Literair festival Dichter Theoresia Rumthe en mensenrechtenactivist Defe Wabiser willen via verhalen uit West-Papoea en de Molukken bruggen slaan met ‘broeders en zusters’ in Nederland.
Pantai Ngurbloat in Kei Kecil, Zuidoost Maluku, Indonesië.
Het zal 2017 zijn geweest, rekenen ze terug. Toen troffen Theoresia Rumthe en Defe Wabiser elkaar toevallig in een bibliotheek annex boekwinkel in Bandung, West-Java. „Soms heb je van die mensen waarvan je voelt dat ze later nog eens je pad zullen kruisen”, zegt Wabiser over de ontmoeting. En zo geschiedde. Bijna tien jaar later werken de twee vrouwen uit het oosten van Indonesië – Rumthe van Maluku (de Molukken) en Wabiser van West-Papoea – samen aan het literaire festival Read My World, dat vanaf donderdag in Amsterdam plaatsvindt.
Rumthe is dichter en leidt een literair platform. Wabiser zet zich als activist in voor bescherming van het leefgebied van inheemse volken. Read My World focust dit jaar op de Molukken en West-Papoea en naast gasten uit beide delen van Indonesië zijn ook schrijvers en kunstenaars uit de Molukse en Papoeaanse diaspora en van daarbuiten uitgenodigd. Het festival beoogt met verhalen, gedichten en andere kunst en cultuur een brede uitwisseling tussen de beide volkeren, hun diaspora en andere geïnteresseerden te bevorderen.
In ‘Oceanic Solidarity’ vonden Rumthe en Wabiser een overkoepelend thema, vertellen de co-curatoren in een videogesprek. „De oceaan is de plek waarover vanaf 1951 zo’n 12.500 Molukse KNIL-soldaten en familieleden uit de Molukken en andere delen van Indonesië met hun gezinnen naar Nederland werden gebracht”, zegt Rumthe. Het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) bestond uit Nederlandse en inheemse militairen en vocht om koloniale belangen te beschermen. „De zee werd zo een brug, een plek die onze geschiedenis draagt. De zwart-wit foto’s van die reis laten ons die geschiedenis steeds opnieuw beleven.” De dichter ziet de oceaan door die gedeelde geschiedenis niet als „iets dat ons scheidt, maar juist als iets dat ons verbindt.”
„Voor mij is de oceaan een universum dat we delen”, zegt Rumthe. „De oceaan is niet alleen een fysiek gegeven, maar staat ook voor kennis; het staat voor een thuis, een cultuur, maar ook migratie, geschiedenis en diaspora.” Onder jonge kunstenaars in Indonesië bestaat een sterke wens om verbonden te zijn met „de broeders en zusters in Nederland”, merkte Rumthe eerder bij een literair festival dat ze op Ambon organiseert.
Het is niet alleen de verbinding met de voormalige kolonisator en de Molukse en Papoeaanse diaspora (die begin jaren zestig in Nederland arriveerde nadat Nederland Nieuw-Guinea als kolonie had opgegeven) die inmiddels in Nederland leeft, ook gemeenschappen in Indonesië zijn onderling altijd met elkaar verbonden door het water. „In onze cultuur is de oceaan vanzelfsprekend gemeenschappelijk”, zegt Rumthe. „Bij de oceaan zijn mensen nooit alleen. Ze leven er samen, ze vissen er samen. Ze helpen elkaar.”
Verbindingen tussen de Molukken en Papoea bestaan ook dankzij het water en gaan ver terug, weet Wabiser. „Onze voorouders stonden begin 1600 voor een gemeenschappelijke vijand, die heette de VOC.” De Vereenigde Oost-Indische Compagnie, de handelsonderneming die in de 17de en 18de eeuw met grootschalig geweld onder meer grondstoffen en specerijen uit Azië haalde en verhandelde, kwam niet naar Papoea maar wel naar de Molukken. Deze twee gebieden dreven handel met elkaar. „Maar de VOC probeerde dat bestaande handelssysteem te vernietigen en conflict te creëren tussen de koningen van Maluku en mijn voorouders in West-Papoea”, vertelt Wabiser.
Theoresia Rumthe.
Defe Wabiser.
Ook vandaag de dag zijn er gemeenschappelijke vijanden die de bevolking van Papoea en de Molukken bedreigen, ziet Wabiser in haar werk. Het wordt inheemse gemeenschappen heel moeilijk gemaakt om hun mensenrechten op te eisen. „Tegelijkertijd geeft de Indonesische regering juist heel makkelijk concessies af voor palmolieplantages in de gebieden waar zij leven.” Ze bouwen die op moerassig gebied en hebben dus materialen nodig om wegen aan te leggen. En die zijn niet voorhanden in Papoea dus die halen ze van de Kai-eilanden, waar kakak [oudere zus] Theoresia’s familie vandaan komt.”
Indonesië bevindt zich op een moeilijk moment, vertellen Rumthe en Wabiser. Hun (t)huis wordt op allerlei manieren bedreigd. Vrijheid van meningsuiting en andere vrijheden staan onder druk en net als in Europa brandden de afgelopen maanden ook in Indonesië talloze hectaren natuurgebied af. Dat komt naast klimaatverandering door de activiteiten van de Indonesische staat en diens zakenpartners, die natuurgebieden openstellen voor palmolie- en suikerrietplantages en mijnbouw. Plantages zijn extra vatbaar voor brand en zodra concessies aan bedrijven zijn afgegeven is onduidelijk bij wie de brandpreventieverantwoordelijkheid ligt.
Wabiser hoopt dat ze kunnen bouwen op de samenwerking van hun voorvaderen uit de tijd van de VOC, want de strijd tegen de verwoesting van een leefgebied is al eens eerder gevoerd. „Wat in West-Papoea gebeurt, gebeurt ook in andere delen van Indonesië. Omdat de vrijheid van meningsuiting beperkt is, is het veiliger om via kunst ons thuis en onze cultuur te beschermen.” Zo nodigde Wabiser Samuel Yohanes Glenn M uit, een kunstenaar die met natuurgeluiden en het verzamelen van Papoeaanse culturele objecten zijn cultuur levend wil houden en er opnieuw betekenis aan wil geven.
Tijdens Read My World wil Wabiser nieuwe verbonden smeden met de Papoeaanse diaspora en andere geïnteresseerden, „vrienden die dezelfde waarden en principes hebben om ons thuis te beschermen en die dat ook via kunst doen.”
Literatuurfestival Read My World vindt van donderdag 10 tot en met zaterdag 12 september plaats in de Tolhuistuin in Amsterdam. Info: readmyworld.nl