is hoofdredacteur en commentator van de Volkskrant
De overwinning van de AfD in Saksen-Anhalt laat eens te meer zien dat de Duitse democratie snel verzwakt. Het is hoog tijd om naar de echte ophitsers van de volkswoede te kijken.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Extreem-rechts is niet eerder sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog in Duitsland zo dicht bij de macht geweest. De partij zag zijn aanhang bij deelstaatverkiezingen in Saksen-Anhalt ruim verdubbelen tot een duizelingwekkende 43,8 procent. Een scenario waarbij het de meerderheid van de 83 zetels binnenhaalde in de landtag werd op het nippertje afgewend.
Saksen-Anhalt is een dunbevolkte deelstaat. De 2,2 miljoen inwoners vormen een fractie van de totale Duitse bevolking. De economie stelt ook weinig voor, nog geen twee procent van het totale Duitse bbp.
De Oost-Duitse deelstaten zijn ook niet representatief voor heel Duitsland. Ze zijn armer, hebben relatief weinig immigranten – wat gek genoeg leidt tot meer xenofobie – en hebben door hun communistisch verleden minder vrees voor een nieuwe extreem-rechtse golf.
Toch kan de betekenis van deze verkiezingsuitslag moeilijk worden overschat. Dat bijna de helft van het electoraat stemt op een partij die gelooft in een witte etnostaat, die warme banden heeft met Rusland, en die zichzelf ziet als enige representant van ‘het volk’ en dus vindt dat het anderen zijn wil en conservatieve wereldbeeld mag opleggen, is ronduit shockerend en zou iedereen wakker moeten schudden.
Het zadelt de andere partijen op met een onmogelijk dilemma. Handhaven ze de brandmauer, het Duitse cordon sanitaire, en proberen ze dus met alle overgebleven partijen een coalitie te sluiten? Of geven ze de AfD de kans het een keer zelf te proberen? In het eerste geval dreigt bestuurlijke verlamming die de AfD nog meer in de kaart speelt. In het tweede geval dreigt Saksen-Anhalt een deelstaat te worden waar in onderwijs en cultuur nog maar één wereldbeeld wordt getolereerd en waar het Duits nationalisme vurig wordt aangewakkerd.
Vaak wordt de opkomst van extreem-rechts verklaard door het tekortschieten van de traditionele partijen. Zij zouden onvoldoende oog hebben voor de grieven van een groot deel van het electoraat. Daar is altijd verbetering mogelijk, maar inmiddels moet de conclusie luiden dat het eigenlijk niet uitmaakt wat de traditionele partijen doen.
Alleen in high-trust samenlevingen in Scandinavië zijn er partijen die de opkomst van populistisch-rechts enigszins in toom houden. In alle andere democratische samenlevingen lijkt de opmars van radicaal- en extreem-rechts vooralsnog onstuitbaar.
Populistisch-rechts wordt in de eerste plaats gedreven door een gevoel, een gevoel van verlies en achterstelling, van het slachtoffer te zijn van een elite die het slechtste met ‘het volk’ voor heeft. Dit gevoel wordt continu aangewakkerd door de giftige algoritmen van sociale media en de desinformatie die daar wordt verspreid – ook bij deze verkiezingen hebben Russische propagandanetwerken een rol gespeeld.
Met dat gevoel, die woede, is steeds vaker geen normaal gesprek meer mogelijk. Woede wil niet in gesprek met andersdenkenden maar continu bevestigd worden. In plaats van meebewegen met extreem-rechts om het de wind uit de zeilen te nemen, zoals bondskanselier Friedrich Merz tevergeefs heeft geprobeerd, kan Duitsland zich beter richten op de ophitsers achter die woede, de Amerikaanse bigtechbedrijven en de Russische trollenlegers, en nadenken over hoe een gezond democratisch gesprek kan worden hersteld. Het land weet als geen ander hoe snel een democratie kapot kan gaan.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant