Wateroverlast Door klimaatverandering krijgt Nederland steeds zwaardere buien te verduren. NRC onderzocht hoe hoog het water kan komen te staan in de omgeving van de eerste hulp, ziekenhuizen, zorginstellingen, kazernes en scholen. „Nederland is onvoldoende voorbereid.”
Wateroverlast in het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem.
Gevaarlijke overlast door zware regenbuien is al lang geen doemscenario meer. In 2024 moest de spoedeisende hulp (SEH) van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem al twee keer de deuren sluiten.
Op 21 juli viel in die Gelderse plaats binnen twee uur tijd zo’n zeventig millimeter regen. De parkeerplaats kwam blank te staan. Plassen blokkeerden een toegangsweg. Ambulances konden niet meer aanrijden. Neerslag stroomde bij de spoedpost naar binnen en de wc’s overstroomden. Patiënten werden ondergebracht in andere ziekenhuizen. Pas zeven uur later, toen de SEH was drooggemaakt en ontsmet, konden weer patiënten worden behandeld.
Na een ‘piekbui’ – een korte periode van heftige neerslag – kan de meerderheid van de ziekenhuizen met spoedposten (45 uit 79) te kampen krijgen met zeer grote wateroverlast, blijkt uit onderzoek van NRC en Stichting Dutch Green Buildings Council (DGBC). Die organisatie liet, met Stichting Climate Adaption Services, kaarten ontwikkelen waarin de blootstelling aan wateroverlast in Nederland is weergegeven. Die worden deze dinsdag gepresenteerd.
Drie jaar geleden concludeerden Investico, Nu.nl, De Gelderlander, De Stentor en De Groene Amsterdammer aan de hand van een oudere versie van dat model – met gegevens tot 2012 – dat Nederland niet goed is voorbereid op zware regenval. Destijds werd met ‘zware regen’ een bui van zeventig millimeter in twee uur bedoeld, ongeveer wat viel bij het Slingeland Ziekenhuis. Door klimaatverandering moet rekening gehouden worden met een hogere intensiteit: zeventig millimeter in één uur.
Zulke extreme buien kunnen in 2100 een paar keer per jaar vallen, volgens de onderzoekers, in een scenario met hoge uitstoot. Nu regent het soms 58 millimeter per uur. Tegelijkertijd raakt Nederland steeds meer verstedelijkt en versteend, sinds 2012 werden ongeveer een miljoen extra gebouwen gebouwd, waardoor het water van zwaardere buien moeilijker is af te voeren. In het nieuwe model worden deze veranderingen meegenomen.
Dennis Barten, SEH-arts bij het VieCuri Medisch Centrum in Venlo, weet hoe ingrijpend wateroverlast kan uitpakken. In 2021 moest zijn ziekenhuis preventief evacueren vanwege hoogwater in de Maas. ”We denken nog te vaak in klassieke bedreigingen zoals brand of overstromingen van de rivieren. Ik vind het belangrijk dat ziekenhuizen ook extreme regen beter in het vizier krijgen, zeker nu die zo is toegenomen.”
Het ministerie van Volksgezondheid zegt in een reactie dat ook bij extreem weer noodzakelijke zorg moet worden gegarandeerd. Ziekenhuizen zijn verplicht plannen op te stellen voor onverwachte situaties, waaronder extreem weer, aldus VWS. Toch waarschuwde de Onderzoeksraad voor Veiligheid begin dit jaar, op basis van de oude data, dat Nederland „onvoldoende [is] voorbereid op de huidige en toekomstige veiligheidsrisico’s door extreme regen”.
Nederland telt 79 ziekenhuizen met een SEH. Daarvan heeft 57 procent een ‘zeer hoge score’ voor wateroverlast na de twee keer zo hevige piekbui, blijkt uit de analyse. Of zo’n score zich vertaalt tot waterschade of overstroming hangt af van gebouwkenmerken als drempel- en vloerhoogtes, aanwezigheid en plaatsing van ventilatieroosters, de verdieping van de spoedpost of de hoogte van de kelderramen.
