Als hobby hield een groepje econometristen uit de mobiliteitssector voetbalstatistieken bij. Inmiddels heeft het bedrijf niet alleen de Nederlandse eredivisie, maar ook veertig andere competities hervormd.
is verslaggever macro-economie bij de Volkskrant. Hij volgt de wereld van de aandelenbeurzen, de grootbanken en het monetaire beleid.
Het hoofdkantoor van wereldvoetbalbond Fifa ligt op een heuvel, net buiten Zürich. Het telt zeven verdiepingen (waarvan vijf ondergronds), heeft twee eigen voetbalvelden, een fitnesszaal, en een meditatieruimte. Vergaderen kan in een van de vele zaaltjes, maar ook buiten, in het rustieke landschap dat het kantoorcomplex omzoomt.
Het hoofdkantoor van Hypercube is de eerste verdieping van een verstopt bedrijfsverzamelgebouw in de binnenstad van Utrecht. De weg ernaartoe is een slalomtocht tussen grachten blokkerende bestelbusjes, wegwerkzaamheden en scheef geparkeerde fietsen. Dan een bruggetje over en een poortje door. Het bedrijf heeft twee parkeervergunningen voor wie zo onverstandig is met de auto te komen.
Toch, het speelschema voor het WK voetbal van afgelopen zomer is op die no-nonsense verdieping in Utrecht in elkaar geknutseld. Want alleen bij Hypercube zitten de specialisten die konden uitvogelen hoe de 104 wedstrijden het beste verdeeld konden worden over drie landen, vier tijdzones en zestien speelsteden.
Dat komt, vertelt directeur sport Pim Klaver, door de ov-chipkaart. Voor de introductie ervan was een maatschappelijke kosten-batenanalyse nodig. Ingewikkeld rekenwerk over wie er van zo’n pas gebruik zou maken, hoeveel een ritje zou moeten kosten en hoeveel incheckpoortjes er zouden moeten komen.
Typisch econometristenwerk, en dus voor het in 2000 opgerichte Hypercube, waarvan het team bestond uit specialisten uit de mobiliteitssector. Maar zij hadden ook een gezamenlijke hobby: het bijhouden van voetbalstatistieken.
In november 2001 organiseerde voetbalbond KNVB een congres. Centrale vraag aan de geïnteresseerde aanwezigen: hoe krijgen we de bezoekersaantallen bij de eredivisie omhoog? Die schommelden al jaren rond de 4,9 miljoen. De oprichters van Hypercube hadden wel een idee, wat zij aan de KNVB mochten presenteren. Want wat hun hobbystatistieken lieten zien: vanaf de kerst liepen de stadions van de middenmoot leeg. Europees voetbal was buiten bereik, degradatie geen gevaar meer, dus er stond niets meer op het spel.
Hypercube bedacht het play-offmodel. Extra wedstrijden aan het eind van het seizoen om (toen nog) te bepalen welke club naast de landskampioen naar de Champions League mocht. Dat werd een succes: het aantal toeschouwers steeg in drie jaar tijd naar 6 miljoen per jaar, een toename van 20 procent. Klaver: ‘Dus het eerste sportproject dat we ooit deden, was de hervorming van de Nederlandse voetbalcompetitie. Vanaf het moment dat ze in andere landen zagen hoe succesvol die was, werden we veel gevraagd.’
Inmiddels heeft Hypercube al van veertig competities de opzet gewijzigd. Per land verschilt het doel van de verandering.
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Hypercube, opgericht in 2001, met 19 werknemers en een omzet van ruim 2 miljoen euro in 2026.
In Roemenië bijvoorbeeld bleek er niemand geïnteresseerd in de bekercompetitie. Grote clubs namen het bekertoernooi niet serieus, toeschouwers bleven thuis, tv-kijkers gaven de voorkeur aan Netflix of Roemeense soaps. De analyse van Hypercube: kleine clubs moeten de zekerheid hebben dat ze tegen een grote club loten in hun eigen stadion, want dan komen de mensen wél. En grote clubs moeten de zekerheid hebben dat ze ver komen in het toernooi, want dan ligt de weg naar Europees voetbal open.
De oplossing van Hypercube: een groepsfase waarin grote clubs het zich konden veroorloven een wedstrijdje te verliezen, en waarin kleine clubs werd gegarandeerd dat ze een topclub in eigen stadion mochten ontvangen. Gevolg: de kijkcijfers verdubbelden.
De Serviërs op hun beurt merkten dat hun clubs achterop kwamen te liggen in Europa. Uit de cijfers van Hypercube blijkt dat voetballers en clubs alleen beter worden als zij veel wedstrijden spelen tegen gelijkwaardige clubs, waarbij er ook iets op het spel staat. Daarom gaat het aantal clubs in de competitie nu terug van zestien naar twaalf. ‘Wat je wilt vermijden’, zegt Klaver, ‘zijn dode en halfdode wedstrijden: potjes die er voor allebei de clubs of één van de twee niet toe doen.’
De sporttak van Hypercube levert nu twee derde van de omzet. Zeker sinds de coronapandemie gebeurt dat razend efficiënt, zegt Klaver. De voornamelijk mannelijke econometristen, wiskundigen en natuurkundigen zien voor hun werk eigenlijk zelden een buitenlands stadion van binnen. Al het contact met opdrachtgevers – twee weken terug nog de top van elke Zwitserse eredivisieclub – verloopt via het scherm.
Klaver: ‘Waar wij in uitblinken is het begrijpelijk maken van alle data die we verzamelen. Omdat we al veertig competities hebben hervormd, snappen we de belangen en welke informatie nodig is om tot een beslissing te komen. Uiteindelijk gaat het om de argumentatie, maar het helpt wel enorm als ik in grafiekjes kan laten zien hoe het in elkaar steekt.’
Het is de reden waarom Klaver nooit naar voetbaltalkshows kijkt: dat is ‘allemaal vanuit de onderbuik’. Neem de algehele notie dat talentvolle spelers niet te snel naar een topclub in het buitenland moeten gaan, dat zou slecht zijn voor hun ontwikkeling. Maar een van de problemen van Denemarken, dat ontbrak bij het afgelopen WK, is nou juist dat het structureel minder spelers heeft bij de top van Europa. Jonge spelers gaan niet naar Spanje of Engeland, maar naar Heerenveen of Go Ahead Eagles.
Inmiddels heeft Hypercube zijn werkterrein ook verlegd naar andere sporten: zo maakt het de wereldranglijst voor volleybal en denkt het mee over een ranglijst voor het roeien. Oud-wielrenner Klaver (hij probeerde ooit een paar jaar prof te worden in Spanje) zou ook dolgraag het wielrennen onder handen nemen, maar zijn grootste droom is de meerkamp op de atletiek.
Nu is de meerkamp een voor de buitenstaander ingewikkeld onderdeel met een onbegrijpelijke puntentelling, waarbij atleten zelf niet weten of ze gewonnen hebben als ze over de streep komen bij het laatste looponderdeel. ‘Stop met die punten’, zegt Klaver, ‘en zet het om in tijd. En laat ze in het afsluitende looponderdeel naar elkaar op jacht gaan. Wie als eerste over de streep komt, heeft gewonnen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant