Neurowetenschap De structuur van de hersenen verandert als er grote hormonale schommelingen zijn. Voor het eerst is onderzocht hoe dat gebeurt bij vrouwen tijdens de puberteit, een zwangerschap en de menopauze.
Uit MRI-scans bleek dat de hoeveelheid grijze stof in de hersenen afneemt bij pubertijd en zwangerschap en bij de menopauze gelijk blijft.
De vrouwelijke hersenen veranderen tijdens de menopauze op een andere manier dan tijdens de puberteit en de zwangerschap. Dat blijkt uit een Nederlands onderzoek waar 1.095 vrouwen in verschillende levensfasen aan hebben deelgenomen. Het is dinsdag verschenen in wetenschappelijk tijdschrift Nature Communications.
„Het is het eerste onderzoek dat de veranderende hersenen tijdens elk van deze drie periodes, ook de menopauze, met elkaar vergelijkt”, lichten Sophie van ’t Hof en Elseline Hoekzema, neurowetenschappers aan het Amsterdam UMC, maandag toe tijdens een persconferentie.
De puberteit, zwangerschap en menopauze zijn drie belangrijke overgangsfasen in het leven van een vrouw. Ze worden gedreven door veranderingen in de concentraties van geslachtshormonen zoals oestrogenen en progesteron. De onderzoekers maakten MRI-scans van de hersenen van vrouwen voor en na hun eerste menstruatie, zwangerschappen of menopauze. Met behulp van deze hersenscans konden ze aantonen wat de verschillen en overeenkomsten in de hersenontwikkeling zijn tussen deze drie hormonale periodes.
Het draaide in dit onderzoek om de zogeheten grijze stof in de buitenkant van de hersenen, de hersenschors. Met de MRI-scans toonden de onderzoekers aan dat de hoeveelheid grijze stof duidelijk afneemt wanneer vrouwen hun eerste menstruatie of een zwangerschap doormaken, terwijl die bij vrouwen in de menopauze juist gelijk blijft.
De afname van grijze stof tijdens de zwangerschap is al eerder aangetoond. „Dit werd al snel geïnterpreteerd als iets slechts, alsof zwangere vrouwen cognitief achteruit zouden gaan”, zegt Van ’t Hof. „Toch zien we nu dus dat de puberteit, een periode die bij uitstek wordt gezien als een periode van ontwikkeling, óók een afname laat zien. Misschien moeten we die afname dus niet afschrijven als een achteruitgang van het brein, maar meer zien als een periode van hersenontwikkeling.”
Toch vertonen de hersenen van de adolescenten en zwangere vrouwen ook verschillen. Bij meisjes die hun eerste menstruatie krijgen, neemt de grijze massa over de gehele hersenschors af. Tijdens de zwangerschap lijkt deze afname zich te concentreren in hersengebieden die betrokken zijn bij het aanvoelen en begrijpen van anderen. De onderzoekers lijken huiverig om dit direct te vertalen naar gedragsveranderingen, maar durven voorzichtig te speculeren. „Mogelijk hangt de afname in die specifieke gebieden samen met het ontwikkelen van vaardigheden die je nodig hebt als moeder”, zegt Van ’t Hof.
Nicole Gervais, neurowetenschapper aan de Rijksuniversiteit Groningen en niet betrokken bij het onderzoek, prijst de sterke opzet van de studie. „Door herhaalde MRI-scans uit te voeren bij dezelfde vrouwen, en die te vergelijken met leeftijdsgenoten die zich buiten zo’n overgang bevinden, hebben de onderzoekers duidelijke patronen in de hersenontwikkeling kunnen ontdekken.” Toch merkt ook zij op dat de auteurs terughoudend lijken om de relevantie van hun bevindingen concreet te maken. „Tijdens deze drie hormonale periodes zijn vrouwen extra vatbaar voor psychiatrische aandoeningen. De menopauze draagt bijvoorbeeld bij aan het verhoogde risico op alzheimer bij vrouwen. Het is jammer dat de auteurs niet meer onderzoek hebben gedaan naar hoe deze veranderingen bijdragen aan de geestelijke gezondheid van vrouwen.”
Toch is het feit dat er zo uitgebreid onderzoek naar de vrouwelijke biologie wordt gedaan al een flinke stap. Slechts 5 procent van de neurologische studies maakt een onderscheid tussen het mannelijk en vrouwelijk brein, terwijl ook bekend is dat die zeer uiteenlopende ontwikkelingen doormaken. Van ’t Hof: „We proberen juist een startpunt te zijn voor toekomstig onderzoek, door de basismechanismen van het vrouwelijk brein bloot te leggen. Dat fundamentele onderzoek is lang verwaarloosd, zeker voor de menopauze.” Gervais sluit zich hierbij aan. „De gezondheid van het vrouwenbrein wordt structureel ondervertegenwoordigd in de wetenschap. Meer aandacht voor dit onderwerp zal ons helpen beter te begrijpen hoe de vrouwelijke biologie in elkaar zit.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin