Het besef dat het in de klassen alle hens aan dek is, dringt te langzaam door tot kabinet en Kamer.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
De Nederlandse onderwijsorganisaties voelden de bui al hangen. Nog voordat dinsdag de resultaten naar buiten kwamen van het Pisa-onderzoek, de driejaarlijkse internationale onderwijsvergelijking, deden ze een gezamenlijke oproep aan de politiek om niet weer in paniek te raken en niet over te gaan tot ‘steeds weer andere door de politiek van de dag ingegeven focusmaatregelen’.
Dat laatste zou inderdaad onverstandig zijn, maar het jongste Pisa-onderzoek is toch zorgwekkend genoeg. De wiskundeprestaties van Nederlandse 15-jarigen zijn nog niet eerder zo sterk gedaald. In heel Europa is sprake van een daling van de leesvaardigheid, maar Nederland daalde harder dan gemiddeld en scoort ook lager dan dertien vergelijkbare Europese landen. De natuurwetenschappen waren in 2018 nog een lichtpunt, omdat Nederlandse scholieren daar bovengemiddeld in scoorden, maar de trend is neerwaarts en de voorsprong binnen Europa is geheel verdampt.
Bovendien staat het Pisa-onderzoek niet op zichzelf. Het komt boven op een stapel rapporten van gerenommeerde Nederlandse onderzoekers die minstens zo alarmerend zijn. Nog niet lang geleden rapporteerde de Inspectie van het Onderwijs dat minder dan de helft van de leerlingen in het basisonderwijs het gewenste streefniveau in rekenen haalt.
Tegelijkertijd is sprake van een ‘voortdurende en omvangrijke daling van de prestaties op leesvaardigheid en woordenschat’. In het voortgezet onderwijs dalen de vaardigheden in wiskunde. De burgerschapskennis is gemiddeld lager dan in andere landen. ‘Het lijkt erop dat veel leerlingen niet het onderwijs krijgen dat ze nodig hebben’, stelden de inspecteurs vast in 2024.
Pisa voegt daar nog enkele trends aan toe, want Nederland staat hier en daar wel hoog, maar dan in precies de verkeerde lijstjes. De onderlinge verschillen tussen scholen bij prestaties in de natuurwetenschappen zijn wereldwijd alleen in Zambia groter dan hier. De kansenkloof groeit. Over de hele linie van het onderwijs hoort Nederland, sinds 2015, bij de sterkste dalers. En het probleem ligt niet alleen binnen de scholen: dat bijna 60 procent van de tweede generatie Nederlanders met een migratieachtergrond thuis geen Nederlands spreekt, helpt ook niet mee.
Een land met een gestaag inzakkend onderwijsniveau stevent op de wat langere termijn af op meer problemen. Paniek is nooit een sterk fundament voor beleid, maar het besef dat het alle hens aan dek is, dringt toch te langzaam door tot politiek Den Haag. Als de Tweede Kamer een kwart van de tijd die de afgelopen jaren werd uitgetrokken voor asieldebatten had besteed aan het onderwijs, zouden opeenvolgende kabinetten veel meer urgentie hebben gevoeld.
Dat geldt ook voor het kabinet-Jetten. Van de staatscommissie die in het regeerakkoord met veel bravoure werd aangekondigd om ‘aanbevelingen voor langetermijnoplossingen’ te doen, is na een half jaar nog niets vernomen. Er is nog niet eens een commissie. En waar blijven de Nederlandse studies naar de methoden van een land als Ierland, dat het op alle fronten juist uitstekend doet? Het wiel hoeft niet opnieuw te worden uitgevonden.
Staatssecretaris Judith Tielen beloofde dinsdag een plan. Nog dit najaar. Dat komt dan geen dag te vroeg.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant