Home

Stukje bij beetje ben ik mijzelf de laatste tijd weer gelovig gaan noemen

is publicist.

Een aantal maanden geleden moest ik een boekpresentatie geven in de Surinaamse EBG kerk in Amsterdam, waar ik ben opgegroeid. Tot mijn eigen verbazing voelde dat als thuiskomen. Rust, vrede, warmte, vertrouwen, gemeenschap: het diende zich daar ineens heel vanzelfsprekend aan. Wat had ik daar een behoefte aan.

Het leven, de zorgen, de eenzaamheid – ze wegen zwaar. Na die middag besloot ik troost te zoeken bij de oude traditie die ik als kind had meegekregen. Waarin ik het ‘universum’ weer gewoon God kan noemen. Want ik heb mezelf kapot gemediteerd, ben in therapie gegaan, maar dat kon het piekeren niet stoppen. Bidden is eenvoudiger. Je hoeft niet eerst je ademhaling te perfectioneren. Je mag gewoon vragen: help mij, help ons, help deze wereld. Punt.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Het influencer-newage-‘universum’ dat aangeroepen moet worden om het ‘beste’ leven te ‘manifesteren’, waarin de heilige drie-eenheid vooral lijkt te zijn gereduceerd tot Me, Myself and I, hing mij al langer de keel uit. Als moeder met een kind met een beperking heb ik juist behoefte aan samenkomen, aan gemeenschap, aan solidariteit.

Het christendom is natuurlijk ergens een gemaksgeloof. Een God tot wie je je concreet kunt wenden, niet als abstract principe, niet als energieveld, maar als vaderlijk (of moederlijk) iemand die van je houdt, die jou kent, luistert, betrokken is en troost en kracht biedt. Je zonden vergeeft en niet oordeelt. Atheïstische vrienden vinden dat onbevattelijk, maar het helpt als je nu eenmaal zo bent opgevoed. God hoort gewoon bij de orde der dingen. En als de twijfel toeslaat, denk ik altijd: het is dan toch minstens een geweldige vorm van troostrijk positief denken die je door de uitdagingen en tegenslagen van het aardse bestaan loodst.

Stukje bij beetje ben ik mezelf de laatste tijd weer gelovig gaan noemen. Twijfelchristen. Het is een nieuwe gewoonte geworden: zo nu en dan weer eens naar een kerk gaan. Naar verschillende kerken in de buurt, om te kijken wat het beste past.

Ik liep een kerk om de hoek binnen, vol enthousiaste, diepvrome, jonge zwarte kerkgangers. Ik werd met een brede glimlach omhelsd, terwijl ik hier voor het eerst kwam. Als ik wil, heb ik hier een liefhebbende familie. Iedereen is prachtig uitgedost en sowieso is het aandeel mooie mensen hier oververtegenwoordigd, gelukkig had ik ook iets moois aan. Een traditie die ik ken: als kind vergaapte ik mij in de Surinaamse kerk al aan de zondagsmode, vooral aan de hoeden. Hier – nagels, weaves, wimpers – lijkt het wel een club, inclusief de spotlampen en het volume van de heerlijk soulvolle gospel.

De preek ging over Jozua. Over trouw blijven aan God, ook wanneer het leven vol moeilijkheden en zorgen is. Wees sterk en moedig, want je staat niet alleen. Een bemoedigende gedachte; ik ben zo moe van het alleen-sterk-moeten-zijn. Naast mij stroomden bij een jongeman de tranen over de wangen, een paar meisjes vielen knielend op de grond.

Maar Bijbelverhalen blijven Bijbelverhalen. Jozua moest trouw blijven aan God, zodat het volk van Israël het Beloofde Land kon innemen. Want in dat land wonen ook andere mensen. Amalek. ‘Angstaanjagende reuzen’, interpreteert de voorganger. Wie zijn jouw angstaanjagende reuzen? Mijn gedachten schieten weg uit de kerkzaal naar Netanyahu, die de Palestijnen Amalek noemde. Naar de beelden van Gazaanse kinderen. Terwijl om mij heen handen in de lucht gingen, voelde ik de verontwaardiging opstijgen.

Waarom toch, God? Waarom wordt een tekst die de een moed moet geven, door een ander gebruikt om ontmenselijking te rechtvaardigen? Ik stond te bidden en tegelijk ruzie te maken met degene tot wie ik bid. Plotseling was ik weer het kritische meisje van de zondagsschool dat op haar 14de besloot niet meer naar de kerk te gaan.

Maar ik wil niet opgeven. Ik wil terug naar iets wat ik gemist heb: een gemeenschap voor wie niet alles alleen wil dragen, en een God met wie ik nog altijd in gesprek ben, al is het soms met tegenzin.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next