Rechtspraak Onlinebank bunq wilde een expert een notariële verklaring laten tekenen over diens contact met twee media, in ruil voor geen verdere juridische actie tegen de man. Die voelde zich echter zwaar onder druk gezet en weigerde uiteindelijk. Tijdens een kortgedingzitting kwam de rechter met een oplossing.
Reclame van bunq op de gevel van een pand aan het Spui in Den Haag.
Wederom heeft de Amsterdamse onlinebank bunq een deskundige voor de rechter gedaagd die aan het woord kwam in een kritisch artikel over de bank. Deze keer gaat het om de digitalefraude-expert Shairesh Algoe, die in 2024 kort werd geciteerd door journalisten van NRC en NOS in een artikel over oplichting van bunq-klanten.
De bank eiste maandag bij de kortgedingrechter in Den Haag dat Algoe alsnog zijn handtekening zou zetten onder een verslag van een gesprek dat hij in juli 2025 had met de advocaten van bunq. De precieze inhoud van dat gesprek, dat ging over Algoes contacten met journalisten rond de publicaties door NOS en NRC, werd niet besproken in de rechtbank.
In de dagvaarding van bunq staat dat het gesprek er over ging dat Algoes uitlatingen door de twee media „mogelijk verkeerd zijn geïnterpreteerd of uit hun context gehaald”. De bank had een getekende verklaring nodig om „haar juridische positie ten opzichte van NRC te bepalen.”
Algoe had bunq toegezegd het verslag te accorderen, in ruil voor het intrekken van een juridische procedure tegen hem. De Haagse notaris die zijn verklaring zou opnemen, weigerde dat echter te doen toen Algoe vertelde dat hij zwaar onder druk was gezet om te tekenen.
Ruim twee jaar geleden publiceerden NRC en NOS een onderzoek naar bunq-klanten die voor bedragen tot 200.000 euro waren opgelicht. Criminelen stuurden de gedupeerden sms’jes met neplinks, bemachtigden wachtwoorden en deden zich telefonisch voor als bunq-medewerkers.
De NOS sprak hierover met onder anderen de deskundige, die vervolgens ook in NRC werd geciteerd. „Dit is geen nieuw soort aanval. Je kunt fraude niet 100 procent voorkomen, maar ik denk dat banken dit in het algemeen wel detecteren”, zei Algoe, een goede bekende van topman Ali Niknam, in het stuk.
Die quote schoot bunq in het verkeerde keelgat, omdat de bank vond dat hij zich daarmee uitliet over de systemen van de bank. Onzin, zei de expert afgelopen maandagochtend in de rechtbank: „Ik kan niets over bunq zeggen omdat ik de systemen niet van binnenuit ken. Dit was een algemene reactie.”
Algoe gaf maandag in de rechtbank aan dat hij door de advocaten van bunq „onder druk was gezet” en „geïntimideerd”. „Het is voor mij daarom een principezaak geworden”, zei de cybersecurity-deskundige. „Ik zal die verklaring bij de notaris niet uit vrije wil tekenen”.
Het is niet de eerste keer dat bunq mensen aanpakt die zich negatief uitlaten over de bank. Bunq riep diverse klanten tot de orde die op sociale media kritische berichten hadden achtergelaten over de klantenservice. Ook liet de bank privédetectives onderzoek doen naar oud-personeel. De bank verdenkt de ex-werknemers van informatie lekken naar NRC, dat de afgelopen anderhalf jaar onderzoek deed naar bunq en deze maand een ongeautoriseerde biografie publiceert van oprichter Ali Niknam.
In minstens drie gevallen probeerde bunq ex-werknemers via een voorlopig getuigenverhoor onder ede te laten getuigen over hun contact met journalisten. De rechter stond dat niet toe, onder meer omdat hij oordeelde dat bunq hengelde naar bronnen van de krant. NRC was als betrokken partij aanwezig bij de zittingen en wees de rechter op de Europese anti-SLAPP-richtlijn. Die moet overmatig en agressief procederen van bedrijven of individuen tegen media tegengaan, bedoeld om bronnen en journalisten monddood te maken.
Bunq gaf dinsdag geen antwoord op vragen van NRC over de procedures die het voert tegen ex-werknemers en deskundigen.
Kort nadat de artikelen van NOS en NRC over de oplichting waren verschenen, benaderde bunq de drie experts die daarin aan het woord kwamen. Algoe, die jarenlang bij de fraudebestrijdingsafdeling van ABN Amro werkte, werd gebeld door Niknam. De twee kennen elkaar sinds hun studietijd in Delft en schreven samen onder meer een paper over supercomputers. Algoe liep in 2006 stage bij TransIP, het succesvolle webhostingbedrijf dat Niknam in zijn studententijd oprichtte. Hij wordt nog steeds uitgenodigd voor diens verjaardag, zei hij in de rechtbank.
In het telefoongesprek vroeg Niknam of een expert Algoe mocht bellen om het over zijn quotes bij de NOS en NRC te hebben. Algoe stemde in. Maar, vertelde hij in de rechtbank, hij werd „helemaal niet gebeld door een expert”, maar door Christiaan Alberdingk Thijm – de media-advocaat van Niknam. Die beaamde tijdens de zitting dat hij inderdaad geen cybersecurity-deskundige is, maar zei dat hij een prima gesprek had gevoerd met Algoe.
Na dit gesprek hoorde Algoe ruim een jaar niets. Tot opeens op 5 juni 2025 een deurwaarder bij zijn vrouw thuis stond – hijzelf was in Spanje – die een verzoek tot een voorlopig getuigenverhoor kwam brengen. Algoe ervoer dat als zeer intimiderend, zei hij in de rechtbank: „Christiaan had nota bene gewoon mijn telefoonnummer. Waarom heeft hij niet gebeld?”
Algoe ging hierna in juli 2025 opnieuw in gesprek met de advocaten van bunq, waarbij de bank druk op hem uitoefende om een gespreksverslag te tekenen, in ruil voor het intrekken van het getuigenverhoor. Uiteindelijk werd niets getekend, omdat de notaris weigerde mee te werken.
De rechter begreep Algoes frustratie wel, zei ze tijdens de zitting tegen Alberdingk Thijm. „Het gaat om de toon. Algoe voelt zich gepiepeld.” De advocaat antwoordde dat hij niet had bedoeld „Algoe te piepelen” en dat hij „met zijn beperkte instrumentarium zijn best had gedaan” om diens wantrouwen weg te nemen. Harmen Nieuwenhuis, huisjurist van bunq, voegde toe dat hij het vervelend vond dat „Algoe zich onder druk gezet voelde”, maar ook dat hij „verbaasd” was dat die het gespreksverslag niet wilde goedkeuren.
De rechter wist een oplossing: bunq beloofde de wettelijke proceskosten van Algoe te betalen en zou het kort geding intrekken. De rechter dicteerde vervolgens een verklaring waarin bunq en Algoe zich konden vinden en die ze ter plekke ondertekenden. Daarin staat dat het gesprekverslag van juli 2025 over het contact tussen Algoe en de journalisten voorafgaand aan de NOS- en NRC-publicaties „volledig en inhoudelijk juist” is, maar ook dat het verslag tot stand is gekomen „door ervaren druk en intimidatie door de advocaat van bunq”.