Merel van Vroonhoven is leraar, toezichthouder en columnist van de Volkskrant.
‘Mevrouw, ik kan toch gewoon ChatGPT gebruiken, dan hoef ik helemaal geen boek te lezen’, roept John als ik mijn klas vraag op een post-it te noteren waarover ze graag een boek zouden lezen. ‘Ik haat lezen, bro, sick saai.’ Demonstratief rolt hij met zijn ogen. De klas lacht.
Zojuist heb ik vmbo-tl-klas 3B verteld dat ze dit schooljaar veel gaan lezen. ‘Lezen helpt je de wereld beter te begrijpen, je in anderen te verplaatsen’, zeg ik vol vuur. ‘Er zijn echt heel veel mooie boeken vol prachtige verhalen, ook voor jongeren.’ Hangende schouders, verveelde blikken, gesteun. Bij elke zucht voel ik mijn maag verder ineenkrimpen. Was het naïef of overmoedig om te denken dat ik verandering kan brengen in de bedroevende leesvaardigheid van leerlingen op het vmbo?
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen. Klik hier om een nieuwe paragraaf te starten
Gisteren verschenen de Pisa-resultaten, een wereldwijde barometer van het leesniveau van jongeren. De duikvlucht heeft zich in Nederland voortgezet, de resultaten zijn weer slechter dan drie jaar geleden. Bijna 40 procent van de 15-jarigen scoort zo slecht dat ze het risico lopen laaggeletterd de schoolbanken te verlaten.
Jongeren en lezen: het lijkt een onmogelijke strijd om aandacht met al die schooltoetsen, bijbanen, sociale verplichtingen en – ja, daar is-ie – schermgebruik. Tegen de instant dopamineshots van flitsende TikTokfilmpjes of Netflixseries legt de uitgestelde beloning voor geconcentreerd lezen van een boek het snel af. Terwijl goed en kritisch kunnen lezen alleen maar belangrijker wordt, helpt het gemak van AI bepaald niet. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan? Maar een spier die je niet traint, wordt steeds zwakker.
Volgens expertisecentrum Stichting Lezen is er sprake van een veelkoppig monster aan oorzaken. Zoals de negatieve spiraal van minder lezen, minder vaardigheid, minder motivatie. Wat ook niet helpt, zijn de demotiverende signaalwoordzoeklessen bij begrijpend lezen, jarenlang de norm in het onderwijs. Net als het ontbreken van een passend boekenaanbod, of zelfs de hele boekenkast, of (voor)lezende volwassenen thuis en op school.
Gelukkig zijn er ook scholen waar het wel lukt om leesliefde aan te wakkeren. Dankzij gedreven schoolbesturen, directeuren en leraren die niet bij de pakken neerzitten en lezen op nummer één zetten. Daar maken ze tijd voor in het volgepropte curriculum. Leraren die weten hoe ze kinderen enthousiasmeren: ze brengen lezen bij met de juiste didactiek en boeken die aansluiten bij hun interesses. Niet alleen bij Nederlands, maar ook bij biologie of geschiedenis.
Voorlezen, daar begint het mee en vooral met voorléven. In de klas, de bedrijfskantine, de trein, de Tweede Kamer, aan de keukentafel. Een lezende samenleving is niet alleen een taak van het onderwijs, maar een verantwoordelijkheid van ons allemaal. Hoe vaak lezen volwassenen zelf een boek?
‘Je kunt niet geven wat je zelf niet hebt’, legt universitair hoofddocent Nederlandse literatuur Jeroen Dera uit. ‘Als je een leraar hebt die zelf heel weinig leest en ook weinig repertoirekennis heeft, dan is het ook heel moeilijk kinderen het juiste boek aan te raden.’
Hoeveel jongerenboeken ken ik eigenlijk? Te weinig, merkte ik tot mijn schrik toen ik voor de zomer de DUO-leeslijst voor het staatsexamen vmbo-gl/tl bestudeerde. Godzijdank helpen lange schoolvakanties om een beetje bij te lezen. Als ik Karim met een leeg geeltje voor zijn neus hoor mompelen dat er geen boeken over voetbal bestaan, zeg ik met hernieuwd zelfvertrouwen: ‘Wedden van wel. Zullen we in de schoolbieb Match van Buddy Tegenbosch zoeken?’
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant