Pisa-onderzoek De leesvaardigheid, en daarmee ook de weerbaarheid, van Nederlandse leerlingen blijft dalen.
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Het was al alarmerend, en het is nog erger geworden: de leesvaardigheid van Nederlandse leerlingen is de afgelopen drie jaar opnieuw gedaald. De OESO, de club van industrielanden, bracht dinsdag de jongste versie uit van Pisa, een grootschalig onderzoek in 91 landen onder in totaal 760.000 leerlingen van 15 jaar, naar hun vaardigheid in lezen, wiskunde en natuurwetenschappen. En wederom komt Nederland er niet goed van af.
Daarmee wordt een trend voortgezet die zich sinds 2012 voordoet. Nederlandse leerlingen stonden aan top wat leesvaardigheid betreft, maar hun scores zijn inmiddels gedaald tot ver onder het Europese gemiddelde. In wiskunde houden zij een voorsprong, maar die is relatief. Ook hier is de vaardigheid het afgelopen decennium afgenomen, al lijkt deze nu te stabiliseren. Bij natuurwetenschappen bevinden leerlingen zich inmiddels op het Europese gemiddelde, waar er eerst een voorsprong was. Een ommekeer is niet gemaakt. Bij leesvaardigheid is de verdere afname onmiskenbaar.
Een steeds groter deel van de 15-jarigen dreigt het onderwijs te verlaten met onvoldoende vaardigheden om zich maatschappelijk te handhaven, laat staan ontplooien.
Nu is er op grootschalig internationaal onderzoek zoals dat van Pisa wel het nodige af te dingen. In sommige landen waar onderwijsprestaties cultureel zwaar wegen, zullen leerlingen beter hun best doen op de Pisa-test dan in andere landen. De vraagstelling, zeker bij teksten, kan niet overal exact hetzelfde zijn. In die zin is het verstandig om Nederland vooral te vergelijken met andere Europese landen. Maar de conclusies veranderen daardoor niet.
Is het reden tot alarm? De gemeten desinteresse van Nederlandse leerlingen ten aanzien van de wetenschap, milieu of klimaat is dat wel. Mede als gevolg van het vorige Pisa-onderzoek zijn al maatregelen genomen in het onderwijs, en is het wellicht te vroeg om te weten welk effect die zullen hebben. Het gebruik van smartphones wordt op scholen inmiddels sterk teruggedrongen of verboden.
Dat maakt het wellicht onverstandig om aan de hand van het jongste Pisa-rapport nu op stel en sprong drastische maatregelen te nemen. Zij het dat Nederland, met zijn baaierd aan bijzonder onderwijs en bijbehorende educatieve filosofieën, de standaarden in het oog moet blijven houden waaraan alle leerlingen zouden moeten voldoen – niet alleen bij het eindexamen, maar ook op de weg daarnaartoe.
Pisa-onderzoeken hebben, begrijpelijk, vooral een nationaal effect. Beleidsmakers kijken naar de cijfers voor hun eigen land en de vergelijking met de buren. Maar minstens even belangrijk is dat het dinsdag gepubliceerde onderzoek een internationale trend neerzet. In industrielanden daalde de leesvaardigheid van 15-jarigen tussen 2015 en nu met het equivalent van anderhalf jaar onderwijs. Voor wiskunde is de daling in vaardigheid inmiddels vergelijkbaar met een jaar lang onderwijs.
Dat geeft te denken. Terwijl de vaardigheid van kunstmatige intelligentie sprongsgewijs toeneemt, daalt die bij de (jonge) mens. Die laatste verwerft daar wellicht digitale handigheden voor terug, waar Nederlandse leerlingen dan weer relatief goed in blijken. Maar dat neemt niet weg dat een stevig fundament van kennis en vaardigheid essentieel blijft voor iedereen – om onafhankelijk en weerbaar te zijn en te blijven. Daar kan niet hard genoeg aan worden gewerkt.