Die kenmerken heeft de analyse niet meegenomen, gezien landelijke data daarover ontbreken. „We weten hoe hoog het water tegen de gevel komt te staan, niet of het naar binnen stroomt”, legt Jan Kadijk van de Dutch Green Building Council uit. Ziekenhuizen kunnen dit zelf verifiëren, zegt hij.
Er is sprake van een zeer hoge score als de maximale hoogte van het water in de directe omgeving van het ziekenhuis – min de hoogste uitschieters – tot meer dan dertig centimeter boven het vloerpeil stijgt.
Dat vergroot de kans dat water naar binnen dringt, ook bij de energievoorziening, ict, watervoorziening of het noodaggregaat. Ook kunnen ambulances of brandweerwagens bij plassen van dertig centimeter hun grip verliezen en water kan in de luchtinlaat komen, zeggen de Veiligheidsregio’s. Die grens is vastgesteld door een onderzoeksconsortium gefinancierd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Het Slingeland in Doetinchem blijkt volgens de analyse niet de hoogste blootstelling aan wateroverlast te hebben van alle SEH’s: het ziekenhuis staat op de zestiende plek. Volgens de nieuwe data scoort de SEH-locatie van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven hoger. Een woordvoerder laat weten dat afgelopen zes jaar twee keer sprake is geweest van wateroverlast na een zeer hevige regenbui. „In beide gevallen ging het om één specifieke locatie: een ondergronds magazijn.”
Dat had geen gevolgen voor de zorgverlening, wat te maken kan hebben met de inrichting: de SEH bevindt zich niet zoals gebruikelijk op de begane grond, maar op de eerste verdieping. In Eindhoven rijden ambulances over een verhoogde rijbaan naar de SEH. Het model laat wel zien dat de openbare wegen naar het ziekenhuis bij extreme regen minder toegankelijk kunnen worden.
Een ambulance rijdt door het water in Lisse. Een wolkbreuk in Lisse zorgde er voor dat de straat blank stond.
Ziekenhuizen zonder SEH worden stukken minder blootgesteld aan wateroverlast: iets meer dan een derde kan te maken krijgen met een waterpeil van boven de dertig centimeter. Ter vergelijking: van de middelbare scholen kan ongeveer een vierde te maken krijgen met de ergste categorie wateroverlast.
Kwetsbare ouderen evacueren kan leiden tot oversterfte, zo is eerder gebleken bij een zorginstelling in Limburg. Bij 17 procent van de verzorgingstehuizen komt na een piekbui het water mogelijk zeer hoog te staan. Brandweerkazernes, basisscholen en scholen voor speciaal onderwijs blijken gunstiger gelegen: respectievelijk 4, 6 en 9 procent heeft een zeer hoge blootstelling aan wateroverlast bij extreme regen.
Landelijk geldt de hoge score – meer dan dertig centimeter – slechts voor 3 procent van de gebouwen, dus waarom is die blootstelling aan wateroverlast na korte extreme regen voor SEH’s dan zo groot?
Marco Hoogvliet, adviseur stedelijke ontwikkeling bij onafhankelijk kennisinstituut Deltares, vermoedt dat de relatief laaggelegen aanrijroutes meespelen. Het ministerie van Volksgezondheid noemt die conclusie „een logische”: „SEH’s bevinden zich over het algemeen op de begane grond om bereikbaar te zijn voor ambulances.”
En SEH-arts Barten denkt dat mogelijk meespeelt dat ziekenhuizen vaak in versteend en stedelijk gebied liggen – waar water moeilijker wegstroomt – omdat ze goed bereikbaar moeten zijn: „Toen die ziekenhuizen jaren geleden werden neergezet, was dit nog helemaal geen thema.”
Iemand trotseert de overstroomde toegang tot het Slingeland-ziekenhuis.
Allerlei factoren beïnvloeden waarom het water na dezelfde bui om het ene gebouw veel hoger komt te staan dan om het andere: van de riolering tot de stand van het grond- en oppervlaktewater, de ondergrond en de afwatering. En bij het Slingeland kwamen veel van die factoren samen, stelt de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Het ziekenhuis ligt relatief laag in Doetinchem, in een versteende wijk, met een riolering die deels is gekoppeld aan die van de gemeente, waardoor de capaciteit snel wordt overschreden wanneer veel water naar het ziekenhuis vloeit.
