Internetdienstverleners zijn bang geworden voor Amerikaans ingrijpen. De VS gebruiken sinds kort terrorismesancties als middel om websites uit de lucht te halen.
Het Internationale Strafhof in Den Haag. Een Nederlands IT-bedrijf haakt als internetdienstverlener af uit vrees voor Amerikaanse sancties.
Dat de Verenigde Staten een Italiaanse internetaanbieder op verdenking van terrorisme op een sanctielijst hebben gezet, heeft een sneeuwbaleffect. De angst in de sector is groot nu de kleine linkse internethost zich genoodzaakt ziet te stoppen. Andere internetbedrijven vrezen het volgende slachtoffer te worden.
„Ik heb het Internationaal Strafhof in Den Haag laten weten dat we zo niet voor ze kunnen blijven werken”, zegt Koen de Jonge, directeur van ProcoliX, een ideële Nederlandse onlinedienstverlener. „We zijn te kwetsbaar.” Ook het Strafhof is doelwit van de Amerikaanse overheid.
Op 26 augustus zette de Amerikaanse regering het Italiaanse Autistici/Inventati (A/I) op haar terreurlijst. Dat betekent dat Amerikanen er onder geen beding zaken mee mogen doen, wat het bedrijf de facto vleugellam maakt. A/I is een vrijwilligerscollectief dat sinds 2001 webhosting en e-mailservers aanbiedt. Wereldwijd maken er zo’n 20.000 groepen gebruik van. Het gaat veelal om antifascistische en anarchistische weblogs. Volgens de Amerikaanse regering faciliteert A/I zo extreemlinkse terreur.
Met de plaatsing van A/I op de sanctielijst heeft de Amerikaanse regering naar een ongebruikelijk grof middel gegrepen. Voor het offline halen van websites of accounts met schadelijke inhoud, zoals aanzetten tot geweld of beelden verspreiden van kindermisbruik, bestaan procedures. Van oudsher wordt onderliggende digitale infrastructuur als neutraal beschouwd, ongeacht de informatie die erover vervoerd wordt. De snelweg is als het ware niet verantwoordelijk welke vrachtwagens erop rijden. Met de sanctie tegen de Italianen is die scheiding plots doorbroken.
Die ‘neutraliteitsregel’ vormt de basis waarop alle internetserviceproviders werken, zegt Ruud Alaerds. Hij is directeur van de Dutch Cloud Community, een grotere branchevereniging van internetbedrijven in Nederland. „Het is ook de basis onder het vrije open internet – en deze sanctie doet dat teniet. Opeens bestempelt de Amerikaanse overheid iets als terroristische content en legt eenzijdig sancties op. De Amerikanen leggen aan niemand verantwoording af, maar ze vegen wel zo’n bedrijf van de aardbodem.”
Dat A/I geen commercieel bedrijf maar een vereniging zonder winstoogmerk is, doet aan dat principe niets af, benadrukt Alaerds. „Op welke vereniging, organisatie of bedrijf richten de Amerikanen zich hierna? Het effect hiervan is dat iedereen nu zit te kijken of ‘Amerika het wel goed vindt wat ik zeg’.” Dat schaadt de vrijheid van meningsuiting, vindt hij.
Diverse betrokkenen bevestigen de angst voor Amerikaanse interventie in de sector. En dat ze niet allemaal geciteerd durven worden, onderstreept dit. „Je hebt niets of niemand om je op te vangen”, zegt een bestuurder van een Europese organisatie voor digitale weerbaarheid (naam bekend bij de redactie). „Iedereen is bang de volgende te zijn. En ja, dat is precies het effect dat ze willen.”
Als je op de terrorismelijst van de VS staat, betekent dit concreet dat Amerikaanse burgers en bedrijven die je líjken te helpen of anderszins nog contact met je hebben, zélf vervolgd kunnen worden. Hierdoor verloor A/I bijvoorbeeld direct het PayPal-account waarop het donaties ontving. Ook werd zijn .org-domeinnnaam geschrapt. De beheerder ervan zit, net als PayPal, in de VS. Enkele dagen later blokkeerde de ideële Italiaanse bank waarbij A/I een betaalrekening had de dienstverlening, uit angst anders uit het Amerikaanse Visa-betaalnetwerk te worden gezet.
