Home

Dalende leesvaardigheid is niet alleen te wijten aan het onderwijs, zegt hoogleraar Maarten Wolbers. ‘De samenleving heeft een probleem’

PISA-onderzoek Hoogleraar Maarten Wolbers zoekt naar oorzaken voor de dalende PISA-scores. Een daarvan is de daling van het aandeel kinderen dat thuis Nederlands spreekt. Wolbers, betrokken bij PISA, vindt dat de oplossing voor de leescrisis te veel wordt gezocht in het onderwijs. „Het speelt ook in de privesfeer.”

Maarten Wolbers, hoogleraar Onderzoek van onderwijs, Radboud Universiteit.

Waarom presteren Nederlandse leerlingen steeds minder op school? Op die vraag probeert de Nijmeegse hoogleraar Maarten Wolbers een antwoord te vinden. Drie jaar geleden bleek dat de leesvaardigheid van Nederlandse vijftienjarigen onder het gemiddelde van de OESO-landen was gezakt. Dat stond in het PISA-rapport, een internationaal vergelijkend onderzoek waaraan bijna honderd landen meedoen. Dinsdag verschenen de nieuwe resultaten van PISA: de leesvaardigheid van Nederlandse scholieren blijkt opnieuw fors gedaald. Vier op de tien vijftienjarigen scoort onder het niveau dat noodzakelijk is om goed te kunnen functioneren op school en in de maatschappij. Zij lopen het risico laaggeletterd het onderwijs te verlaten.

Wolbers is directeur van twee onderzoeksinstellingen, KBA Nijmegen en het Expertisecentrum Nederlands, die samen met de Universiteit Twente verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van PISA in Nederland. Daarnaast is hij hoogleraar sociologie aan de Radboud Universiteit, waar hij onderzoek doet naar onderwijs, arbeidsmarkt en kansenongelijkheid. PISA, voluit het Programme for International Student Assessment van de OESO, is een „ontzettend goed ontwikkelde toets, ongeëvenaard in de wereld”, zegt Wolbers. „Omdat het zo’n goed gestandaardiseerd meetinstrument is, brengt het verschillen tussen landen goed in beeld, en kun je goed vergelijken door de tijd heen.”

Maar voor het verklaren van verschillen tussen landen of van ontwikkelingen binnen landen, zoals de gedaalde leesvaardigheid in Nederland, is PISA volgens de hoogleraar minder geschikt. „Het is een momentopname en geen cohortstudie, dus je kunt leerlingen niet over langere tijd volgen. Dat is gewoon heel erg jammer. Als je dezelfde groep langer volgt, kun je beter vaststellen welke factoren in het onderwijs ertoe doen, zoals het schooladvies of de invloed van ouders.”

In 2023, na het vorige PISA-rapport, werden in het publieke debat dat losbarstte over de dalende leesvaardigheid allerhande verklaringen aangedragen: het lerarentekort, de schoolsluitingen tijdens de covidpandemie, de opmars van smartphones en sociale media. Daarnaast werd er naar het onderwijs gewezen. Daar zou te veel de focus liggen op technisch en begrijpend lezen, in plaats van ‘verdiepend’ lezen. Verder zouden de ‘kerndoelen’, waarin staat wat kinderen in het onderwijs moeten leren, niet concreet genoeg zijn.

Iedereen die met een verklaring komt, redeneert vanuit zijn eigen vakgebied, zegt Wolbers. Het zou goed zijn om al die perspectieven in samenhang te onderzoeken. „Het blijft gissen welke verklaring nou meer gewicht in de schaal legt en welke minder.”

De afgelopen jaren gaf Wolbers zelf een voorzet. Hij berekende dat ongeveer 10 procent van de daling in leesvaardigheid te verklaren is door een toename van het aandeel leerlingen, met name migrantenkinderen, dat thuis geen Nederlands spreekt. Zij scoren gemiddeld genomen minder goed op lezen dan kinderen voor wie Nederlands wel de ‘thuistaal’ is. Het aandeel leerlingen in het voortgezet onderwijs dat thuis Nederlands spreekt, daalde van 96 procent in 2003 naar 87 procent in 2022. „Nogal wiedes dat een gemiddeld toetsresultaat in de loop van de tijd ook daalt”, zegt Wolbers. Op het vmbo is dit effect nog sterker te zien, omdat de groep die thuis geen Nederlands spreekt daar het hardst is gegroeid.

