Home

Ronnie Wood zet de tijd stil in Paradiso

Rolling Stones Als kwispelende krasse knar bewees Rolling Stone Ronnie Wood maandag solo in een uitverkocht Paradiso dat hij nog steeds ouderwets tekeer kan gaan.

Ronnie Wood waarschuwt de zaal dat hij de boel in de fik gaat zetten, maandagavond in Paradiso, Amsterdam.

Rock

Ronnie Wood & The AMMO Band

Gehoord: 7/9, Paradiso (Amsterdam). Herhaling: 8/9

Het is mistig in Paradiso. Als een atleet die aan zijn Olympische oefening gaat beginnen, bestormt Ronald David Wood (79, roepnaam: Ronnie) het podium. Zodra hij daar grimassend, met wijd opengesperde mond en ogen, in zijn handen begint te klappen, stijgen er stofwolken op.

Is het talkpoeder wat van zijn handen stuift, zoals bij turners voordat ze in de ringen klimmen? Of is het een jolige verwijzing naar de andere supplementen die Wood in zijn hoogtijdagen „fit” en wakker hielden?

Het is hoe dan ook een iconisch beeld van een kwispelende krasse knar die op een maandagavond nog staat te popelen om ouderwets tekeer te gaan. Want potverdorie: er staat hier dus gewoon een Rolling Stone op het podium. Niet zoals gebruikelijk in een immense arena waar hij voor honderdduizenden bezoekers niet meer is dan een minuscuul Lego-poppetje in de verte, maar gewoon in een Amsterdamse rockclub waar iedereen hem recht op de vingers kan kijken.

Die zinderende opwinding is allang tastbaar voordat de eerste noten klinken. De tropisch verhitte zaal puilt uit van grijze en kal(end)e rockboomers die zonder morren 206,50 euro voor een kaartje hebben afgetikt, die meteen na binnenkomst voor veertig euro een shirt met daarop Woods iconische hoofd kopen (én direct aantrekken) en vervolgens foto’s maken (flitser aan!) van het nog lege podium. Iedere roadie die daar een moer aandraait, snoer inplugt of kabel rechttrekt wordt met luid gejuich onthaald. Na afloop trekken de fans geduldig in een lange optocht langs de bovenzaal waar speciaal door de Amsterdamse tatoeëerder Henk ‘Hanky Panky’ Schiffmacher ontworpen concertposters worden uitgedeeld. Meerdere zestigplussers vragen er stiekem twee. ,,Dat mag ook wel voor tweehonderd euro.”Hun aandoenlijke geestdrift is dan al ruimschoots beloond. In maar liefst twee (2!) uur tijd heeft hun held er ruim twintig nummers uitgeperst. Juichend, dansend en vuistpompend zet Wood de klok stil, alsof de genadeloze tijd niet bestaat en niemand kan inhalen, of in ieder geval vanavond niet: 79 is het nieuwe 19!

Kokend meezingfeest

Opener ‘It’s Only Rock ’n Roll (But I Like It)’ – de in zijn thuisstudio opgenomen Stones-klassieker uit 1974, twee jaar voordat hij toetrad tot de band – brengt Paradiso meteen in extase en is de aftrap voor een kokend meezingfeest. Volkomen ontspannen loodst Wood (paars glitterjasje, oranje shirt, wanstaltige sneakers en zorgvuldig geboetseerd nonchalant kapsel) de zaal langs ruim een halve eeuw rock, soul, reggae en rhythm & blues. Behalve Stones-krakers (een heerlijk lome countryversie van ‘Honky Tonk Women’, het zalig deinende ‘Can’t You Hear Me Knocking’ met weergaloze knettersolo) volgen hits van zijn eerdere band The Faces en eerbetonen aan grootheden als Bob Dylan en Aretha Franklin.En omdat Wood zelf ook wel weet dat hij geen geweldige zanger is, heeft hij versterking meegenomen. Zangeressen Imelda May en Chanel Haynes blazen hem vocaal van de bühne. „She’s got some pipes”, zegt hij vol bewondering over de laatste.

Maar ook dat is Ronnie Wood: hij lijkt op zijn best als hij níét de ster is en vindt het – net als bij The Stones – prima als anderen zijn shine stelen. Laat hem ondertussen maar lekker de clown uithangen door gekke bekken te trekken of met zijn kontje te schudden.

Dat plezier belangrijker is dan vlekkeloos spelen, blijkt als hij halverwege liedjes lukraak stopt met spelen om een koddig dansje te doen. Zijn vierkoppige begeleidingsband The Ammos vangt de klappen toch wel op: die brave jongens van de gestampte pot blijven gewoon eeuwig dezelfde groove, blues of shuffle doorspelen. Als de toetsenist even niets te doen heeft, ramt hij gewoon met wat sambaballen mee op het drumstel. Die enorme ongedwongenheid maakt het zo onweerstaanbaar: alsof je toeschouwer bent van een avondje pretentieloos jammen in de pub.

Daar mag alles, ook als het eigenlijk niet meer kan. Want hoewel The Rolling Stones ‘Brown Sugar’ (1971) niet meer spelen vanwege de controversiële tekst over seks en slavernij vertolkt Wood nog wel gewoon ‘Hey Negrita’ (1976). Dat door hem mede geschreven nummer over een arme sloeber die bij een prostituee probeert af te dingen was al omstreden toen het verscheen vanwege de regels: „One last dollar, I’ve got my pride, I’ll cut your balls and I’ll tan your hide.” Paradiso vindt het allemaal prachtig.

Heel even, na ongeveer een uur, lijkt het spannend te worden als Wood neerploft op een strategisch geplaatst krukje voor het drumstel. Zou de atleet dan toch moe zijn geworden? Maar na nog geen dertig seconden veert hij alweer overeind. Voordat hij de R&B-klassieker ‘River Deep, Mountain High’ aankondigt, heeft hij een belangrijke waarschuwing: „Nu gaan we de tent écht in de fik zetten, oké?”

Populaire muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next