Het ging over een nieuwe luidklok in de 16de-eeuwse kerktoren van het dorp. Er hangen al twee klokken in die toren, een grote van rond 1500 en een replica van een kleinere klok uit diezelfde tijd. In de toren is nog plaats voor een derde klok, die dus van nu zou zijn. Dan is de vraag: moet zo’n klok tot in detail naar het model van de al bestaande klok gevormd worden, of mag er ook wel wat hedendaags aan die klok te zien zijn, en wat dan? De vorm, randversieringen, lettertypes, de heilige aan wie de klok gewijd moest worden, allemaal mogelijkheden tot differentiatie en er was in het gesprek met de deskundige veel sprake van wat ‘mooi’ was of juist ‘niet passend’, sommige opties zouden zelfs ‘geen gezicht’ zijn, andere ‘bijzonder fraai’.
Niet dat veel mensen die klok ooit nog zien als die eenmaal hoog in de toren hangt, dus zó belangrijk is het nu ook weer niet zou je zeggen. Maar voor specialisten is elk detail belangrijk.
De gesprekken deden me denken aan de opmerkingen die ik jaren geleden hoorde van fokkers van lakenvelder runderen, rode of zwarte koeien met een brede witte band midden over hun lijf. Heel leuke koeien om te zien. Daar ging het over de breedte van het laken, hoe hoog de ‘sokken’ aan de poten waren, er bleken zelfs kalveren te zijn met een ‘mislaken’ en de toekomst zag er voor dezulken niet goed uit. Die kon je alleen maar opeten.
Het is heel makkelijk om een wat lacherig gevoel te krijgen bij al die aandacht voor details die je tot vlak daarvoor geheel onbekend waren. Maar tegelijkertijd word je heel snel meegezogen in dit type aandacht en dan blijk je ineens óók opvattingen te hebben over opschriften en heiligen, dan wel over witte staartpuntjes, en er opent zich een wereld waarin geen onverschilligheid mogelijk is.
Bestaan er eigenlijk wel onbelangrijke details, begin je je af te vragen. Voor de leek, de niet-kenner van wat het ook maar is, – klokken, appelrassen, stoelontwerpen, muziekstukken – zit zo’n deel-wereld er vol mee. Wat maakt het uit of de appel groener of roder is, als-ie maar smaakt, zegt zo’n buitenstaander zorgeloos en die vindt het kalf met een rode vlek op de witte flank eigenlijk wel roerend. Omgekeerd kan de designliefhebber niet begrijpen hoe iemand níet kan zien dat de gebogen poot in het stoelontwerp alles verpest, de pianist niet dat de toehoorder de gedempt gespeelde maten niet veel expressiever vindt dan als ze luid klinken.
Eigenlijk wordt alles interessanter als er details bij komen kijken. De klokkendeskundige die het grootste belang hechtte aan de aanblik van die voor bijna alle ogen onzichtbare klok maakte ook voor ons het belang van die klok veel groter, en daarmee de wereld rijker. Onverschilligheid is eigenlijk een miezerig iets.
Tot op zekere hoogte natuurlijk, tot de details zo belangrijk worden dat je elkaar nooit meer aankijkt vanwege een komma. Dan hebben de onverschilligen weer gelijk. Eventjes.