spijkeren. Otomo put zelf uit vele bronnen: naast cyberpunk ook bikerfilms, body horror, Hong Kongs cityscape van glimtorens die uit haveloos beton groeien. Het beeld van verloederde, losgeslagen jeugd is helemaal jaren tachtig, de fascinatie met totale verwoesting en de vrees voor herhaling is in de naoorlogse geest van Godzilla. De esthetiek van Akira was op haar beurt zeer invloedrijk. De apocalyptische visioenen zie je terug in rampenfilms, en de nachtelijke stadsgezichten vol wolkenkrabbers komen terug in hedendaagse sciencefiction.
Bovenal maakte Akira anime salonfähig in het westen. Filmliefhebbers gingen in Japan op zoek naar meer, en vonden een volwassen, artistiek interessant genre. Tot ver in de jaren negentig bleef anime niche, op enkele uitschieters na, zoals Ghost in the Shell (1995) en Princess Monoke (1997). Het hek was pas echt van de dam toen Studio Ghibli in 2002 een Oscar won met Spirited Away en hierna eerdere anime als My Neighbor Totoro en Grave of the Fireflies alsnog werden uitgebracht. Waarna Pokémon en Naruto de schoolpleinen veroverden.
Maar het begon allemaal met Akira.