In ruim een week tijd zijn bijna driehonderd mensen omgekomen in Jemen bij een heropleving van geweld tussen het regeringsleger en de Houthi-beweging. Zoals vaker bij Jemen draait het wapengekletter om méér dan om Jemen alleen.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.
Na jaren van relatieve kalmte is de oorlog in Jemen weer in alle hevigheid losgebarsten. Zware gevechten tussen de Houthi’s en de internationaal erkende Jemenitische regering hebben in een week tijd aan ruim driehonderd mensen het leven gekost, en het einde is niet in zicht. Het gaat om de dodelijkste escalatie sinds er in 2022 een staakt-het-vuren werd beklonken. Vooral aan de westkust van Jemen, tussen de strategisch gelegen steden Taiz en Mokka, wordt er hard gevochten.
De strijd ontvlamde afgelopen donderdag met een offensief van de Houthi’s in de richting van de belangrijke havenstad Mokka. Krijgt de fundamentalistische groepering die stad in handen, dan kan ze makkelijker de zeestraat Bab el-Mandeb (‘Poort van tranen’) gijzelen en afsluiten voor de internationale scheepvaart. In het verleden beschoten de Houthi’s internationale vrachtschepen vanuit stellingen op 90 à 150 kilometer afstand met drones en ballistische raketten; het doel is nu om dichterbij te komen, zodat men hetzelfde doel kan bereiken met eenvoudige, goedkopere raketten.
Zoals vaker bij Jemen draait het wapengekletter om méér dan om Jemen alleen; het draait om regionale dominantie. De timing heeft alles te maken met oorlog tussen Iran en de Verenigde Staten: de Houthi’s werken sinds jaren uiterst nauw samen met de Iraanse Revolutionaire Garde en willen de Bab el-Mandeb mogelijk tot een tweede Straat van Hormuz maken, om op die manier de druk te verhogen op de VS en de patstelling in de oorlog te doorbreken.
Het bestand in Jemen kwam half juli voor het eerst aan het wankelen, toen het vliegveld van Sanaa werd beschoten, met als gevolg dat een toestel met vermoedelijk Iraniërs van de Revolutionaire Garde aan boord niet kon landen. Een schending van het bestand, oordeelden de Houthi’s, die (vermoedelijk terecht) naar buurland Saoedi-Arabië wezen als dader en een embargo afkondigden voor Saoedische olietankers.
Ieder Saoedisch schip dat in de Rode Zee opduikt, loopt sindsdien het risico te worden beschoten. Maandag en dinsdag deden de Houthi’s, die de hoofdstad Sanaa in handen hebben, er een schepje bovenop door een spervuur van drones en raketten af te vuren richting Saoedische olie-installaties, met 73 gewonden tot gevolg.
Aan de telefoon vanuit de belegerde stad Taiz vertelt bouwvakker Hamdi al-Shibani (30) dat hij zondagochtend onderweg was naar een bouwplaats bij de lokale faculteit Geneeskunde, toen daar een Houthi-raket insloeg. ‘Mijn collega’s en ik zijn omgedraaid en weer naar huis gegaan. We zijn ontsnapt aan een bloedbad.’ Waarom de Houthi’s de faculteit onder vuur namen, is onduidelijk.
Taiz is nu nog in handen van de internationaal erkende regering die in de zuidelijke havenstad Aden zetelt, maar Shibani en zijn gezin leven op slechts 2 kilometer van het front. ‘Als de Houthi’s onze stad innemen, is het met onze vrijheid gedaan’, zegt hij angstig. ‘We kennen hun reputatie: mensen die zich tegen hen verzetten, worden opgepakt en gemarteld.’ Volgens hulporganisaties zijn een kleine 2.200 gezinnen de voorbije dagen op de vlucht geslagen.
In de nieuwe escalatie speelt Saoedi-Arabië een hoofdrol. Het waren de Saoediërs die mede aan de basis stonden van de burgeroorlog in Jemen. Vanaf 2015 probeerden ze met zware bombardementen de Houthi’s uit de hoofdstad Sanaa te verdrijven. Het liep uit op een vruchteloze burgeroorlog, en toch blijft dat doel – de Houthi’s verjagen – in de Saoedische hoofden bestaan.
Een blik op de kaart leert dat de Saoedische regering in Riyad zich bekneld voelt, met vijanden in alle windrichtingen. Ten westen: een onvoorspelbaar Iran. Ten noorden: pro-Iraanse milities in Irak die Saoedi-Arabië geregeld bestoken. Ten zuiden: de Houthi’s. Hoe meer onrust, hoe meer de economische ambities (‘Visie 2030’) van de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman in het gedrang komen.
Eerder dit jaar dreigde de Saoedische olie-export in de knel te komen, toen Iran de Straat van Hormuz afgrendelde. De Saoediërs omzeilden die blokkade vervolgens door hun olie via een omweg te exporteren, westwaarts, met dank aan de zogeheten Yanbu-pijpleiding. Iran werd daarmee een hak gezet. Ook de Amerikaanse marine weet steeds vaker olietankers stilletjes door Hormuz te loodsen. ‘Het regime in Teheran heeft het gevoel dat hun blokkade nu voor het Westen te managen valt’, zegt de Jemenitische analist Ahmed Nagi van onderzoeksorganisatie International Crisis Group. ‘Dat wil Iran niet, en daarom heeft men de Houthi’s in stelling gebracht.’
Aan de andere kant van het slagveld staat de internationaal erkende regering, waarvan veel leden in Saoedi-Arabië zetelen. Het gaat om een bonte coalitie van troepen die elkaar veelvuldig bevochten hebben, en die daarom geen geweldige reputatie hebben. Toch zou dat kunnen veranderen. De Saoediërs wisten begin 2026 schoon schip te maken door een tweede broodheer van Jemens regering, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), min of meer Jemen uit te trappen.
Sindsdien oogt het regeringsleger beter gestroomlijnd. Op het slagveld maken de troepen indruk met de inzet van wendbare drones. Ze hebben fronten geopend in drie oostelijke provincies. De militaire logica is eenvoudig: de Houthi’s afleiden, om zodoende het front bij Mokka te verlichten. ‘Deze oorlog draait niet om ons’, sombert telecomverkoper Lutf al-Sanani (33) vanuit Dhamar, een stad onder controle van de Houthi’s. ‘Hij wordt door regionale grootmachten uitgevochten, terwijl de doden allemaal Jemeniet zijn.’ Zijn enige wens, zegt hij, is dat de belangen van zijn land weer voorop komen te staan. In Jemen zou dat al een kentering van jewelste zijn.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant