Home

Alle alarmbellen gaan af over de staat van het taalonderwijs: ‘Dit is een heel diepe duik’

Nederlandse 15-jarigen zijn nóg slechter gaan lezen, blijkt uit het internationale Pisa-onderzoek. Twee op de vijf kunnen daardoor niet goed meekomen op school en in de maatschappij. Wat houdt de Pisa-score eigenlijk in? En is deze duikvlucht te stoppen?

is politiek verslaggever van de Volkskrant.

Het gaat steeds over de Pisa-scores, maar wat zeggen die eigenlijk precies?

Vooropgesteld: de slechte Pisa-score is geen finaal oordeel over de staat van het Nederlandse taalonderwijs. Dat zou ook niet kunnen: aan het driejaarlijkse Pisa-onderzoek doen 91 landen mee, met minstens zoveel onderwijssystemen.

Wat Pisa wél meet, is of leerlingen beschikken over basisvaardigheden die ze nodig hebben in het dagelijks leven. Kunnen ze goed genoeg lezen om de bijsluiter van een doos pillen te begrijpen, of goed genoeg rekenen om het huishoudboekje op orde te krijgen?

In het geval van Nederland baart vooral de gebrekkige leesvaardigheid zorgen. Van de 15-jarigen kan 39 procent niet goed genoeg lezen om mee te komen op school en in de samenleving, blijkt uit het Pisa-rapport van dit jaar.

De Nederlandse leerlingen doen het daarmee nog slechter dan drie jaar geleden, toen de dalende leesscores het noodalarm al lieten afgaan. Ook in veel andere deelnemende landen zijn leerlingen slechter gaan lezen, maar het verschil tussen het gemiddelde en Nederland – dat daaronder scoort – was niet eerder zo groot als vastgelegd in het dinsdag verschenen rapport.

De cijfers zijn ‘dramatisch’, zegt Pedro De Bruyckere, onderwijswetenschapper en docent aan de Universiteit Utrecht. ‘Een voortzetting van de dalende trend had ik wel verwacht, maar dit is een heel diepe duik. Zes jaar geleden was het nog een op de vier leerlingen die het basisniveau niet haalden. Nu twee op de vijf.’

Is dat volledig aan het onderwijs te wijten?

Dat niet. ‘Dat is één van de meest frustrerende elementen van het Pisa-onderzoek: een smoking gun is niet aan te wijzen’, zegt De Bruyckere. Overmatig gebruik van de mobiele telefoon zou een factor kunnen zijn. Net als de ontlezing die daarmee gepaard gaat. Ook goed mogelijk is dat de coronacrisis zich nog laat voelen: de 15-jarigen van nu hebben destijds geleden onder de schoolsluitingen en de lessen op afstand.

Maar de Nederlandse scholen blijken in ieder geval niet bij machte om de dalende trend te keren. Eén probleem is de manier waarop het lezen in de klas wordt geoefend, zegt Roel van Steensel, hoogleraar leesgedrag aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Hij noemt de nadruk op ‘begrijpend lezen’, dat in de praktijk vaak neerkomt op de inzet van trucjes om een tekst snel maar oppervlakkig door te nemen. ‘Daar is veel kritiek op gekomen. Iets anders is dat lezen volledig los is komen te staan van andere vakken. Terwijl we weten: juist de kennis die je bij die andere vakken opdoet, is een voorwaarde om een tekst te kunnen begrijpen.’

En nu? Crisismaatregelen?

Door het vorige kabinet zijn al nieuwe ‘kerndoelen’ ontwikkeld voor het onderwijs, die pas dit schooljaar zijn ingegaan. De kerndoelen schrijven voor wat leerlingen aan het einde van hun schoolcarrière moeten kennen en kunnen. Bovenaan staat de ambitie om de taalvaardigheid op te krikken, onder meer door aandacht aan lezen te geven in andere lessen dan alleen Nederlands.

Vooruitlopend op ‘Pisa’ riep de onderwijstak van vakbond CNV al op eerst de effecten van dit nieuwe beleid af te wachten. ‘Een consistente aanpak, zoals nu met het nieuwe curriculum, is essentieel, niet steeds weer andere door de politiek van de dag ingegeven focusmaatregelen.’ Ook andere onderwijsorganisaties hameren erop dat de scholen vooral gebaat zijn bij rust.

Volgens hoogleraar Van Steensel, die ook lesgeeft aan een lerarenopleiding, zijn de nieuwe kerndoelen in ieder geval duidelijker dan de oude. Die blonken uit in vaagheid. ‘Ik merk dat mijn studenten nu beter begrijpen wat er van hen wordt gevraagd als ze voor de klas staan.’

Hoe is het Pisa-rapport ontvangen in politiek Den Haag?

Met grote zorg. Volgens staatssecretaris Judith Tielen (Onderwijs) kan Nederland zich ‘geen verdere achteruitgang permitteren’. ‘Over drie jaar wil ik betere resultaten zien op lezen.’ Ook Tielen vestigt haar hoop op de nieuwe kerndoelen, die ‘veel concreter en ambitieuzer zijn dan de oude uit 2006’.

Toch kondigde de staatssecretaris daarbovenop ook een ‘actieplan’ voor beter taalonderwijs aan. Dat moet dit najaar verschijnen. Van dat voornemen toonde de oppositie in de Tweede Kamer zich dinsdag niet onder de indruk. ‘Ik vraag echt meer’, zei Pro-Kamerlid Marjolein Moorman. ‘Ik vraag geen actieplan, niet nóg een tafel, maar een integrale visie.’ In ‘een rijk land als Nederland’ zijn de slechte leesscores ‘om je helemaal kapot te schamen’, aldus Moorman.

Valt het tij voor de taalvaardigheid nog te keren?

Zeker wel, zegt onderwijswetenschapper De Bruyckere. Hij licht Ierland en het Verenigd Koninkrijk uit als landen die er respectievelijk vijftien en twintig jaar geleden beroerd voor stonden maar nu weer bovenaan de Pisa-lijstjes prijken. Vooral Ierland hanteerde daarbij een ‘totaalaanpak’ die verder reikte dan het onderwijs. De Bruyckere: ‘Het heeft immers niet zoveel zin voor een school om het lezen te promoten, als de lokale burgemeester op datzelfde moment bezuinigt op een bibliotheek. Er moet genoeg literatuur voorhanden zijn.’

Zeker is volgens de Vlaamse wetenschapper dat het Pisa-rapport, hoe gebrekkig ook als graadmeter voor het onderwijs, serieus moet worden genomen. Te vaak ziet hij dat de score in Nederland wordt ‘gerelativeerd’. ‘Ook nu alweer hoor je: klopt die Pisa wel, is het allemaal wel zo belangrijk? Ja, als het alleen Pisa zou zijn, zou ik de eerste zijn om het te relativeren. Maar inmiddels liggen er veel onderzoeken die hetzelfde probleem aantonen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next