Opvangcrisis Nog eens achttien gemeenten zijn onder toezicht geplaatst van het ministerie van Asiel en Migratie omdat zij niet voldoen aan de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de spreidingswet. In totaal staan nu 42 gemeenten onder toezicht. Elke gemeente moet tekst en uitleg geven op het ministerie over de oorzaken.
Een anti-AZC-protest in maart dit jaar in Houten.
Minister van Asiel en Migratie Bart van den Brink (CDA) heeft maandag nog eens achttien gemeenten onder toezicht van zijn ministerie geplaatst omdat zij niet kunnen aantonen dat zij aan de spreidingswet voldoen of onvoldoende aanstalten maken daar aan te voldoen. Het gaat om de gemeenten Beek (Limburg), Beesel, Boekel, Culemborg, Diemen, Eersel, Gulpen-Wittem, Halderberge, Hattem, Heemskerk, Houten, Kerkrade, Maasdriel, Rhenen, Staphorst, Uitgeest, Wijk bij Duurstede en Zoeterwoude. Het ministerie werkt de lijst maandelijks bij.
In totaal staan er nu 42 gemeenten op de lijst. In juli en augustus plaatste de minister al 24 gemeenten onder ‘actief toezicht’, waaronder Aalsmeer, Beverwijk, Oldenzaal, Valkenswaard en Vlaardingen. Al deze gemeenten staan begin september nog op de lijst.
De kans is groot dat in de toekomst meer gemeenten onder toezicht van het ministerie komen te staan. In juni zei minister Van den Brink in de Tweede Kamer dat 117 gemeenten slechts gedeeltelijk aan de spreidingswet voldoen en 107 nog helemaal niet. Volgens de minister voldoen 119 gemeenten wel aan hun wettelijke plicht.
Om ervoor te zorgen dat alle gemeenten aan hun wettelijke verplichtingen voldoen, werkt het ministerie met een zogeheten interventieladder. In ‘fase 1’ bekijkt het ministerie of er voldoende opvangplekken in een gemeente zijn. Als dat niet het geval is, krijgt een gemeente in ‘fase 2’ de ruimte voor tekst en uitleg. Een woordvoerder van het ministerie laat desgevraagd weten dat nog niet alle ambtelijke gesprekken met gemeenten in fase 2 hebben plaatsgevonden.
Vanaf ‘fase 3’ maakt het ministerie de namen van gemeenten openbaar, zegt de woordvoerder. Alle 42 gemeenten die nu op de lijst staan, bevinden zich in deze fase. Daarin moeten zij concrete afspraken maken met het ministerie over waar de opvanglocaties alsnog komen en wanneer die klaar zijn.
Als blijkt dat de gemeente nog steeds niet met een concreet plan komt, wijst het ministerie in ‘fase 4’ zelf een opvanglocatie aan binnen de grenzen van de gemeente. In ‘fase 5’ volgt een laatste waarschuwing en in ‘fase 6’ wordt de beslissing definitief. De kosten van de opvanglocatie verhaalt het Rijk vervolgens op de gemeente.