Overigens is een model altijd een versimpeling van de werkelijkheid: zo kunnen bijvoorbeeld toevallige omstandigheden – als een verstopte regenput – lastig worden meegenomen en heeft het model de werking van het riool versimpeld.
Slingeland zelf voegt toe, na vragen van NRC: „De ingang van onze SEH [bevindt] zich op het laagste punt van het terrein, onder aan een helling waar de ambulances parkeren. Bij extreme regenval verzamelt het water zich relatief snel op deze plek. Ook de toegangswegen naar de SEH kunnen onder water komen te staan. Dat maakt onze SEH kwetsbaar en kan ertoe leiden dat de afdeling tijdelijk niet bereikbaar is of moet worden gesloten.” Bovendien was het „niet direct duidelijk welke put het meest effectief kon worden gebruikt om water weg te pompen. Ook bleek het lastig om op dat moment snel een beschikbare schoonmaakdienst te vinden.”
Na de eerste overstroming trof het Slingeland maatregelen: zowel zandzakken als extra pompen en een mobiele hoogwaterkering werden aangeschaft. Hoewel het water na de tweede piekbui niet naar binnen stroomde, kwamen de toegangswegen wel weer onder water te staan. De SEH moest alsnog drie uur sluiten, vertelt het ziekenhuis.
Meerdere ingangen van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem hebben een hoge blootstelling aan wateroverlast na een piekbui.
Om toekomstbestendiger te worden, kunnen SEH’s – en andere gebouwen – aanpassingen overwegen, zegt Kadijk van de DGBC: „De maximale drempelhoogte bij nieuwbouw is twee centimeter in verband met de toegankelijkheid voor rolstoelen. Heel begrijpelijk, maar vanuit het oogpunt van wateroverlast is dat niet veel en moeten we dat waar mogelijk anders oplossen, zoals met een hellingbaan voor rolstoelen.”
Een gevoelige installatie in de kelder, is ook onverstandig, vindt Kadijk. Terwijl volgens SEH-arts Barten veel ziekenhuizen dat nog wel hebben. „En als water de technische ruimtes instroomt, hebben ze een groot probleem.”
Ziekenhuizen wacht een lastige afweging. „Ze hebben strakke budgetten en de kans op zo’n bui is best klein”, zegt Barten. Toch is het goed als ze over dit thema nadenken. „Ik denk dat veel ziekenhuizen nog achterlopen op de nieuwe werkelijkheid. Deze incidenten gaan steeds vaker voorkomen.”
Het Slingeland in Doetinchem bevindt zich volgend jaar rond deze tijd niet langer in een kuil ten opzichte van het straatniveau: het gaat verhuizen. En voor het nieuwe pand worden ”waterrobuuste maatregelen” getroffen, oftewel: geen kritische voorzieningen in de kelders, een wadi om het regenwater op te vangen en de ingang komt hoger te liggen. En de kuil? Die wordt verruild voor een terp.
Dit verhaal kwam tot stand nadat de Dutch Green Building Council NRC had benaderd. Vervolgens verzamelde NRC geografische data over gebouwen en koppelde Stichting Climate Adaptation Services de wateroverlast uit het model aan deze locaties.
Er is berekend hoe hoog het water komt te staan in een strook van een halve meter rondom een pand, in vlakken van vijftig bij vijftig centimeter. De berekening gaat uit van de maximale waterhoogte, nadat uitschieters werden weggelaten (de allerhoogste 1 procent). Komt die waarde boven de dertig centimeter voor één vlakje, dan krijgt een gebouw de hoogste klasse.
NRC bekeek de wateroverlast op satellietbeelden van alle spoedposten in die klasse. Daaruit bleek: water staat vaak niet alleen op een klein plekje hoger dan dertig centimeter, maar rondom een deel van het gebouw.