Dit soort onderzoek maakt u niet bij iedereen geliefd.

„Op sociale media werd ik ‘PVV-professor’ genoemd. Ik kreeg het verwijt dat mijn onderzoek radicaal-rechts voedt. Natuurlijk moet je goed uitkijken hoe je zoiets brengt, maar ik vind het wel van belang dat je dit soort demografische processen ook meeneemt. Anders versterk je het idee dat de afname van leesvaardigheid alleen een onderwijsprobleem is. We weten ook dat kinderen uit eenoudergezinnen en gebroken gezinnen minder goed meekomen op school. Die gezinsvormen zijn in de loop van de tijd toegenomen en kunnen dus ook een deel van de achteruitgang in leerprestaties duiden. Dit soort processen worden soms over het hoofd gezien als deel van de verklaring.”

Wolbers doet momenteel onderzoek naar de motivatie van leerlingen om mee te doen aan PISA. Dat is hem gevraagd door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De vraag is of leerlingen zich de afgelopen jaren steeds minder zijn gaan inspannen voor deze toets die niet meetelt op school. Het ministerie wil graag weten in hoeverre de daling van de PISA-scores daarmee samenhangt. Over de uitkomsten kan hij nog niks zeggen, maar „het is aannemelijk, dat is ook wel uit ander onderzoek gebleken, dat de motivatie van leerlingen een stuk hoger is en ze ook beter presteren als een toets meetelt voor een cijfer.”

U zoekt naar verklaringen buiten het onderwijs. Hebben we dan geen onderwijsprobleem?

„Het is misschien ook een onderwijsprobleem. Maar niet alles is te wijten aan het onderwijs. De samenleving heeft een probleem, en wij denken de oplossing te vinden in het onderwijs. Of althans, we geven het onderwijs de opdracht om het op te lossen. Maar er zijn meer invloedssferen: ouders, het gezin, herkomst, die een belangrijke rol spelen.”

Wat zouden oplossingen kunnen zijn? 

„We hebben het nog helemaal niet gehad over de vraag hoe erg het überhaupt is dat de leesscores dalen. Als mijn dochter, die inmiddels uit huis is, gaat koken, pakt ze er geen kookboek bij, maar een YouTube-filmpje. Dat is hoe het tegenwoordig werkt. Vroeger waren we een samenleving waarin het woord heel belangrijk was, en nu verschuift de focus steeds meer naar het beeld.”

U ziet het als een logisch gevolg van hoe de maatschappij zich ontwikkelt?

„Ik vind dat je dat in elk geval moet meenemen als verklaring. Er zijn ontwikkelingen in de samenleving waar je verder niks aan kunt doen, maar die wel effect hebben op trends en toetsen zoals PISA.”

Wat de overheid tegen de dalende leesvaardigheid kan doen, is beperkt, denkt Wolbers. „Dit speelt ook in de privésfeer. Lezen ouders hun kinderen voor, hoe gaan ze om met het sociale mediagebruik van hun kinderen, helpen ouders hun kinderen tijdens de schoolloopbaan? Natuurlijk kan je allerlei faciliteiten creëren, zoals een gratis lidmaatschap van de bibliotheek, maar ik denk dat we wel realistisch moeten zijn over de mogelijkheden voor de overheid om bij te sturen.”

En het onderwijs dan? Valt daar niets te verbeteren?

„Niks doen is geen optie, maar heb ook niet de illusie dat als je aan die ene knop draait, dat je daarmee het hele probleem oplost. Ik zou ervoor willen waken dat we weer terugvallen in dat idee van de maakbare samenleving uit de jaren zeventig.”

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next