Binnen de IT-sector, die in Europa uit duizenden bedrijven bestaat, valt vooral de reactie van de Italiaanse bank op. Een domeinnaam is te vervangen, een bankrekening een stuk moeilijker. Ook opmerkelijk: er zijn geen prominente Europese politici die zich tegen de Amerikaanse maatregel hebben uitgesproken.
De Europese autoriteiten zwijgen, zegt ook Alaerds. „Amerika wordt niet ter verantwoording geroepen. Het is opvallend stil, net als rondom de Amerikaanse aanvallen op het Internationaal Strafhof. We willen geen ruzie. Ten opzichte van wat er met dat hof gebeurt, zijn wij een mug op de muur.”
„Er is geen enkele steun”, zegt De Jonge van ProcoliX. Zijn bedrijf heeft klanten die bij uitstek de toorn van autoriteiten kunnen wekken. Een voorbeeld is de Moscow Times, de onafhankelijke online krant voor Rusland die is opgericht door wijlen Derk Sauer.
De Jonge noemt de gebeurtenissen rond A/I een „enorme rode vlag.” Hij vermoedt dat de Amerikanen „de temperatuur van het water testen. Ze doen een aanval op het vrije internet. En ze kijken hoe Italië, de banken, de Europese Commissie erop reageren. En ik zie dat die niét reageren.”
ProcoliX werkt sinds een paar jaar voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Rechters daarvan staan, net als Autistici/Inventati, op een Amerikaanse terreurlijst. Dat heeft vergaande gevolgen voor hun leven en werk. Het Strafhof probeert daarom digitaal minder afhankelijk te worden van Amerikaanse bedrijven. De kantoorsoftware (aanvankelijk grotendeels van Microsoft) is inmiddels vervangen.
„De missie van het Strafhof past bij ons bedrijf”, zegt De Jonge. „Ik wíl ze graag helpen. Maar ik heb ze gebeld om te laten weten dat we ons terugtrekken uit een traject om meer voor ze te gaan doen.” Om veiligheidsredenen mag hij geen details geven over de precieze werkzaamheden voor het Strafhof.
Een woordvoerder van dat hof kan alleen in algemene termen reageren. „We onderhouden nauw contact met het gastland en relevante zakelijke partners om de continuïteit van ons werk te kunnen garanderen. Maatregelen om ons werk veilig te stellen, moeten vanzelfsprekend vertrouwelijk blijven om hun kans op slagen te vergroten.”
De Jonge legt uit waarom hij vreest voor zijn bedrijf: de Amerikaanse regering heeft de afgelopen maanden meermaals laten weten hard te gaan optreden tegen partijen die organisaties helpen die zij beschouwen als tegenstanders. Dat kan dus ook voor zijn bedrijf gelden omdat het werkt voor het Strafhof.
„Wij gebruiken ook PayPal en betaaldienstverlener Mollie en hebben rekeningen bij Rabobank, Triodos en Bunq. Ik heb er geen vertrouwen in dat die hun rug recht houden als wij onverhoopt op de lijst van de Amerikanen komen te staan.” Geen bedrijf kan overleven zonder betaalrekening, benadrukt hij. „Ik heb ook een verantwoordelijkheid naar mijn collega’s en andere klanten.”
Europese landen hebben procedures voor het offline halen van bijvoorbeeld terroristische websites en beelden van kindermisbruik. Die verschillen enigszins per land, maar zijn in de basis hetzelfde.
Ruwweg komt het erop neer dat omstreden inhoud eerst wordt gemeld bij een toezichthouder. Dat is in veel Europese landen de politie, Nederland kent daarvoor de Autoriteit online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM).
De toezichthouder beoordeelt de melding en kan het bedrijf dat de betrokken website host bevelen de inhoud offline te halen. Die moet dat binnen een uur na zo’n bevel doen. Anders volgen boetes of dwangsommen.
„Er is geen wereldwijde definitie van wat terroristisch is”, benadrukt Arda Gerkens, bestuursvoorzitter van de ATKM. „Wij gebruiken de EU-sanctielijst als belangrijke meetlat.” De Amerikaanse sanctielijst is geen criterium. Elk land kan een organisatie immers wel terroristisch noemen, aldus Gerkens, en daar kan haar organisatie heel anders over denken. „Er moeten meerdere indicatoren zijn.”
Het is niet raar of uniek dat landen bedrijven of organisaties als terroristisch bestempelen, zegt Gerkens. Ze noemt als voorbeeld Turkije, dat het terreurlabel kwistig gebruikt. „De Amerikanen kijken ook anders naar terrorisme dan wij doen.”