Geneeskunde Veel vrouwen met migraine ervaren meer aanvallen rond hun menstruatie. Onderzoekers uit Leiden en Rotterdam hebben nu uitgezocht hoe dit zit.
Veel vrouwen ervaren meer migraine-aanvallen rond hun menstruatie en minder tijdens hun zwangerschap, tijdens de borstvoeding en na de menopauze.
Bij twee op de drie vrouwen die last hebben van migraine, is hun hoofdpijn gekoppeld aan een specifiek moment in hun hormooncyclus: meestal vlak voor of tijdens de eerste paar dagen van de ongesteldheid. Al langer vermoeden wetenschappers dat schommelingen in hormonen daarvoor een verklaring kunnen zijn, maar dat werd nog nooit goed onderzocht. Tot nu.
Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) vonden, samen met professor Antoinette Maassen van den Brink uit het ErasmusMC, dat bij vrouwen met zogeheten menstruele migraine het hormoon oestrogeen zich anders gedraagt dan bij vrouwen zonder klachten: het hormoon heeft bij hen een hogere piek vlak voor de menstruatie, met een snellere daling van het oestrogeen tot de menstruatie. Ze publiceerden daar dinsdag over in het European Journal of Endocrinology.
„Zie het als een skipiste”, zegt hoofdonderzoeker en hoogleraar neurologie Gisela Terwindt (LUMC). „Vrouwen met menstruele migraine beginnen hoger op de berg, en dalen af van een steilere piste. Ze nemen dus de rode of zwarte piste, in plaats van de blauwe.”
In een lopend vervolgonderzoek kijken de onderzoekers of het gebruik van de anticonceptiepil menstruele migraine kan voorkomen. Met de pil worden hormoonschommelingen gestabiliseerd. Als dat niet werkt, is het minder waarschijnlijk dat andere hormonale behandelingen wél effectief zijn.
Als je goed naar vrouwen luistert, zegt Terwindt, en kijkt naar wat migraine doet in hun levensloop, dan valt er iets op: veel vrouwen ervaren meer aanvallen rond hun menstruatie en minder tijdens hun zwangerschap, tijdens de borstvoeding en na de menopauze. Het is niet zo gek, zegt Terwindt, dat veel vrouwen daarom concluderen: mijn migraine zal wel hormoongebonden zijn, misschien moet ik hormonen gaan gebruiken. „Maar voordat je dat als arts zomaar voorschrijft, moet je wel eerst aantonen dát er hormonen in het spel zijn.”
Terwindt noemt het „knetterlogisch” dat dit eens goed werd uitgezocht, maar eenvoudig was het allerminst. Het onderzoeksteam werkte met 28 vrouwen met migraine, en 18 deelnemers zonder hoofdpijn als controlegroep. Al die vrouwen mochten niet (peri)menopauzaal zijn en geen hormonale anticonceptie slikken of om andere redenen hormonen gebruiken. „In de controlegroep zagen we veel vriendinnen of familieleden van vrouwen met migraine. Zij deden mee aan een intensief traject, omdat ze graag wilden helpen.”
Bij alle vrouwen werd eerst onderzocht of er wel écht sprake was van menstruele migraine. „Dat vrouwen migraine zeggen te hebben rondom hun menstruatie, betekent nog niet altijd dat het ook zo is. Eerder onderzoek liet zien dat je dit alleen goed kan vaststellen door dagelijkse registratie van hoofdpijn en de menstruatie.” Daarom moesten de deelnemers drie maanden lang een elektronisch hoofdpijndagboek invullen. 80 procent van de vrouwen dacht menstruatiegebonden migraine te hebben, maar bij twee derde van hen bleek dat niet te kloppen toen ze het gingen bijhouden. Van de 20 procent die dacht gewone migraine te hebben, bleek het bij meer dan de helft tóch cyclusgebonden te zijn.
Onderzoek doen naar de hormooncyclus is bewerkelijk, alleen al omdat niet iedere vrouw precies dezelfde cyclus doorloopt. „Sommige vrouwen hebben een cyclus van 28 dagen, anderen van 35 dagen”, zegt onderzoeker Britt van der Arend. „Met name tussen de menstruatie en de ovulatie zit veel verschil. Tussen de eisprong en de volgende menstruatie zit altijd 14 dagen.”
In de studie moesten de cycli van alle deelnemers met elkaar vergeleken kunnen worden. De onderzoekers bedachten daarom een methode om alle cycli te synchroniseren. Vanaf vijf dagen na hun menstruatie testten de deelnemers dagelijks hun urine door over een stickje te plassen, vergelijkbaar met die in een ovulatietest. Als in beeld een blije smiley verscheen, moesten ze gelijk de onderzoekers bellen of appen: dit was het moment waarop het luteïniserend hormoon (LH) de piek had bereikt. Dat punt was de nulmeting, de start van het onderzoek. „Die LH-piek kon op ieder moment zijn”, zegt Van der Arend, „ook ’s avonds of in het weekend.”
Vanaf dat moment moesten de vrouwen zeven keer bloed komen prikken in het LUMC: op dagen rondom de ovulatie en op dagen vlak voor de verwachte menstruatie, en dat dan twee cycli achter elkaar. Uit meer dan 400 bloedsamples werden de hormoonlevels op verschillende momenten in de cyclus bepaald.
Wat bleek: de vrouwen met menstruele migraine hadden vlak voor de menstruatie een veel hoger oestrogeen dan vrouwen zonder migraine, én een veel steilere daling naar de menstruatie toe. „Het is belangrijk om te benadrukken dat deze vrouwen géén abnormaal hoog oestrogeen hebben”, voegt Terwindt toe. „Hun waardes vallen volledig binnen de normale range.”
Om uit te sluiten dat er onder hun bevindingen geen ándere oorzaak ligt, deden de onderzoekers een uitgebreide analyse waarin ook andere hormonen een rol spelen. Daar kwam niets bijzonders uit. „We kunnen dus concluderen dat bij deze vrouwen de oestrogeenschommelingen het belangrijkste onderliggende probleem zijn”, aldus Van der Arend. „Dat is ook niet zo gek. Van oestrogeen weten we uit diermodellen dat het een belangrijke rol speelt in allerlei pijnprocessensignaalstoffen die een rol spelen bij migraine.”
Met deze studie als vertrekpunt gaan de onderzoekers op zoek naar een specifieke aanpak van menstruele migraine, die mogelijk verder kijkt dan bekende hormonale behandelingen, zegt Van der Arend. „Misschien hoef je niet die hele cyclus plat te leggen, als alleen het oestrogeen vlak voor de menstruatie de boosdoener is. In de toekomst kan wellicht een migrainespecifieke hormonale pil worden ontwikkeld.”
De vier seizoenen van de cyclus: hoe zat het ook alweer?
De vier seizoenen van de cyclus: hoe zat het ook alweer?
Hoe zat het ook alweer, de hormooncyclus? In het biologieboek begint de cyclus vaak op de eerste dag van de menstruatie, de hormonale ‘winter’. Het bloedverlies nadert zijn eind en de ‘lente’ breekt aan: tijd om het lichaam voor te bereiden op een mogelijke zwangerschap.
In de eierstokken begint een nieuwe eicel te rijpen in een soort blaasje, het follikel. Dat gebeurt onder invloed van het follikelstimulerend hormoon (FSH). Door de aanwezigheid van FSH wordt er ook oestrogeen gemaakt. Dat hormoon zorgt voor de opbouw van het baarmoederslijmvlies, zodat zich daar een eicel kan nestelen in het geval van een bevruchting. Oestrogeen zorg weer voor de snelle aanmaak van het Lutheiserende Hormoon (LH), dat samen met oestrogeen piekt in de hormonale ‘zomer’: vlak daarna barst de rijpe eicel uit het follikel en verplaatst van de eierstok naar de eileider: de eisprong of ovulatie. In de dagen rondom de eisprong kan de eicel bevrucht worden.
In de ‘herfst’ van de cyclus neemt het hormoon progesteron het over, dat de baarmoeder verder klaar maakt voor een mogelijke zwangerschap. Progesteron zorg voor verdere ontwikkeling van het slijmvlies. Oestrogeen en LH dalen nu juist; in afwachting van een mogelijke bevruchting moet voorlopig even geen nieuwe eicel rijpen. Als de eicel niet bevrucht is, daalt het progesteronniveau weer en laat het baarmoederslijmvlies los: de ongesteldheid begint. De menstruatie komt altijd veertien dagen na de ovulatie.
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin