Het festival heeft daarbij de Griekse componist Fani Konstantinidou gevraagd een reactie te schrijven, die zaterdag ten gehore wordt gebracht.
schrijft voor de Volkskrant over hedendaagse muziek.
Van bandrecorders tot laboratoriumapparatuur: in de jaren vijftig vormde splinternieuwe elektronica een onontgonnen goudmijn voor avant-gardecomponisten. Maar waar Franse en Duitse grondleggers goddelijke statussen verwierven, ligt kostbaar Nederlands erfgoed te fossiliseren in de krochten van het collectieve muziekgeheugen. Doodzonde.
Hoop gloort tijdens het jaarlijkse muziekfestival Gaudeamus in Utrecht. In TivoliVredenburg klinkt muziek van Nederlandse geluidsbanden uit de jaren vijftig en zestig. Pionierende componisten herrijzen op het nieuwe muzieklabel Dutch Oscillation Series (DOS), wat gevierd wordt met een luistersessie. Deze maand komt allereerst een cd-box met werk van Ton de Leeuw (1926-1996) uit, in januari volgt Luctor Ponse (1914-1998).
Zijn hun oude geluiden slechts museumstukken? Voor de Griekse componist Fani Konstantinidou (45) zeker niet. Aan de Universiteit van Amsterdam doet ze promotieonderzoek in de culturele musicologie. Die compositieopdracht die ze voor Gaudeamus kreeg: schrijf een hedendaagse reactie op het elektronische werk van Luctor Ponse. Het resultaat, Paremvolés, wordt zaterdagavond gepresenteerd.
Hoe inspireerde Luctor Ponse jouw nieuwe compositie?
‘Voor een elektronische componist als ik is Luctor Ponse misschien geen voor de hand liggende match. Zijn elektronische werk komt vooral voort uit zijn achtergrond als pianist.
‘Toch paste Ponse bij mijn aanvankelijke idee. Paremvolés is deels gebaseerd op zijn Concerto I voor piano en magneetband. Daarin verstoort de elektronica de prominente pianopartij. Bij mij vormt elektronica juist het fundament en is de piano de stoorzender. Exact het tegenovergestelde concept dus.’
Je identificeert jezelf als elektronisch componist. Schrijf je vaker voor akoestische instrumenten?
‘Ik componeer zeker ook akoestische muziek, maar elektronica is altijd aanwezig. Zo is mijn laatste album, Undertones, voor slagwerk. Zelf voeg ik dan elektronica toe. Ik heb mijn eigen digitale instrument ontworpen in Max/MSP (een grafisch muziekprogramma, geliefd onder avant-gardecomponisten, red.).’
Natuurlijk gebruiken veel componisten, waaronder Konstantinidou, digitale software in plaats van vergeten analoge apparaten. Toch is er nog altijd een groep componisten die teruggrijpt op traditionele hardware.
Voor Paremvolés bezocht je de Willem Twee Studios in Den Bosch, vol analoge elektronica.
‘Afgelopen juni heb ik daar inderdaad analoge opnamen gemaakt, om zo de werkwijze van toen te herbeleven. Ik had nog nooit een stuk gepubliceerd dat gecreëerd is met zulke apparatuur. Het resultaat klonk als de jaren vijftig, dus heb ik de analoge geluiden bewerkt met mijn digitale instrument, om het verleden en heden te laten samenkomen.’
Wat kunnen we zaterdagavond tijdens Gaudeamus verwachten?
‘Er zijn meerdere luistersessies, waaronder eentje met Paremvolés (gepaard met Etude no. 1 van Luctor Ponse, red.). Het geluid wordt verspreid over meerdere hoeken uit de ruimte. Er is een opstelling met vier speakers, of misschien zelfs meer, dat weet ik op dit moment nog niet.’
Het liveaspect blijft dus achterwege?
‘Voor Gaudeamus is specifiek om een luistersessie gevraagd. Wie weet voer ik het stuk bij een toekomstig concert live uit, met pianist. Dat had ik wel in gedachten toen ik Paremvolés componeerde. Hoe dat zal uitpakken? Geen idee. Dat zien we tegen die tijd wel.’
Hedendaagse muziekfestival Gaudeamus vindt van 9 t/m 13/9 plaats op verschillende locaties in Utrecht. De luistersessies met Konstantinidou en Ponse zijn op 12/9 in TivoliVredenburg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant