Recensie | Komedie Het aanstekelijke debuut van Schot Louis Paxton is een aangenaam ratjetoe van absurdistische scènes en filmverwijzingen over een zus en broer op een afgelegen mythisch eiland die dreigen te worden geëvacueerd.
Domhnall Gleeson als deurwaarder in ‘The Incomer’.
The Incomer. Regie: Louis Paxton. Met: Domhnall Gleeson, Gayle Rankin, Grant O’Rourke. Lengte: 102 minuten.Te zien in de bioscoop.
Vaak zijn afgelegen gemeenschappen een ideale inspiratie voor horrorfilms. Maar de Schotse regisseur Louis Paxton besloot het in zijn lange speelfilmdebuut over een andere boeg te gooien. Hij verzon een absurdistisch verhaal over een volwassen zus en broer die al sinds hun kindertijd op een afgelegen eiland wonen en daar zo hun eigen regels en rituelen hebben ontwikkeld. Dan komt er op een dag een man met waarschijnlijk het meest troosteloze beroep ter wereld: hij moet het tweetal uit hun huis zetten en meenemen naar de vaste wal. Want zij mogen daar wel wonen, maar het eiland is formeel onbewoond. Dus wint de wet. Maar welke?
The Incomer is een typische indiekomedie, droogkomisch, soms een beetje sloom, denk het Schotse broertje van Ier Martin McDonaghs The Banshees of Inisherin. Geen wonder dat de film eerder dit jaar op het Amerikaanse Sundance-festival werd bekroond.
Paxton vertelde in interviews als kind vele zomers op de Schotse eilanden te hebben doorgebracht. Die ervaringen van schrale wind om dorre rotsen en verhalen over selkies, mythische zeehondwezens die mensen naar de bodem van de zee proberen te lokken, combineerde hij met bijna antropologisch onderzoek naar de gewoontes binnen afgelegen Engelse gemeenschappen. Met zoveel ernst is het bijna verrassend dat zijn film meer uitblinkt in mafheid dan in consistentie of originaliteit.
Gayle Rankin als eilandbewoner in ‘The Incomer’.
Inspiratiebron is de horrorklassieker The Wicker Man (1973 en 2006) waarin een politieman van het vasteland op een afgelegen eiland verstrikt raakt in een paganistische cult. Filmverwijzingen buitelen over elkaar heen. Het meeste heeft Paxton nog gemeen met cultfilmer Ben Wheatley, die Engelse folklore koppelde aan maatschappijkritiek, geweldsuitbarstingen en eigenzinnige personages in bijvoorbeeld Kill List en het trippy A Field in England.
De bijna incestueuze machtsdynamiek tussen Isla en Sandy doet denken aan de claustrofobische waanzin van Willem Dafoe en Robert Pattinson in The Lighthouse (2019). Een fijne fun fact is daarom dat de zilvermeeuwen die ook om de hut in The Incomer krijsen dezelfde getrainde vogels zijn als die in The Lighthouse werden losgelaten. Het geeft de reikwijdte van de film aan: hou je van al die voorbeelden, dan heb je een prima bioscoopervaring.
Toch schuilt er ook een meer serieus verhaal onder de driehoeksverhouding. Want de film gaat natuurlijk niet voor niets over de vraag wie hier nu eigenlijk vreemd is: de in isolement opgegroeide overlevers Isla en Sandy (Gayle Rankin, Grant O’Rourke) of de zenuwachtige deurwaarder Daniël (Domhnall Gleeson) die terwijl het tweetal zich op de meeuwboutjes stort, wil uitleggen dat hij „niet gelooft in het eten van dieren”. Het leidt tot een heerlijke reeks misverstanden, want hoe kun je nou niet geloven in wat er voor je ligt? Zijn veganisme was overigens de reden dat muzikant Moby de film mee produceerde.